HOE IS EEN VLOER OPGEBOUWD?
##video:zdbbe1929u00;right;p50##Zit je met een fikse verbouwing waarbij je moet chapen of je vloer isoleren? Dan is het handig om te weten uit welke lagen een vloer is opgebouwd en welke volgorde die lagen volgen. Ook al heb je maar een nieuwe vloerafwerking te leggen, is het altijd interessant om eens te weten wat er allemaal onder ligt. Een overzicht.
1. FUNDERINGEN
2. BETONPLAAT
3. LEIDINGEN
4. VLOERISOLATIE
5. VLOERVERWARMING
6. CHAPE
7. VLOERBEDEKKING
1. FUNDERINGEN
Heb je een stuk dat je nieuw moet zetten? Dan graaf je eerst funderingen. De diepte daarvan ligt rond 1 meter, afhankelijk van wat je architect voorschrijft. Die funderingen worden vervolgens volgestort met beton.
Afhankelijk van je ondergrond en de last die je funderingen zullen moeten dragen, kan het nodig zijn om de sleuven te voorzien van een ondergrond in bijvoorbeeld steenslag of betonpuin en van een bekisting. Ter versteviging worden er in vele gevallen ook wapeningsnetten in het beton geplaatst.
Tussen de funderingen worden eventueel ook rioleringsbuizen gelegd. De sleuven die hiervoor gemaakt zijn, worden opgevuld met aarde of steenslag. Hierop wordt dan de vloerplaat gegoten.
2. BETONPLAAT
Minimale dikte: 10 cm
De betonplaat is het startpunt van de uiteindelijke vloeropbouw bovenop de funderingen. Deze wordt samen met de fundering van het huis gegoten. Maar eerst komt er nog een vochtfolie die opstijgend vocht zal tegenhouden. Anders kunnen de wapeningsnetten gaan corroderen.
Voor het storten leg je de wapeningsnetten op wat stenen en niet op de grond, zodat ze volledig in het beton zullen zitten.
Bij een renovatie zorg je ervoor dat het beton niet tegen de oude fundering aan ligt, maar zwevend wordt gelegd. Daarvoor voorzie je aan de randen wat randisolatie. Een gegoten betonplaat heeft tot 30 dagen nodig om te drogen.
3. DE LEIDINGEN
Op de betonplaat komen meestal eerst de leidingen voor de aan- en afvoer van water, elektriciteit en andere kabels. Begin daarbij altijd met de afvoer van het water, deze leidingen zijn immers groot en niet flexibel. Ze moeten ook een bepaalde hellingsgraad hebben om een vlotte afstroming te garanderen.
Elektriciteitskabels hou je voor het laatst, omdat je die nog gemakkelijk overal over kan plaatsen. Houd er wel rekening mee dat alle leidingen die je in deze fase van de vloeropbouw legt, straks onbereikbaar zullen zijn.
4. VLOERISOLATIE
Minimale dikte: 11 – 15 cm
Liggen de leidingen er? Dan is het tijd om te isoleren. Een goede 10% van de warmte in huis gaat verloren via de vloer, dus in een moderne woning is het een must om ook daar te isoleren.
Gebruik je harde isolatieplaten? Dan moet je nog een uitvullingslaag over de leidingen gieten om deze te bedekken. Wil je zowel isoleren als egaliseren, dan is schuimbeton het materiaal bij uitstek. Is die egalisatielaag uitgehard? Dan plaats je de isolatieplaten naadloos. Alle kleine hoekjes moeten worden opgevuld.
Isoleer je je vloer met gespoten PUR? Dan is een uitvulchape niet nodig. In dit geval wordt de isolatie nog vlak geschuurd, zodat er een goede basis is voor de chapelaag. Als je een isolerende chape gebruikt, is isolatie onder de chapelaag eveneens geen vereiste.
5. VLOERVERWARMING
Heb je vloerverwarming gekozen? Dan kan je die nat plaatsen, waarmee wordt bedoeld dat de buizen op de isolatielaag worden gelegd (met een folie tussen de buizen en de isolatielaag) en daarop de chape wordt gegoten.
Bij een droog systeem daarentegen ligt de vloerverwarming verzonken in de isolatieplaten. Daarvoor is dan in de platen zelf reeds een uitsparing gemaakt. Bovenop die constructie komt dan een metalen plaat die de warmteverdeling bestendigt. Daarop komt de chapelaag terecht.
6. CHAPE
Minimale dikte: 5 cm
Heb je de isolatie en eventuele vloerverwarming geplaatst, dan kan je beginnen met de dekvloer. Chape is een mengsel van zand en cement. Daarin wordt nog een wapening gelegd, bestaande uit netten of vezels met dezelfde eigenschappen als zo’n net – namelijk het voorkomen van scheuren in de vloer.
In deze fase houd je al rekening met de dikte van de afwerking. Bij de dorpels moet er immers nog genoeg plaats over zijn voor de vloerafwerking. Zorg dus dat je weet wat je wil leggen voor de chape wordt geplaatst.
Chape wordt altijd zwevend gelegd (los is van alle andere elementen van het huis). Onder de chape wordt er een folie gelegd en wordt er randisolatie geplaatst tussen de muur en de chape. Op die manier scheurt de chape niet na verloop van tijd.
Bij vloerverwarming zal die folie reeds onder het buizennetwerk aanwezig zijn. In de chape worden er, zeker als er vloerverwarming wordt geplaatst, ook uitzetvoegen geplaatst. Deze moet je ook laten doorlopen als je tegels plaatst. Plaats dus nooit een tegel over de uitzetvoeg.
De chape moet je ook weer laten uitharden. Hoelang dat duurt, hangt af van de dikte. Je rekent best op een week per cm dikte. Vanaf 5 cm dikte reken je voor elke extra cm 2 weken bij.
7. VLOERAFWERKING
Ligt je dekvloer er, dan kan je een vloerafwerking naar keuze plaatsen. Daarvoor zijn er heel wat keuzemogelijkheden, van natuurlijke producten als hout of natuursteen tot laminaat of LVT.
Je mag normaal gezien slechts beginnen met vloeren als de chape volledig is uitgehard en als de vloerverwarming is opgestart, als je die hebt natuurlijk.
Bij parket is het zeker belangrijk om een vochtigheidstest te doen voor je aan de slag gaat. De enige uitzondering zijn tegels. Die kan je al sneller leggen, maar toch wacht je ook beter vier weken. Zo vermijd je later scheuren of loszittende tegels.
Wil je een bepaalde vloerafwerking op een bestaande vloer leggen? Lees dan hier verder om te zien welke voorbereidingen je moet treffen.