Kijk gratis en onbeperkt

Registreer

HOE EEN MINIVIJVER MAKEN

Heb je nog ergens een oude wasteil staan? Een zinken bassin, of een grote metskuip of een uit de kluiten gewassen emmer? Wel die kun je al gebruiken om er een minivijvertje van te maken.

Transciptie 

Heb je nog ergens een oude wasteil staan? Zo een zinken bassin, of een grote metskuip of een uit de kluiten gewassen emmer? Wel die kun je al gebruiken om er een minivijvertje van te maken.

Maar, ik heb hier deze gevonden en dat is een kuip waarmee wij gaan werken.
Deze kuip heeft een diameter van ongeveer 80 centimeter en een diepte van bijna een halve meter. En dat is al een flink uit de kluiten gewassen minivijvertje.

Het kan kleiner, maar als het toch redelijk is, zoals deze hier, dan is het veel gemakkelijker om er een mooi biologisch evenwicht in te bekomen.

Het water gaat niet te snel opwarmen en je kunt er een redelijke verscheidenheid aan planten in zetten.
Of het nu voor een grote of voor een kleine vijver is, het is altijd zo dat er drie verschillende groepen van waterplanten zijn.

Aan de ene kant heb je de waterplanten die met de wortels in het water groeien, in het substraat, maar die met de stengels en de bladeren naar boven komen. Dat zijn de zogenaamde moerasplanten.

Daar heb je er zeker van nodig. Die planten halen veel voedsel uit het water en zetten het om in bladgroen en in bladmassa.
Dan heb je de planten met drijvende bladeren. Bijvoorbeeld de waterlelies.
En dan heb je ook nog de ondergedoken waterplanten. De zuurstofplanten.

Nu, die zuurstofplanten – en ik zie er hier een heleboel in de bakjes zitten – die gaan wij niet gebruiken in onze kuip.

Waarom niet?

Wel… zo'n zuurstofplanten die gaan al snel woekeren.

Oké, ze maken veel zuurstof aan, maar ze zijn zo verschrikkelijk groeikrachtig dat ze op een mum van tijd, in een paar weken tijd, heel het volume van je kuipje hebben overgenomen, en dat is niet de bedoeling.

Er moet wel zuurstof in het water komen, maar daar hebben wij een andere oplossing voor. We gaan dat doen met een pompje straks.

Moerasplanten, zuurstofplanten, planten met drijvende bladeren, daar gaan we nu uit kiezen. Behalve dus die zuurstofplanten, die gaan we echt niet nemen. Het heet niet voor niets 'waterpest', deze plant.
De kunst bestaat erin om aan de ene kant niet te overdrijven, plant dat niet meteen vol. En ten tweede, om ervoor te zorgen dat je een verticale component hebt en een horizontale component.

Waterplanten of moerasplanten die laag groeien, en die verticaal groeien. Als je die twee combineert, dan boots je de natuur na. En als je de natuur nadoet, heb je een grote kans om snel een mooi biologisch evenwicht, dus helder water, te bekomen in je kuip.
Hoe groter je kuip is, hoe hoger de verticale moerasplanten mogen zijn. En deze is een lisdodde. Niet zomaar een lisdodde, het is een variegata. Dat wil zeggen, eentje met een mooi wit gestreept blad.

Veel moerasplanten kun je kopen als ze al in de vijvermandjes staan. Bij de waterlelies is dat niet het geval. Die gaan we straks apart opplanten en tonen hoe dat moet. Maar deze, die kunnen zo in de vijver.

Kijk, ze proberen al te ontsnappen. Er komen al kleine onderwaterstengels door de wand van het vijvermandje. Het is dus de boodschap om ieder jaar eens, in de vroege lente, als je de schoonmaak doet, de mand eruit te nemen en hier aan de kanten mooi terug af te knippen.

Maar deze, die gaat mee.
Voor de verticale structuur zijn we al helemaal in orde hé, met deze bontbladige lisdodde. Die zullen heel mooi staan, zeker als er van die mooie bloeikaarsen in komen.

Nu, voor de horizontale structuur ga ik kiezen voor echte lage oeverplanten. En mijn voorkeur gaat dan uit hier, naar deze.

Dat is een inheems gewas. Dat is lysimachia nummularia, ook wel penningkruid genoemd in het Nederlands. Die heb je in de natuurlijke vorm, zo groeit hij ook bij ons, langs de beken.

