Kijk gratis en onbeperkt

Registreer

Terras aanleggen met Roger

Compilatieaflevering - Wil je je eigen houten terras aanleggen of vernieuwen? Roger deelt zoals steeds graag zijn ervaring.

Transciptie 

Nu de koudste wintermaanden erop zitten, mogen we stilaan weer beginnen dromen van de zon. En waar kun je daar meer van genieten dan op je eigen terras? Met de tips van Roger leg je dat binnen de kortste keren zelf. We maakten een samenvatting van alles wat we tot nu toe leerden over het zelf aanleggen van een houten terras.

Heb je al een terras of fundering liggen op de plaats waar je je nieuwe terras wilt, dan kun je die eventueel behouden. Daarover straks meer. Als je daarentegen een lapje grond door terras wilt vervangen, moet je de ondergrond eerst en vooral stabiliseren. We tonen hoe dat in zijn werk gaat.


Stabiliseren van de ondergrond; het klinkt misschien als een klus voor professionals, maar voor je terras kun je dit perfect zelf doen. Het is een stap die je hoe dan ook niet mag overslaan, anders zou het terras kunnen verzakken.

Baken in eerste instantie de plattegrond van je terras af; zorg dat je iets breder uitkomt dan de vereiste oppervlakte zodat je speling hebt.

En dan de hamvraag: hoe diep moet je graven? Dat zul je even moeten uitrekenen. Tel de dikte van de verschillende lagen bij elkaar op. Dat zijn dus een laag stabilisé, daarop een laag klinkers, tegels of voeten, aangevuld met eventueel rubberen pads, daarop nog eens een houten of aluminium onderstructuur en ten slotte je terrasplanken (tenzij je die boven vloernieau wilt). Zul je onder een dorpel moeten werken, neem dan een paar centimeter marge om te verzekeren dat je de laatste plank daar gemakkelijk onder krijgt.

Voor de dikte van de stabilisé reken je het best 15 tot 20 centimeter; dat is dus zonder de inbedding van de klinkers of tegels gerekend.

Eenmaal je weet hoe diep je moet graven, kun je beginnen. Kleine oppervlaktes en delicate plaatsen zoals de randen graaf je uit met de spade. Ga je een grotere oppervlakte doen, dan kan je beter een kraantje huren voor de grove stukken. Pas bij het uitgraven wel op voor buizen, zodat je ze niet beschadigt.

Als je de gewenste diepte bereikt hebt, dam je de ondergrond eerst en vooral nog eens aan met een handaandammer of trilplaat. Ook kan het een goed idee zijn om op de ondergrond een antiworteldoek te leggen, zodat er later geen onkruid naar boven komt. Zo’n antiworteldoek plooi je gewoon open, leg je voorlopig vast met tegels en snijd je dan langs de randen op maat.

Nu kun je de stabilisé gaan leggen. Stabilisé, ofwel gestabiliseerd zand, zal niet alleen de ondergrond verstevigen zodat je terras gedragen kan worden, maar zal ook het regenwater laten doorsijpelen. Om er zeker van te zijn dat het water weg kan, kun je je terras ook een beetje laten afhellen richting de tuin. In dat geval moet je dus ook de stabilisélaag een beetje laten hellen.

Stabilisé kun je het gemakkelijkst zelf mengen met een voorgemaakte mix waar je enkel nog water aan moet toevoegen. Giet een laag uit en ga erover met de trilplaat om aan te dammen voor de stevigheid. Vul dan opnieuw aan met stabilisé en tril weer aan, tot je de nodige dikte bereikt hebt – 15 tot 20 centimeter dus. Bij twijfel werk je beter te laag dan te hoog, want als je te laag zit kun je later de hoogte nog aanpassen met kaleerblokjes.

Nu de stabilisélaag er ligt, ga je over naar de volgende stap: het plaatsen van de klinkers of tegels.


Om te vermijden dat de onderstructuur van je terras straks in een vochtige ondergrond komt te liggen, wordt die op klinkers, tegels of terrasvoeten geplaatst. Die worden vastgezet in een laagje stabilisé. Je kunt een volledige straatlaag leggen en daar de klinkers induwen en aandammen, of gewoon voor iedere klinker een hoopje maken dat je daar goed rond aandrukt.

Om vlot te kunnen werken, kun je het best een metserskoord spannen; zo heb je telkens een referentiepunt voor de hoogte van de stenen.


