Hoe natuurleien net wat meer van uw vakmanschap aanspreken
Voorbereiding cruciaal voor mooi eindresultaat
Natuurlijke materialen zijn altijd wat weerbarstig. Dat zit nu eenmaal in hun karakter: dikte, vlakheid en uitzicht durven te variëren en vertonen niet dezelfde uniformiteit als bij industrieel geproduceerde dakpannen. Daar halen ze hun traditionele charme vandaan, maar tegelijkertijd vraagt die grotere grilligheid meer van de dakdekker. Die moet nu echt zijn vakmanschap aanspreken om tot een homogeen en perfect waterdicht resultaat te komen. Met name de voorbereiding zal dat tikkeltje langer duren. Het uitsorteren van de leien, bijvoorbeeld, is een stap die u niet mag overslaan.
Keuze leien
Leisteen is een natuurlijk product dat in grote blokken uit steengroeves wordt gewonnen. Omdat niet iedere laag geschikt is voor dakleien volgt daarna een eerste controle op onder meer structuur en homogeniteit. Pas na die eerste selectie worden de blokken gespleten en verder verwerkt tot de uiteindelijke vorm. De eigenschappen van natuurleien verschillen per steengroeve, telkens met hun eigen typische kleur, textuur, dikte en vlakheid. De uiteindelijke keuze zal dus vallen op de lei die zowel qua esthetische als technische kenmerken het beste aansluit bij de behoeften van het project.
Grondige controle
Wie denkt op de lange termijn, kiest voor kwaliteit. Dat staat buiten kijf. Maar aangezien u met een natuurlijk product te maken heeft, zal er altijd een zekere variatie zijn. Daar kunt u niet onderuit. Vandaar dat een grondige visuele controle van de leien standaard tot de voorbereiding zou moeten behoren. Leien met zichtbare scheuren of breuklijnen mogen geen plaats krijgen op het dak. Dat spreekt voor zich. Voor traditioneel erfgoedwerk ligt de lat zelfs nog wat hoger. Bij dat type van toepassingen vraagt de Agence wallonne du Patrimoine (AWaP), het Waalse agentschap voor het erfgoed, dat u iedere lei vóór de plaatsing met een metalen hamer aanslaat. U moet dus ook uw oren inzetten om op zoek te gaan naar leien van inferieure kwaliteit. Degene met een ‘valse klank’ legt u uiteraard apart.
Het leiwerk mag nog volledig volgens de regels van de kunst zijn aangebracht, als de dakopbouw ondermaats is, zal de prestatie daaronder lijden
Belang van herkomst en certificaten
Welke problemen kunnen zich zoal voordoen? Zichtbare onregelmatigheden zoals insluitsels verdienen zeker de aandacht. Vaak zijn ze onschadelijk, maar voor hetzelfde geld gaat het om mineralen die op termijn kunnen oxideren tot roestvormige vlekken op het dak. Het onderscheid tussen beide valt met het blote oog niet sluitend vast te stellen. Voor die beoordeling moet u terugvallen op de herkomst, de meegeleverde certificaten en de technische documentatie.
Natuurleien vallen onder de Belgische productnorm NBN EN 12326-1: 2014. In die norm worden de technische eigenschappen vastgelegd, net als de eisen op vlak van duurzaamheid. Denk aan waterabsorptie, vorstbestendigheid of het gehalte aan calciumcarbonaat. Specifiek met betrekking tot pyrieten is de thermische cyclusbestendigheid van belang, in het bijzonder de classificatie die daaruit voortvloeit. T1 is de gunstigste. Oxidatieverschijnselen kunt u dan vrijwel uitsluiten. Bij leisteen uit de classificatie T3, daarentegen, bestaat dat risico wel degelijk. Sommige fabrikanten weigeren dat soort leisteen op te nemen in hun aanbod zodat u zich geen zorgen hoeft te maken over de eventuele aanwezigheid van oxiderende pyrieten.
Eerst een goede basis
Het leiwerk mag nog volledig volgens de regels van de kunst zijn aangebracht, als de dakopbouw ondermaats is, zal de prestatie daaronder lijden. Een fraai leiwerk kan dat niet compenseren. De draagconstructie, het onderdak … elke schakel is belangrijk voor een lucht- en waterdicht eindresultaat. Nog voor u de eerste lei legt, moet daarom de toestand, stabiliteit en geometrie van het dak goed worden gecontroleerd. Ook dat maakt deel uit van de voorbereiding. Onderwerp zeker ook het latwerk aan een grondige inspectie. Is het voldoende stevig? Correct gepositioneerd?
De leilatten leggen de horizontale rijen al grotendeels vast. Dus hoe beter de structuur van de latten, hoe mooier de uitkomst zal zijn. Een dak van natuurlijke leisteen vereist overigens geen specifieke opbouw, behalve dan dat in België de technische voorlichting TV 195 stipuleert dat daken met natuurleien een minimale helling van 17° (of 30%) moeten hebben. Dat heeft een rechtstreekse impact op de overlap en de keuze van het formaat van de leisteen. Daar gaan we nu verder op in.
Plaatsing
Een goede voorbereiding begint dus nog voor de eerste lei op het dak komt. We hadden het al over de controle van de leien. Maak daarvan gebruik om de leien meteen te sorteren volgens vlakheid en dikte. Elke lei is immers handmatig geproduceerd. Gemiddeld bevinden ze zich in de vork tussen de 3,5 en 5 mm, met kleine uitschieters aan beide zijden van het spectrum.