Maar je hebt die ook in een vrij lichtgroene vorm.

En die aurea-vorm, daar kies ik voor omdat die heel mooi gaat oplichten.
Even kijken…

Dat is een plant die onder water kan groeien, en die vanaf het moment dat hij boven water komt, ook op de oever gaat verdergroeien.

Hij is zeer groeikrachtig, maar hij is heel gemakkelijk om bij te houden. Gewoon met een schaartje erlangs, en je hebt er jarenlang plezier van.

Penningkruid dus.
Voilà.

En nu op naar de waterlelies.
Ja, waterlelies zijn planten die al vrij snel een groot oppervlak kunnen bedekken, dus de waterlelies die ik hier zie… daarvan denk ik dat het echt wel een betere keuze is voor een grote vijver.

Maar kijk eens wat een verscheidenheid aan bladeren… Groot, klein…
Ook deze hier, kijk eens wat een mooie prachtige witte bloemen erin komen.

Maar ik zoek de kleine blaadjes… Ahn, kijk, hier si.
Kijk eens naar die blaadjes. Dat is de grootte van de pygmee waterlelie, van de dwergwaterlelies.

En zo ga ik er eentje meenemen.

Één is meer dan genoeg. Het is niet de bedoeling dat gans het wateroppervlak is bedekt, maar wel een klein stukje.
Kijk si, hier ben ik met mijn gevulde kar. Twee lisdodden, vier penningkruidjes en een miniwaterlelietje.

Nu eens even zien waar we uitkomen met deze toch wel hoge lisdodde… als ik die op de bodem zet. Liefst aan één kant. Doe dat niet in het midden, zet dat gewoon aan de kant.

Eens kijken waar we uitkomen…
Dus het water gaat ongeveer tot hier komen.

Ja, dat is mooi hé. Dat is prachtig…

Voilà.
Nu, voor ons penningkruid zitten we met een klein probleempje…

Die zitten nog in een pot die gesloten is aan de buitenkant, en dat is echt niet de bedoeling.

Ik ga daar kleine plantmandjes voor nemen en die ga ik aanvullen met substraat.

Dit hier is vijversubstraat. Ik ga even de zak open maken…
Wat is dat nu feitelijk?

Wel, dat is een zeer poreus gesteente.

Je kunt ook vijverlava gebruiken…

Maar dit is vijversubstraat en is in feite nog wat poreuzer.

Door het grote interne oppervlak, is dit een prima vestigingsplaats voor alle bacteriën die we straks gaan toevoegen. Want de kunst van een heldere kuipvijver, dat is de juiste bacteriën, een beetje zuurstof in het water – dat gaan we straks nog zien – en de juiste planten.
Dat penningkruid zal al goed doorworteld zijn. Ja kijk, de wortels zitten al helemaal tot in de kant.

Er hoeft niets anders te gebeuren dan een beetje substraat onderin…

Penningkruid erin. En dan rondom wat aanvullen met substraat…
En zo gaan we dat doen met alle vier.
En die kunnen er dan in.
Ook bovenaan wat substraat erop.

Dan heb je minder kans dat er aarde gaat uitspoelen en dat het water in het begin zo wat troebel gaat zijn…

We gaan meteen goed beginnen hé.

Zo, fluitje van een cent.
Kijk, die zijn klaar.
Om ze op de goeie hoogte te brengen, ga ik een paar stenen moeten gebruiken.
Ik ga het penningkruid planten aan de voet van de lisdodde.

En de overblijvende ruimte hiervoor, die is voorbehouden voor mijn miniwaterlelietjes.

Dus die ga ik een beetje verspreid hier zetten…
Nu is het aan de waterlelie.

Voor de waterlelie ga ik een grotere plantmand gebruiken, want ik wil dat die wortels zich heel goed ontwikkelen en dat er heel veel kleine blaadjes komen en natuurlijk veel miniwaterlelietjes in de zomer.

Dus ik gebruik hier een ietwat grotere plantmand.

En ik gebruik ook dit zakje.

Deze doek.

Die is belangrijk tegen het uitspoelen van de grond, want voor waterlelies gebruik je een speciale grond. Een waterleliegrond.

Waterleliegrond bevat voor 50 procent blauwe klei.