Is er een dorpel, dan begin je daar de eerste rij. Giet wat stabilisé uit en plaats daar de stenen in. Je kunt nog stabilisé bijleggen of wegschrapen tot ze goed liggen. Controleer regelmatig met je waterpas, natuurlijk rekening houdend met een eventuele lichte helling als je die voorziet. Met een moker of aandammer bed je de steen goed in.

Als de twee rijen langs de randen er liggen, kun je de andere rijen leggen langs je referentiekoord. Om te weten op welke afstand je ze van elkaar moet leggen, moet je bekijken waar de draagbalken zullen lopen. De klinkers moeten de hart-op-hartafstand van balk tot balk kunnen overbruggen en ook voldoende ondersteuning bieden in de lengterichting.


Een volgende stap zal het plaatsen van de draagstructuur zijn. Als je een nieuw terras gaat aanleggen op een bestaand terras, dan moet dit nu je eerste stap zijn. In plaats van ze dan op aparte klinkers of tegels te bevestigen, zul je de draagbalken dan verankeren in een bestaande beton- of tegelvloer. Opgelet: doe dit alleen als die nog in goede staat is en er geen losse of kapotte stukken zijn. Houd er ook rekening mee dat deze vloeren geen water doorlaten en dat je dus voor een lichte helling zult moeten zorgen zodat het water kan weglopen. Kijk ook even of de dorpels hoog genoeg zijn zodat je terrasplanken eronder passen.

Je kunt later de terrasplanken gewoon vastschroeven in de onderstructuur, maar dan zie je niet alleen de schroeven zitten, maar krijg je ook sneller te maken met roestvorming. Daarom bestaan er systemen om de planken onzichtbaar te bevestigen. Welk systeem je kunt gebruiken, is afhankelijk van de soort terrasplanken die je kiest. Sommige systemen vereisen een houten onderstructuur en andere een aluminium draagstructuur. De werkwijze is vrij gelijkaardig, maar we overlopen ze allebei eens.


Ga je een houten draagstructuur plaatsen, dan wordt er aangeraden om daarvoor dezelfde houtsoort te gebruiken als die voor de terrasplanken. Maar je kunt ook een alternatief zoeken; hier zal bijvoorbeeld een terras in padouk komen te liggen, maar voor de onderstructuur wordt geopteerd voor gelamineerd hard hout, dat net zo duurzaam is én een pak goedkoper.

Uit de balken maak je dus een kader, dat op de stenen komt te liggen.


De klossen zijn in feite niet noodzakelijk, maar zullen wel voor een steviger kader zorgen. Dat kader zal dus op de stenen rusten en dwars onder je terrasplanken liggen. Maak de draagbalken op maat met een handzaag of afkortzaag.

Leg de balken al eens los uit en bekijk met een regel of ze ongeveer in elkaars verlengde liggen, maar zorg – zeker in het geval van een vaste ondergrond waarin het water niet kan wegsijpelen – voor een kleine helling. Je kunt de hellingsgraad wijzigen door middel van spieën.

Gebruik waar mogelijk het reststuk van de vorige balk voor de nieuwe rij. Zo zit de naad tussen twee balken telkens op een andere plaats.

Aan het uiteinde moeten de balken gelijk liggen, dus werk je tegen een muur aan, dan kun je ze met een lange regel of waterpas daartegen opduwen. Ga je straks de terrasplanken onzichtbaar verankeren door middel van een clipsysteem, wat trouwens aan te raden valt, dan moeten de uiteindes van de draagbalken nu misschien eerst nog van een clip voorzien worden. Er bestaan verschillende systemen, dus kijk in de handleiding wat er op voorhand moet gebeuren.

Als de positie van de draagbalken correct is en ze er allemaal liggen, kun je daartussen eventueel nog klossen plaatsen. Die hebben steeds een identieke lengte, want de draagbalken moeten dezelfde hart-op-hartafstand behouden. Schroef de klossen vast aan de draagbalken, al dan niet door eerst voor te boren. Gebruik schroeven die aangepast zijn aan de houtsoort waarmee je werkt; hier is dat padoek, dus worden schroeven voor tropisch hardhout gebruikt – die hebben freesribben die boren in het hout gemakkelijker maken.

Hoeveel klossen zet je nu tussen de draagbalken? Bekijk gewoon de hoeveelheid hout dat nog overschiet na het zagen van de draagbalken en verspreid dat over de structuur. Hoe meer tussendragers, hoe meer stevigheid natuurlijk.

Eventueel kun je ook nog rubberen pads tussen de stenen en de draagbalken leggen.


