PremiumWarmtepompen

5 veelgestelde vragen over warmtepompen

Vaak gestelde vragen over warmtepompen
De nieuwe examens voor natuurlijke koudemiddelen zullen wellicht klaar zijn in het voorjaar van 2027, waarna ze nog moeten geïmplementeerd worden in de verschillende erkende examencentra

Hebt u vragen over warmtepompen? Dan kunt u terecht bij Frixis, de Koninklijke Belgische Vereniging van de koel-, warmtepomp-, airconditioning- en luchtbehandelingssector. Als aanspreekpunt voor de warmtepompsector ontvangt Frixis dagelijks tal van technische en aanverwante vragen van haar leden. In deze rubriek delen we een selectie van de meest gestelde warmtepompvragen aan Frixis.

Frixis - 8 juni 2026

1. Welke certificaten moeten we behalen om een warmtepomp met natuurlijke koudemiddelen te mogen installeren?

De nieuwe Europese Verordening verplicht de lidstaten om ook voor natuurlijke koudemiddelen examens te organiseren en certificaten te voorzien.

De Europese Commissie heeft daarrond de implementation act gepubliceerd die richtlijnen voor de Europese lidstaten aanbiedt omtrent de certificering van natuurlijke en rechtspersonen die werken met gefluoreerde broeikasgassen en alternatieve stoffen zoals ammoniak, CO2 en koolwaterstoffen. Dit omvat verschillende aspecten:

Certificeringseisen voor koeltechnici

Natuurlijke personen en rechtspersonen die instaan voor installatie, onderhoud, reparatie, buiten dienststelling, terugwinning en lekkagecontrole van koel- en klimaatsystemen moeten gecertificeerd zijn.

Voor onderstaande installaties is een certificaat vereist:

  • Stationaire koeling
  • Stationaire airconditioning en warmtepompen
  • Stationaire organische Rankine-cycli
  • Koelinstallaties van koelwagens en koelaanhangwagens
  • Koeleenheden van gekoelde lichte voertuigen, intermodale containers en treinwagons

Er zijn 5 verschillende certificaten voor de desbetreffende koudemiddelen en -inhoud. Certificeringsinstanties moeten deze certificaten uitgeven na het afnemen van een theorie- en praktijkexamen.

  • Certificaat A1 voor alle handelingen met betrekking tot gefluoreerde broeikasgassen en koolwaterstoffen
  • Certificaat A2 voor alle handelingen met betrekking tot gefluoreerde broeikasgassen en koolwaterstoffen, beperkt tot apparatuur met een inhoud van minder dan 3 kg of, indien het hermetisch afgesloten systemen betreft die als zodanig zijn geëtiketteerd, met een inhoud van minder dan 6 kg;
  • Certificaat B voor alle handelingen met betrekking tot kooldioxide (CO2)
  • Certificaat C voor alle handelingen met betrekking tot ammoniak (NH3)
  • Certificaat D voor het terugwinnen van koudemiddel op installaties die minder dan 3 kg gefluoreerde broeikasgassen bevatten of, indien het hermetisch afgesloten systemen betreft die als zodanig zijn geëtiketteerd, minder dan 6 kg gefluoreerde broeikasgassen bevatten
  • Certificaat E voor lekzoekcontroles op installaties met gefluoreerde broeikasgassen zonder het openen van het koelcircuit

Frixis werkt actief mee aan de nieuwe certificering in Vlaanderen. Naar verwachting zullen de nieuwe examens (theoretische en praktische proeven) klaar zijn in het voorjaar van 2027 waarna ze nog moeten geïmplementeerd worden in de verschillende erkende examencentra. Tot het zover blijven de huidige certificaten van toepassing.

Warmtepomp
Bij louter de aankoop van een warmtepomp zonder plaatsing is 21% btw van toepassing

2. Welk btw-tarief is van toepassing op nieuwe airco/warmtepompinstallaties in nieuwbouw? Wat met woningen van bijvoorbeeld 6 jaar? Welk tarief is van toepassing op herstellingen aan installaties van bijvoorbeeld 7jaar?

Vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030 geldt opnieuw een verlaagd btw-tarief van 6 % voor de levering én plaatsing van warmtepompen zelfs in woningen die minder dan 10 jaar in gebruik zijn.

Op herstellingen aan installaties is 21% btw van toepassing. 21% btw geldt ook voor:

  • louter de aankoop van een warmtepomp zonder plaatsing
  • werken door andere aannemers die niet de installateur zijn
  • installaties uitsluitend voor zwembad, sauna, enz
  • onderhoud (voor woningen < 10 jaar)
  • warmtepompen die deel uitmaken van een hybride systeem met fossiele brandstoffen 
  • de installatie inbegrepen in een nieuwbouwverkoop (bv. verkoop op plan)
VRF
Voor Vlaanderen, Brussel en Wallonië zijn de regels omtrent VRF-systemen verschillend

3. Klopt het dat voor elke VRF met meer dan 5 kW drijfkracht een melding moet gemaakt worden?

In Vlaanderen bepaalt VLAREM inderdaad dat koelinstallaties, airco’s en warmtepompen worden ingedeeld op basis van 'geïnstalleerde totale drijfkracht' (elektrisch vermogen).