Als ze in een goeie blauwe voedzame klei staan, dan zullen waterlelies het goed gaan doen.
Beginnen doe ik opnieuw met een laagje van dat substraat onderin.

Dat is goed voor het bacterieleven. Bacteriën vestigen zich heel graag en massaal in poreus materiaal.

Een klein laagje onderin is meer dan voldoende.

Trouwens, met de overschot van dit materiaal, van dit vijversubstraat, wat ga je er anders mee doen dan gewoon op de bodem van je minivijvertje doen. Dan kunnen nóg meer bacteriën zich daar vestigen en gaat je water nog beter in orde zijn, nog helderder blijven.
Je voelt het ook meteen aan deze waterlelieaarde, dat is niet de gewone vijveraarde die je gebruikt… Ik kan er echt ballen van kneden, dus er zit echt wel heel veel klei in.

En je ruikt het ook wel een beetje.

Dus dit gaat hierin…
En zo meteen ga je begrijpen waarom dat doek nodig is. Want als je deze klei rechtstreeks in contact brengt met water, dan gaat dat zeer sterk vertroebelen.
Voilà, tijd nu om de miniwaterlelie erin te zetten.

Heel voorzichtig ondersteboven houden…

Even inschatten hoe diep die moet staan.

Maar geen nood, als je een waterlelie te diep zet, dat gaat zij al heel snel de stengels verlengen en met de blaadjes naar boven komen. Maar er zijn natuurlijk grenzen. Zo'n miniwaterlelie mag je echt niet dieper zetten dan een halve meter. In tegenstelling tot grote waterlelies, die gerust 80 cm tot zelfs een meter diep mogen komen.

Zo…
Even aanvullen met waterlelieaarde…
Alleen als je het zo doet, dan is de kans op succes gegarandeerd.

Te veel mensen gaan nog waterlelies gewoon in hun plantmandjes laten staan…

Maar dat is niet de bedoeling.

Waterlelies zijn echt slokoppen waar het de voeding betreft.
En nu ga je zien wat ik doe met deze doek…

Ik plooi die volledig dicht, onder de waterlelie, zodat eigenlijk alleen de steeltjes van de bladeren komen bovenpiepen.
Dat is de bedoeling.

En de rest… ga ik aanvullen met substraat.
Als je het zo doet, blijf je helder water hebben. Plant je een waterlelie in voedzame kleiaarde. En is het succes op rijk bloeiende waterlelies en gezonde blaadjes verzekerd.
Even controleren of de diepte min of meer klopt.
Dat doe ik op deze manier: ik ga voorzichtjes de steeltjes van de bladeren omhoog heffen, en ik kijk naar het bovenste blaadje… en dat komt bijna zo hoog als de rand van mijn kuip, dus dat zit wel goed hé.

Zo, dit is alles.

Twee lisdodden, vier penningkruidjes en één miniwaterlelietje.

En wat doe ik met de rest van het substraat? Wel, dat doe ik gewoon op de bodem van mijn vijvertje.
Het ziet er al goed uit hé.

Tijd om te vullen!
Bijvullen doen we met leidingwater. En waarom niet met regenwater, hoor ik u al vragen?

Wel, regenwater bevat verrassend genoeg erg veel stikstofpartikeltjes. En die gaan het water zo zeer verrijken dat algengroei bijna onvermijdelijk is. Dus altijd het beste, ook voor een gewone tuinvijver, vul die eenmalig met leidingwater. Dan ben je zeker van te beginnen met een goeie kwaliteit van water. Dat is een hele nuttige tip.

Regenwater bevat stikstof, spijtig genoeg.
Ja, ondertussen is zich dat hier aan het vullen…
Dit flesje bevat levende bacteriën. Die ga ik er zo meteen bij doen. Ik wacht tot er nog wat meer water in is, en dan meng ik die bacteriën in het water, en die gaan zich vastzetten en vestigen op de wanden, maar vooral… in dat substraat.

Daar zitten heel veel kleine poriën in waarbinnen ze zich prima voelen, en waar ze zich gaan voeden met de voedingsstoffen die in het water terechtkomen. Denk maar stuifmeel, beetje plantenresten en zo, daar gaan ze zich mee voeden.

En het zijn die bacteriën die de sleutel zijn voor een helder minivijvertje. Dus je mag dat zeker niet vergeten.