Alhoewel velen het in de praktijk overbodig vinden, kun je de draagbalken nu in principe ook nog eens vastschroeven in de stenen. Boor dan eerst voor in het hout met een houtboor en in de steen met een steenboor, en boor daarna het gat verder uit met een boorhamer. Je verankert de draagbalken dan met slagpluggen in de stenen.

Voor aluminium draagbalken ga je op een gelijkaardige manier te werk.


Sommige clipsystemen vereisen een aluminium draagstructuur. Aangezien verschillende systemen van elkaar kunnen afwijken, geldt ook hier natuurlijk dat je de handleiding altijd eerst even moet doornemen zodat je alles op de correcte manier bevestigt.

Aluminium rails moet je, net zoals houten draagbalken, in rijen aan de ondergrond verankeren. Je moet de rails dus op maat maken, en dat doe je met een metaalzaag of afkortzaag met metaalblad.

Als het systeem een start- en eindprofiel voorziet, dan begin je daarmee. Maak ze op maat, leg ze juist en controleer op haaksheid.


De beugels worden hier aan het start- en eindprofiel gemonteerd door middel van zelftappende schroeven.

Werk je zonder eindprofiel, dan schuif je de eindklemmen voor de bevestiging aan de terrasplanken al in de rails voor je ze tegen een muur plaatst. Later kun je daar namelijk niet meer bij.

Moet je een grotere lengte overbruggen, dan kun je via een verbindingsbeugel twee rails aan elkaar bevestigen.

Begin bij de eerste en de laatste. Je kunt ze dan al voorlopig vastschroeven in de ondergrond, zodat ze niet de hele tijd verschuiven wanneer je er per ongeluk tegen stoot. Omdat de aluminium dragers niet rechtstreeks op een vochtige ondergrond zouden komen te liggen, plaats je tussen de ondergrond en de dragers nog een pad.

Sommige systemen voorzien beugels waarmee de rails tegen de grond gezet worden, bij andere fixeer je de rails met een plug die je door het metaal slaat. Zorg er in dat laatste geval voor dat je boorhamer lang genoeg is, zodat je de afstand van het metaal tot in de stenen of betonnen ondergrond kunt overbruggen.

Zorg er bij de plaatsing van de tussenrails voor dat de hart-op-hartafstand telkens gelijk blijft.


Controleer met een lange regel of waterpas of ze op gelijke hoogte liggen, rekening houdend met een minimale hellingsgraad. Waar nodig pas je de hoogte nog wat aan met kaleerblokjes of spieën.


Als de balken dan zeker juist liggen, zet je ze helemaal vast in de ondergrond.

Is er een begin- en eindprofiel, dan schroef je de dwarse balken daar ook aan vast via de beugels. En indien er een extra afdekprofiel voorzien is waar later de plint tegen komt, dan schroef je die vast vóór je de planken legt.

Als de aluminium onderstructuur er ligt, kun je overgaan tot het plaatsen van de terrasplanken.


Bij het kiezen van je terrasplanken moet je bij het één en ander stilstaan. Wil je het hout bijvoorbeeld niet behandelen, dan kan het mettertijd vergrijzen en zal je terras er dus anders gaan uitzien.


Een ander onderhoudsvriendelijk materiaal dat hout bevat is composiet. Je kunt dan nog kiezen tussen een volle of een geschuimde kern.


Vraag je ook af of je gladde planken wilt of planken met groeven in. Op gladde planken zul je minder snel uitglijden wanneer het regent, omdat het water niet tussen de groeven kan blijven staan.

Voor de plaatsing van de planken kan je ze, zoals eerder gezegd, in feite rechtstreeks in de onderstructuur schroeven. In dat geval moet je de schroeven wel diep genoeg verzinken zodat ze niet uitsteken. Zorg er dan ook voor dat ze in één lijn liggen; dat oogt beter. Je kunt de planken ook vastnagelen in plaats van te schroeven.

Met een onzichtbare bevestiging langs onderen kun je daarentegen geen roestvorming krijgen, en het resultaat is ook het mooist.

Bereken vóór het bevestigen eerst of je met een volle plank kunt eindigen. Als je met een te klein overschot zit, is het beter om niet met een volle plank te beginnen, maar om zowel daar als op het einde een gelijk aantal centimeters in te korten in de breedte. Tenzij je planken net zo lang zijn als je terras moet worden, zul je de lengte moeten inkorten met de cirkelzaag. Voor ronde uitsparingen kun je een decoupeerzaag gebruiken. Als je met het reststuk van de eerste rij een nieuwe rij start, bekom je een mooi wildverband. Je kunt de planken al eens uitleggen om te zien hoe je uitkomt. En hoe bevestig je ze nu?