Volgens die regel is er bij VRF-systemen met ≥ 5 kW drijfkracht een meldingsplicht (klasse 3) en bij VRF-systemen met > 200 kW drijfkracht een vergunningsplicht (klasse 2).

Het gaat hierbij steeds om de totale geïnstalleerde drijfkracht (vermogen). Je moet dus rekening houden met alle aanwezige koelinstallaties, warmtepompen en -units, airco-installaties, … binnen eenzelfde inrichting, bijvoorbeeld een woning, en de vermogens optellen.

Meer informatie kan je hier terugvinden: https://www.vlaanderen.be/publicaties/omgevingsaspecten-bij-warmtepompen-en-airco-installaties

In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gaat het om het elektrisch vermogen van de compressoren, beoordeeld per circuit (niet de optelsom van alle units in de inrichting, zoals in Vlaanderen). Bij meerdere circuits telt dus het individuele vermogen, circuit per circuit.

In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ligt de drempel op 10 kW, niet op 5 kW. Een installatie valt pas onder de ingedeelde inrichtingen vanaf 5 ton CO2-equivalent HFK-koelvloeistof, of 3 kg andere koelvloeistof, of een totaal elektrisch compressorvermogen van 10 kW of meer.

Daarboven bepalen het elektrisch compressorvermogen én de hoeveelheid koelvloeistof in welke klasse de installatie valt. Voor warmtepompen, airco en koeling geldt:

  • Klasse 3 (meldingsplicht) – rubriek 132 A: als het elektrisch vermogen hoger is dan 10 kW maar lager dan 100 kW, óf vanaf 5 ton CO2-equivalent HFK-koelvloeistof.
  • Klasse 2 (vergunningsplicht) – rubriek 132 B: als het elektrisch vermogen 100 kW of meer bedraagt, óf bij meer dan 3 kg koelvloeistof (behalve veiligheidsgroep A1).

De installatie wordt ingedeeld in de zwaarste klasse die van toepassing is: zodra één van beide criteria (vermogen óf vloeistof) een drempel overschrijdt, geldt die klasse.

Een VRF die onder 10 kW per circuit blijft én onder de vloeistofdrempel, is in Brussel dus niet ingedeeld en vergt geen melding.

Meer informatie: https://leefmilieu.brussels/pro/regelgeving-en-inspectie/verplichtingen-en-vergunningen/warmtepompen-airconditioningapparatuur-en-koelapparatuur#warmtepompen-airconditioningapparatuur-en-koelapparatuur

Unit
Op herstellingen aan installaties is 21% btw van toepassing

In Wallonië gelden opnieuw andere regels. Hier wordt ingedeeld op basis van het nuttig nominaal koelvermogen (puissance frigorifique nominale utile), niet op het elektrisch compressorvermogen. Omdat het om nuttig nominaal koelvermogen gaat, mag je de vermogens van verschillende toestellen niet optellen, behalve wanneer die zich op hetzelfde circuit bevinden.

De drempels zijn:

  • Klasse 3 (meldingsplicht / déclaration) – rubriek 40.30.02.01: een nuttig nominaal koelvermogen van 12 kW of meer en minder dan 300 kW, of bij meer dan 3 kg gefluoreerd koelmiddel.
  • Klasse 2 (vergunningsplicht / permis d'environnement) – rubriek 40.30.02.02: een nuttig nominaal koelvermogen van 300 kW of meer.

Daarbij gaat het om het maximale koelvermogen dat de fabrikant vastlegt en garandeert als leverbaar in continubedrijf, met respect voor de aangekondigde nuttige rendementen. De aangifte voor klasse 3 wordt ingediend bij de gemeente waar de installatie zich bevindt.

De ondergrens ligt in Wallonië op 12 kW koelvermogen. Het criterium is koelvermogen, niet elektrisch vermogen.

Naast de milieumelding/-vergunning speelt in Wallonië ook de stedenbouwkundige regelgeving (CoDT). Een warmtepomp is in principe vrijgesteld van stedenbouwkundige vergunning als ze voldoet aan enkele voorwaarden, zo niet, dan is een vergunning vereist. Het is sterk aangeraden om vooraf advies in te winnen bij de stedenbouwkundige dienst van de gemeente.

Inregelen
Het uitgangspunt blijft steeds: eerst hydraulisch correct ontwerpen en inregelen, pas daarna eventuele hydraulische scheiding toevoegen indien functioneel noodzakelijk

4. Hanteert Frixis een aanbevolen richtlijn of best practice voor het hydraulisch inregelen van residentiële warmtepompinstallaties, en hoe pak je dit in de praktijk aan?