Even goed schudden, want er was wat bezinksel, en dan het bacteriemengsel toevoegen.
Het gaat even troebel worden. Maar dat gaat straks wel weer weg.
Zo één flesje is meer dan voldoende voor een hele kuip, of voor een kleine vijver.
Dat hebben we al goed gedaan!
Één ding zijn we nog vergeten, en dat is ervoor te zorgen dat er zuurstof in het water komt.

Daarstraks heb ik gezegd, geen zuurstofplanten. Geen waterpest of andere zuurstofplanten, verderkruid… noem maar op. Die gaan direct de massa van het water helemaal bevolken en het helemaal dicht doen woekeren. Dat gaat we niet doen, we gaan voor extra zuurstof zorgen door beweging in het water te brengen, en dat doen we met dit pompje.
Zo'n licht pompje is genoeg. Desnoods, heb je nog ergens een klein aquariumpompje liggen, daar gaat het ook wel mee, maar deze vijverpompjes – dit is de lichtste die in de handel is – die gaan toch wel wat langer mee.
Voilà.
Nu hoor ik u al zeggen, mogen daar ook visjes in?

Ja, je zegt wel visjés, en dat mag. Kleine visjes.

Maar het uitzetten van vissen dat is een verhaal apart, en dat is voor de volgende keer!
Er rest nog de vraag waar je zo'n kuip moet plaatsen. Wel, doe dat vooral niet in de volle zon. Het water gaat te veel opwarmen, het gaat te zuurstofarm worden, algen gaan een kans krijgen in het lauwer water, vissen gaan zuurstofgebrek krijgen, temperatuurverschillen tussen dag en nacht worden te groot…

Dus, liefst half schaduw. Of zelfs, als het niet anders kan, schaduw. Ook dat kan.

En qua onderhoud… wel, in de zomer een beetje de planten bijknippen, zorgen dat die lage planten niet te veel gaan woekeren.

Slechte blaadjes uit de waterlelies knippen. Maar voor de rest is er eigenlijk heel weinig onderhoud aan. Het is in de zomer alleen maar genieten.

In het vroege voorjaar, dan moet je wel eens kijken of er niet te veel modder op de bodem ligt, dan kan je dat weghalen. En een beetje de stenen en de wanden met een schuursponsje afborstelen en klaar is kees!

Een heel jaar plezier voor een uurtje werk.

Dit hier zijn oerkoi, eigenlijk de oervorm van de koi. Dat waren gewoon karperachtigen die in Japan in de rijstvelden leefden. En men is dan gaan zien dat er daar soms bij waren met enkele beter gekleurde schubben of met wat helder gekleurde vinnen. En daar is men dan op gaan verder kweken, en is men uiteindelijk na jaren en jaren van selecteren en nog eens selecteren gekomen tot al die prachtige koi vormen.
Maar deze koi zijn heel goed geschikt om eens uit te leggen waarop je moet letten als je vissen gaat kopen.