Predikheren: klooster uit de zeventiende eeuw (foto: Cupa Pizarras)
Als leien van een sterk verschillende dikte ongelukkig naast elkaar komen te liggen, kan het dakvlak lokaal gaan opstaan of onrustig ogen. Door de dikkere leien onderaan te plaatsen en de dunnere bovenaan, zorgt u voor een gelijkmatig uitzicht. Naast het sorteren is het ook belangrijk om eerst het dak en de omstandigheden goed te bestuderen. Wat is de hellingsgraad en de ligging? Aan welke weersomstandigheden wordt het dak blootgesteld? Op basis daarvan bepaalt u het juiste formaat van de natuurlei, de overlapping en de manier van bevestigen.
Overlapping
Uit de helling van het dak en de ligging van het gebouw vloeit de minimale overlap. En die bepaalt op zijn beurt de minimale hoogte en breedte van de lei. Zo moet een lei minstens dubbel zo breed zijn als de overlap. Voor de hoogte moet u de overlap zelfs minimaal met drie vermenigvuldigen.
Dat zijn algemene richtlijnen. Om over de exacte overlap te beslissen moet u op individueel onderzoek uit. Voor dakvlakken op gevaarlijke plaatsen mag u de overlapping gerust met 10% vermeerderen. Hetzelfde geldt voor een dakvlak met een horizontale projectie groter dan 16,50 m. Alle belangrijke TV 195-adviezen wat dat betreft, staan gebundeld in de onderstaande tabel.
Bevestiging
Voor de bevestiging van natuurleien kunt u kiezen tussen spijkers en haken. Die laatste optie werkt wel een stuk sneller. Er bestaat geen universele oplossing. Het type plaatsing en de omstandigheden geven altijd de doorslag. Op een hellend dak, bijvoorbeeld, wordt vaak gekozen voor de zwarte inox leihaken, met in de randzones een extra verankering door een nagel.
Laat de bevestigingswijze afhangen van het gekozen leitype, de technische keuring, het projectspecifieke detail en de voorschriften van het systeem. Ook over de lengte van de haken is het moeilijk om één duidelijk advies te geven. Die moet niet alleen worden aangepast aan het formaat en de dikte van de leisteen, de beoogde bekleding speelt eveneens een rol. Maar dat neemt niet weg dat er wel een paar vuistregels bestaan. Zo vertrekken sommige bronnen van de overlap. Voor de lengte van de haak tellen ze daar dan 3 mm bij, afgerond naar de volgende centimeter. In de praktijk varieert de lengte van de haken meestal tussen de 7 en de 16 cm.
Aan een ongelijkmatig eindresultaat ligt meestal een gebrekkige voorbereiding ten grondslag
Detaillering
De principes met betrekking tot de plaatsing zijn dezelfde en worden geregeld door TV 219, alleen schuilt er bij natuurleien meer detailwerk en maatwerk in de uitvoering van kritieke punten zoals een dakrand, opstand of kniklijn. Omdat u werkt met kleinere elementen die elkaar overlappen, moet u goed nadenken over de aansluiting en de juiste overlapping. Een kilgoot vormt een uitgelezen voorbeeld. Daar komen twee dakvlakken en dus twee waterstromen samen. Geometrie, ondergrond, waterafvoer en aansluitende leien moeten bijgevolg samen worden uitgewerkt. Bij de detaillering komen vaak ook aangepaste leien en loodslabben of andere waterkerende details kijken. Een belangrijke tip is het afwassen van het lood met patineerolie. Daardoor voorkomt u strepen op de leien.
Eindcontrole
Na de laatste lei volgt een controle van het volledige dakvlak. Kijk eerst van een afstand. Lopen de rijen rustig door? Zijn de kleur- en dikteverschillen voldoende verdeeld? Die algemene controle volgt u op door een inspectie van dichterbij. Controleer de bevestigingen en spits uw aandacht vooral toe op de zones waar water geconcentreerd wordt afgevoerd of waar het dak onderbroken is: dakvoet, goten, killen, nok, hoekkepers, schouwen, opstanden en dakramen. In sommige gevallen is er ook een onderdak aanwezig als extra waterkerende laag. Zeker wanneer daarvoor een dampopen folie of membraam is gebruikt, moet u er zich van vergewissen dat u het niet onbewust hebt geperforeerd tijdens het stapelen van de leien. Weliswaar moeilijk zichtbaar, blijven het beschadigingen.
Slotadvies
Bij wijze van slotadvies willen we nog eens onderstrepen dat het erg belangrijk is om uw tijd te nemen. Bij natuurleien nog meer dan bij andere soorten van dakbedekking. Aan een ongelijkmatig eindresultaat ligt meestal een gebrekkige voorbereiding ten grondslag. Wie niet sorteert of op voorhand de verticale en horizontale rijen aftekend, maakt het zichzelf onnodig moeilijk. Gebruik daarnaast kwalitatieve leien en respecteer de technische voorschriften. Goed materiaal, een gedegen voorbereiding en dito uitvoering én oog voor detail: met die ingrediënten heeft u de basis voor een homogeen en duurzaam natuurleien dak.
Met de medewerking van Algemene Dakwerken Rik Haesen en Cupa Pizarras