Hydraulisch inregelen is essentieel voor het rendement en de bedrijfszekerheid van warmtepompen. Vanuit Frixis adviseren we steeds om de ontwerpdebieten van de fabrikant effectief te controleren, aangezien een te laag debiet kan leiden tot pendelgedrag, storingen of een lagere COP. Vooral bij lagetemperatuurtoepassingen zoals vloerverwarming is een correct debiet cruciaal.

Het uitgangspunt blijft steeds: eerst hydraulisch correct ontwerpen en inregelen, pas daarna eventuele hydraulische scheiding toevoegen indien functioneel noodzakelijk. In de praktijk verloopt dat als volgt.

Vertrek van het ontwerpdebiet van de fabrikant en controleer dit met een eigen berekening (voor water bij benadering: debiet in l/h = vermogen in W / (1,16 × ΔT)). Verdeel dat totale debiet vervolgens over de kringen in verhouding tot hun warmtevraag. Regel de debieten daarna fysiek in: met de flowmeters op de verdeler bij vloerverwarming, met de voorinstelling van de kranen bij radiatoren, en met statische inregelventielen op de hoofdkringen. Werk van ver naar dichtbij en herhaal de metingen, want elke kring beïnvloedt de andere.

Controleer daarna de werkelijke delta T in bedrijf en streef naar de beoogde 3 tot 5 K. Een te hoge delta T wijst op een te laag debiet; een te lage op een te hoog debiet of op kortsluiting via een verkeerd ingestelde bypass. Controleer ook het minimale systeemvolume uit de handleiding tegenover het aanwezige volume in leidingen en afgiftesysteem.

Pas wanneer ontwerp en inregeling kloppen, beoordeel je of een buffervat of hydraulische scheiding nodig is. Buffervaten zijn niet standaard noodzakelijk, maar wel nuttig wanneer meerdere zones frequent sluiten, het minimale systeemvolume niet gehaald wordt, of verschillende afgiftesystemen gecombineerd worden.

Pas tot slot bypasses zorgvuldig toe. Een fout ingestelde bypass vermindert het effectieve debiet en verhoogt de retourtemperatuur, wat het rendement schaadt. Gebruik daarom bij voorkeur een differentiedrukgestuurde overstortklep, die pas opent bij oplopende druk en bij normaal bedrijf dicht blijft, in plaats van een permanent openstaande bypass.

Warmtepomp
Is geluid een issue? Kies een stil model en bij voorkeur een modulerend toestel

5. Mijn klant maakt zich zorgen over geluidsoverlast van een warmtepomp. Wat kan ik adviseren om de geluidsoverlast en trillingen van de buitenunit te beperken, en waar plaats ik die het beste?

Om de geluidsoverlast en trillingen van een warmtepomp te beperken, kun je je klant op drie vlakken adviseren: de keuze van het toestel, de plaatsing en de ondergrond.

Begin bij de keuze van de warmtepomp. Kies een stil model (het geluidsvermogen in decibel staat op het energielabel of in de productdocumentatie) en bij voorkeur een modulerend toestel, want dat draait op lagere toeren en schakelt minder vaak aan en uit. Een buffervat versterkt dat effect: dankzij de voorraad warm water hoeft de pomp minder vaak aan te slaan. Een groter model buitenunit met hetzelfde vermogen kan ook helpen, omdat de grotere ventilator minder hard hoeft te draaien.

Voor de plaatsing geldt: hoe verder van ramen en buren, hoe beter. Goede plekken zijn een muur zonder ramen of deuren (bijvoorbeeld de zijgevel), het dak van een aanbouw of midden tegen de achtergevel, op voldoende afstand van de perceelsgrens. Zet de unit nooit vlakbij een slaapkamerraam, van je klant of van de buren. Eventueel kun je het geluid extra dempen met een geluidsdempende ombouwkast, een absorberende laag tegen de muur, of beplanting voor de unit (meteen ook esthetisch mooier).

Let tot slot op trillingen. Plaats de unit op een stevige, verharde ondergrond. Daken zijn gevoeliger, en vooral een plat houten dak kan gaan meetrillen (resoneren), wat boven een woon- of slaapkamer erg storend is. Ook hier helpt een geluidsdempende kast of absorberende laag tussen de unit en het dak of de muur.

Meer richtlijnen vind je in de Vlaamse Code van goede praktijk: Geluid van buitenunits van residentiële lucht-lucht (airco) en lucht-water warmtepompen (Departement Omgeving, september 2024)

Wat heb je nodig

Krijg GRATIS toegang tot het artikel
of
Proef ons gratis!Word één maand gratis premium abonnee en ontdek alle unieke voordelen die wij u te bieden hebben.
  • wekelijkse nieuwsbrief met extra tips en exclusieve content
  • volledig toegang tot het digitaal archief
  • onbeperkt toegang tot 3.000 bouwinstructies
  • onbeperkt toegang tot 1.400 instructievideo's
Heeft u al een abonnement? 

Deel je (nieuws)verhaal

Heb je nieuws dat relevant is voor onze redactie? Deel het met ons via het meldformulier.

Nieuws melden