Er zijn een aantal details aan de vinnen, de ogen, de schubben, de houding en de buik van de vissen waar je moet naar kijken om te weten of je met een gezonde vis te doen hebt.
Nu, natuurlijk in een goed uitgerust en proper vijvercentrum zoals dit moet je al niet benauwd zijn. Maar het loont toch de moeite om te weten hoe je een gezonde vis herkent. Als je naar de vinnen kijkt dan moet je er erop letten dat de rugvin mooi recht staat, de vinnen mooi open, de buikvinnen mooi uit elkaar waaieren. Als dat het geval is, dan ga je kijken naar de ogen, de ogen van de vis moeten helder zijn. Er mag geen witte waas op zitten op één of twee van de ogen. Ook dat is heel belangrijk.
De houding van de vis, ligt die mooi rechtop in het water. Een vis die niet zo gezond is, die problemen heeft met zijn ingewanden of zijn zwemblaas. Die gaat een beetje scheef hangen naar de een of andere kant. Dan, de vorm van de vis, zit er geen kronkel in die ruggengraat, die moet mooi recht zijn. En dan ook de buik van de vis, is die niet opgezwollen? De schubben, staan die niet wat open? Ziet de vis er niet zo een beetje opgeblazen uit? Ook dat is niet goed.
Maar in dit geval is dat zeker niet zo en hebben we hier te doen met uitstekend gezonde oerkoi.
Voor ons kleine minivijvertje heb ik gekozen voor goudelrits, dat zijn visjes die nu maar een paar centimeter groot zijn, kijk ondertussen is Mieke volop bezig met ze te vangen, en ik had gedacht aan een tien of twaalftal voor die kuip die we de vorige keer hebben klaargemaakt. Dat is meer dan genoeg.
De kuip is klaar, de planten staan erin, de bacterieën zitten erin, er mankeren alleen nog een paar visjes.
Vissen transporteren, dat doe je niet zomaar in een emmer. Daar is een speciale techniek voor nodig en in de goede vijverwinkel, daar kennen ze dit wel. Die vissen moeten in een zak, er moet zuurstof bij, zodat ze veilig kunnen getransporteerd worden naar huis. Dat gaan we nu doen.
Dus de visjes gaan in een zakje met water uiteraard...Voilà… Dan gaan we de zuurstof die erin zit, de lucht eruit laten… Zo… en dan gaan we vullen met verse zuurstof. En dan maken we het zakje dicht, zodat er niets meer uitkan.
Kijk, hier zijn ze dan hé. Het water voelt nog heel fris aan. Er zit veel zuurstof in de zak, dus nu kunnen ze ertegen voor vier à vijf uur denk ik toch. Eeuhm wat is nog belangrijk, ja dat het water niet te warm wordt. Dus als je nog een rit met de wagen voor de boeg hebt, steek dan deze zak gewoon in een kartonnen doos en leg er een vochtige doek over. Een natte opnemer of iets gelijkaardigs. Dan blijft het ook heerlijk fris. Wij gaan nu onze vissen uitzetten!
Nu weten we hoe een gezonde vis eruit hoort te zien. En hier om onze kleine visjes voor onze kleine kuip, voor ons minivijvertje, gezond te houden. Hebben we ze laten gewennen aan de temperatuur van het water. Een half uurtje hebben ze in deze zak gedreven, zodat ze geen temperatuur schok krijgen. Want dan krijgen ze stress en worden ze vatbaar voor ziekte. Dus wat ik nu doe, is deze met zuurstof bijgevulde zak gewoon even los maken van boven, dat is met een elastiek goed straf vastgemaakt.
Kijk, ik ga nu...zo...het water bij in de zak laten lopen. En dan keer ik hem voorzichtig om… daar gaan ze … ze zijn vertrokken. En ik zie ze al niet meer, natuurlijk, in het begin gaan die visjes moeten wennen aan hun nieuwe omgeving. Ze gaan zich verstoppen achter die potjes, tussen de waterplanten enzovoort. Maar, je moet niet bang zijn, binnen een dag of twee zwemmen ze vrolijk aan de oppervlakte.
Ja, we weten nu al hoe een gezonde vis er moet uitzien, we weten hoe je vissen in een kuip moet houden, hoe je die kuip moet inrichten. Dan komen we bij de andere soorten vijvers. Je kunt vijvers in feite indelen in drie grote groepen. Je hebt de tuinvijvers, je hebt de zwemvijvers en je hebt de koivijvers. Da's een geval apart. In koivijvers, daar moeten natuurlijk koivissen in. Maar daar kan je dan weer geen planten in zetten, want koi zijn grazende vissen. Dat is een geval apart voor meer gevorderde vijverliefhebbers. Zwemvijvers, daar moeten helemaal geen visjes in, het mag maar het moet niet. Maar hetzelfde geldt, en dat weten veel mensen niet, voor gewone tuinvijvers, hoe klein of hoe groot die vijver ook is. Er komt vanzelf wel leven in, behalve dan visjes, ofwel moet je veel geluk hebben dat er aan een reiger of eendepoten wat viseitjes zijn blijven hangen als die van ergens anders komen. In een tuinvijver daar komen amfibiën in, komen gewoon over het land gesprongen als de kikkers, of gewandelt zoals de salamanders. En de insecten, de meeste onder water levende insecten, ja die kunnen ook wel vliegen. Schrijvertjes en zoverder, watertorretjes, die komen gewoon snachts uit de lucht vallen en bevolken zo je vijver.
