WAT HOORT WAAR IN DE KOELKAST?
Een koelkast is ingedeeld in zones, en niet overal is het even koud. Daarom is het beter om een bepaald type voedsel op een bepaalde plaats te leggen. Wat je waar legt, lees je hier.
DE IDEALE TEMPERATUUR
Niet overal in je koelkast is het even koud. Zorg dat je koelkast correct is ingesteld. Je kan de temperatuur instellen met deze knop. Hoe hoger je die instelt, hoe kouder het gaat zijn. Normaal moet je die instellen op 6 à 7 op 10, 3 à 4 op 5.
Als je niet zeker weet of je koelkast koud genoeg is, kan je een koelkastthermometer gebruiken om de temperatuur te controleren.
WAT HOORT WAAR?
- Idealiter is het in het midden van je koelkast 3 à 4 graden. Dat is de plaats voor bereide gerechten, slaatjes, charcuterie ...
- Bovenaan is het ietsje warmer, 6 à 7 graden. Hier kunnen de producten die niet zoveel koeling nodig hebben: yoghurt, boter, confituur.
- Onderaan is het wat koeler, tussen de 0 en de 2 graden. In deze koudste zone bewaar je de producten die het snelst bederven. Denk aan rauw vlees of vis.
- Naast deze drie zones heb je nog de deur, daar is het ook eerder 6 à 7 graden (je bewaart er de drank en de eieren) en de groentelades, daar is het zo‘n 4 à 6 graden (de groenten en eventueel wat fruit bewaar je daar).
- Niet alle groenten en fruit horen trouwens in de koelkast. Vruchtgroenten en wintergroenten bewaar je beter op een koele, donkere plaats, minder dan 4° is eigenlijk niet goed.