Heb je metalen draagbalken geplaatst, dan is daarin een gleuf voorzien waarin clips geschoven worden. Die schroef je in de metalen onderbalken vast. De clips klikken vervolgens in de groef van de houten terrasplank, zodat die aan de onderbalken bevestigd wordt.


Is er nog een aluminium startprofiel om mee te eindigen, dan schroef je dat ook vast. Werk je tegen een muur aan en kun je het niet vastschroeven, dan gebruik je lijm. Laat de plank dan gecontroleerd zakken en duw hem na plaatsing goed aan.

Een tip: wil je jezelf al dit boor-, schroef- en clipwerk besparen, dan kun je gebruik maken van een aluminium onderstructuur waar de clips al in bevestigd zitten. Daar kun je dan nog een onderband op kleven om het geluid te dempen. De bijhorende terrasplanken beschikken over passende groeven en klik je daar dus heel eenvoudig in vast, zonder dat je iets hoeft te schroeven. Het handige aan dit systeem is dat je de planken ook gemakkelijk weer kunt losmaken, mocht er bijvoorbeeld iets tussen de terrasplanken gevallen zijn waar je niet bijkunt.
Heb je een houten draagstructuur, dan hangt de bevestigingswijze van de terrasplanken af van hoe die planken gevormd zijn. Beschikken de planken over een groef, dan komen de clips of beugels op de draagbalk te liggen, klikken ze in de groef van de terrasplank en worden ze vervolgens vastgeschroefd in de draagbalk.


Om de planken goed vast te krijgen, kun je een rubberen hamer gebruiken.

Beschikken de terrasplanken niet over een groef, dan zal het systeem een reeks clips voorzien die je boven op de onderbalken bevestigt, en een reeks clips die je onder aan de terrasplanken vastmaakt. Die haken dan in elkaar en zorgen voor de verankering. Leg de planken telkens tegen de onderbalk en teken af waar je de clips moet vastboren. Gebruik daarvoor een winkelhaak.

Houd bij het plaatsen van de terrasplanken wel altijd een uitzetvoeg van minstens 10 mm tussen de planken, en 15 mm waar het terras tegen een muur aan komt.

Als ook je terrasplanken er liggen, zit je klus er bijna op; alleen de afwerking hoort nu nog te gebeuren.


De terrasplanken liggen er, maar tenzij het om een onverhoogd terras gaat, kun je er nu nog onder door kijken. Er moet dus een afboording komen. Een mogelijkheid is een aluminium boord, die je gewoon tegen de kanten verlijmt of vastschroeft. Een aluminium boord is vooral praktisch als je het gras tot tegen het terras wilt laten aankomen; zo vermijd je dat de aarde rechtstreeks contact maakt met het hout, waardoor je terras langer meegaat.

Maar het meest uniforme resultaat krijg je natuurlijk met een houten afboording. Daarvoor plaats je een houten plint of een terrasplank tegen de kopse kanten. Zaag ze op maat. Voor een mooie afwerking aan de hoeken zaag je de planken in verstek, bijvoorbeeld door een afkortzaag te gebruiken en die op 45 graden in te stellen. Verder boor je enkel even voor; aftekenen is niet nodig, want de planken daarachter lopen over de hele lengte door. Je boort dus sowieso juist. Let er wel op dat de bovenrand van je plint mooi op de hoogte van je terrasvloer komt. Dat controleer je gemakkelijk met een waterpas of regel. Nadien verzink je de schroefkoppen nog voldoende, zodat je ze niet meer ziet.

Ten slotte kun je het hout ook nog behandelen.


Je kunt het hout dus nog oliën of beitsen om het een andere uitstraling te geven en te beschermen. Door het thermisch te behandelen zal je de duurzaamheid verhogen en zal het hout bovendien minder krimpen of uitzetten omdat het minder vocht opneemt. Het is dan ook beter bestand tegen schimmel en houtrot.


Zoals je ziet is het zelf aanleggen van een terras geen gigantische klus – en toch kun je er nadien vele jaren van genieten. Wil je op de hoogte blijven van de nieuwste klussen op Dobbit tv, breng dan een bezoekje aan onze website en schrijf je zeker ook in voor het online magazine.

Je kan dit artikel volledig lezen na registratie

Reageer

Kleurenschema
Aantal tegels per rij
Beeldverhouding
Weergave
Hoeken afronden
0

Welkom bij Dobbit 

Dobbit maakt gebruik van cookies om uw gebruikservaring te optimaliseren en te personaliseren. Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met Het privacy- en cookiebeleid.