Maar welke vissen je nu in een tuinvijver kunt steken, dat gaan we nu effkes bekijken.
In een kleine tuinvijver zet je liefst kleine vissen en ook niet teveel. Hoe groter de vijver, hoe meer vissen erin kunnen en hoe groter ze mogen zijn. Informeer je dus goed als je gaat vissen aankopen, hoe groot ze uiteindelijk zullen worden. Nu, je kunt de tuinvijvervissen indelen in twee grote groepen, aan de ene kant heb je de karperachtigen. Zeg maar de goudvisvarianten en aan de andere kant heb je de windeachtigen of de voornachtigen. Dat zijn meer vissen die ook bij ons in het wild voorkomen en die insecten eten en meer beweegelijk zijn en meer in groepen leven. Terwijl goudvissen in feite meer solitair zowat rondzwemmen in de vijver. Aan jou de keuze.
Er zijn intussen van de goudvissen enorm veel variëteiten, maar er zijn toch drie bekende variëteiten op de markt. Diegene die nog het meest op een gewoon goudvisje lijkt zijn deze komeetstaarten, die worden zo genoemd omdat hun staartvinnen een klein beetje verlengd zijn zoals je heel goed kunt zien. Komeetstaartjes, die zijn er in het rood of in het oranje. Ze zijn er ook in het geel.
Een tweede groep is een kleurvariant, die komt uit Japan. Ook met verlengde staartvinnen, maar met enorme mooie kleuren. Het lijken wel heel kleine kois. En dat is de shubunkin. Een heel aantrekkelijk visje, voor ind e tuinvijver of voor in de grotere vijverkuip.
En hier zie je dan de heel bekende, wit-rood gekleurde sarasa. Dat is ook een goudvisvariëteit die enorm populair is. En met een enorme variatie aan witte en rode vlekken. Heel aantrekkelijk ook voor in de vijver. En je koopt ze op maat, voor een grotere vijver pak je vissen die al wat groter zijn, voor een kleinere vijvertje pak je vissen die je zelfs nog in een bokaal zou kunnen zetten.
In het verre japan is men heel ver gegaan in het doorkweken van heel speciale goudvisvormen. En dan komt men tot deze oranda's. Je kan er misschien zelf je eigen idee over hebben, de japanners zijn er gek op, ik heb er zo ook wel een beetje mijn eigen gedacht over. Maar oordeelt u zelf of het nu sieraden of gedrochten zijn, maar ook dat kan in je vijver. Uiteraard zijn dit geen snelle vissen en als de reiger eens langskomt gaat hij wel beginnen met je duurste vissen eruit te halen want ze zijn helemaal niet snel, ze laten zich heel gemakkelijk pakken. Denk daaraan als je er gaat kopen.
Zet je geen karperachtigen in de vijver maar heb je liever visjes die wat meer beweegelijk zijn, die ook in grotere scholen kort onder het oppervlak bij elkaar zwemmen. Dan kom je bij onze inlandse winde terecht. En er zijn verschillende variëteiten van ontwikkeld. De blauwe winde, de zilverwinde, de roodwinde ondertussen ook al en zelfs onze mooie rietvoorn of bittervoorn zijn best visjes die je in je vijver mag zetten. Dan ben je bezig met inlandse visjes die insecten eten en je hoeft die niet zoveel te voeren als al die kaperachtigen want ja die moet je voeren zoals konijnen. Het zijn planteneters, maar deze die kunnen eigenlijk zo wel een beetje hun plan trekken in de vijver. En daarom verkies ik toch wel windesoorten.
Je kunt er naar blijven kijken hé. Naar al die vissen hier, in die verkoopbakken. Maar dat brengt me bij de vraag : 'hoeveel vissen ma je nu eigenlijk in je tuinvijver zetten?'.

Wel er bestaat een regel voor, vroeger was die regel: 10centimeter vislengte per vierkante meter vijverwater. Maar je moet het meer naar het volume gaan bekijken, zo hebben we geleerd. Per kubieke meter vijverwater mag je ongeveer één kilo vis zetten. Bijvoorbeeld, zoals deze prachtige koi hier, ik neem aan dat die een kleine tweehonderd gram per visje wegen. Dat wil zeggen vijf vissen in een kilo. Heb je een tuinvijver van vijf vierkante meter en een meter diep, dan mogen hier precies vijfentwintig van die gasten in. 

Je kan dit artikel volledig lezen na registratie

Reageer

Kleurenschema
Aantal tegels per rij
Beeldverhouding
Weergave
Hoeken afronden
0

Welkom bij Dobbit 

Dobbit maakt gebruik van cookies om uw gebruikservaring te optimaliseren en te personaliseren. Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met Het privacy- en cookiebeleid.