Robotmaaiers en biodiversiteit

Een robotmaaier en biodiversiteit lijken op het eerste gezicht geen logische combinatie. Toch blijkt uit onderzoek van de universiteit van Hohenheim dat een slim ingerichte tuin met een robotmaaier net een verrassende meerwaarde kan bieden voor bloemen, bestuivers en andere nuttige insecten.
Een strak gazon én meer natuur
Robotmaaiers zijn intussen een vaste waarde in heel wat tuinen. Ze houden het gazon automatisch kort en zorgen voor een verzorgd uitzicht zonder dat de eigenaar wekelijks zelf hoeft te maaien. Maar net die manier van maaien biedt ook kansen om de biodiversiteit in de tuin een duwtje in de rug te geven.
Dat klinkt misschien tegenstrijdig: een kort gemaaid gazon wordt immers vaak geassocieerd met een groene woestijn of een biljartvlak waarin weinig plaats is voor bloemen of insecten. Door slim om te gaan met de zones rond het gazon ontstaat echter snel een tuin waarin esthetiek en natuur perfect samengaan.
De vergeten rand wordt een bloemenborder
Hoewel er tegenwoordig al robotmaaiers bestaan die dicht tot tegen de gazonrand kunnen maaien, doet dat vooralsnog geen enkele helemaal tot tegen afsluitingen, hagen, muren of bloemperken. Vaak blijft een strook van ongeveer 10 tot 15 cm ongemaaid omdat de behuizing van de machine de maaischijf beschermt.
De meesten werken die rand nadien nog bij met een grastrimmer om een perfect strak resultaat te bekomen. Nochtans kan die smalle strook net een ideale plek worden voor een bloemenborder. Door er inheemse bloemen of kruiden in te zaaien ontstaat een kleurrijke overgang tussen gazon en tuinbeplanting, zonder dat voortdurend moet worden bijgewerkt.
Zo krijgt een zone die vroeger als een storende onafgewerkte rand werd beschouwd plots een nieuwe functie.
Meer bloemen betekent meer insecten
Bloeiende planten vormen een belangrijke voedselbron voor tal van bestuivende insecten. Wilde bijen, honingbijen, hommels, zweefvliegen en vlinders zijn afhankelijk van nectar en stuifmeel, terwijl ook andere nuttige insecten er beschutting en voedsel vinden.
Hoe groter de variatie aan bloeiende planten, hoe groter doorgaans ook de variatie aan insectensoorten die de tuin bezoeken. Dat maakt van een bloemenborder veel meer dan een decoratief element: ze wordt een kleine ecologische hotspot die bijdraagt aan een gezonder tuinecosysteem.
Bovendien profiteren ook vogels van die grotere insectenrijkdom. Insecten vormen immers een belangrijke voedselbron voor heel wat vogelsoorten, zeker tijdens het broedseizoen.
Kies vooral voor inheemse bloemen
Wie de biodiversiteit in zijn tuin wil stimuleren, kiest het best voor inheemse bloemenmengsels. Die zijn aangepast aan onze bodem, ons klimaat en sluiten bovendien beter aan bij de behoeften van lokale insectensoorten dan exotische sierplanten. Goede voorbeelden zijn margriet, rode klaver, knoopkruid, beemdkroon, gewone rolklaver en duizendblad.
Door verschillende soorten te combineren ontstaat bovendien een langere bloeiperiode. Zo vinden bestuivers gedurende een groot deel van het groeiseizoen voldoende nectar en stuifmeel. Een bijkomend voordeel is dat inheemse bloemen meestal minder onderhoud vragen eens ze goed gevestigd zijn.
Ook de maaihoogte maakt een verschil
Niet alleen de keuze van de bloemen is belangrijk. Ook de instellingen van de robotmaaier spelen een rol. Een iets hogere maaihoogte laat planten beter herstellen en zorgt ervoor dat laagblijvende bloemen en kruiden meer kansen krijgen. Een gazon dat niet extreem kort wordt gehouden, blijft bovendien beter bestand tegen droogte en hitte, terwijl het bodemleven eveneens profiteert.
Wie zijn robotmaaier iets minder agressief laat maaien, creëert dus automatisch gunstigere omstandigheden voor planten én dieren.
Speel met verschillende hoogtes
Een bloemenborder hoeft niet overal even hoog te zijn. Een slimme opbouw zorgt ervoor dat de robotmaaier probleemloos zijn werk blijft doen.
Dicht bij het gazon kunnen laagblijvende bloemen en kruiden worden ingezaaid die tegen occasioneel maaien of overrijden bestand zijn. Daarachter kunnen hogere bloeiende planten groeien die extra kleur, structuur en voedsel bieden voor insecten. Zo ontstaat een natuurlijke overgang tussen gazon en tuinbeplanting, zonder dat het geheel er rommelig uitziet.
Onderzoek bevestigt de voordelen
Dat deze aanpak werkt, blijkt ook uit een praktijkonderzoek "Anlage von Blühflächen zur Optimierung des Erscheinungsbildes von robotergemähten Rasenflächen” (Aanleg van bloemrijke zones om de esthetiek van gazons gemaaid door robotmaaiers te verbeteren)" van Alicia Läpple, masterstudente landbouwingenieur aan de universiteit van Hohenheim, uitgevoerd met steun van STIHL.
Daar werd onderzocht welke inheemse bloemenmengsels het best bestand zijn tegen de dagelijkse passage van een robotmaaier en welke mengsels tegelijk aantrekkelijk blijven ogen in een verzorgde tuin.
Op 79 proefpercelen werden verschillende bloemenmengsels ingezaaid en vervolgens gemaaid of overreden door robotmaaiers. De onderzoekers stelden vast dat bloemrijke randen niet alleen een esthetische meerwaarde bieden, maar ook meer insectensoorten aantrekken. Vooral inheemse mengsels met veelkleurige borderbloemen en bloemen-/kruidenweides scoorden sterk op uitzicht, maaitolerantie en biodiversiteit.
De boodschap is duidelijk: een robotmaaier hoeft geen tegenstander van natuur te zijn. Integendeel, in combinatie met een doordachte inrichting van de tuin kan hij net bijdragen aan een kleurrijker gazon waarin mens én natuur zich thuis voelen.
Extra biodiversiteitstip: maai niet 's nachts
Robotmaaiers kunnen de biodiversiteit versterken, maar alleen als ze doordacht worden ingezet. Een belangrijke vuistregel is om de maaier nooit 's nachts of tijdens de schemering te laten werken. Net dan zijn heel wat dieren actief die moeilijk of niet op tijd kunnen wegvluchten voor een naderende robotmaaier.
Voor de dieren
Vooral egels lopen een groot risico. In tegenstelling tot veel andere dieren vluchten ze bij gevaar niet weg, maar rollen ze zich op. Tegen de messen van een robotmaaier biedt die verdedigingsstrategie echter geen bescherming, waardoor jaarlijks heel wat egels zware verwondingen oplopen of sterven.
Ook andere kleine zoogdieren en padden, salamanders en kikker zijn tijdens de avond en nacht vaker actief en kunnen slachtoffer worden van een passerende robotmaaier. Daarom raden natuurorganisaties aan om robotmaaiers uitsluitend overdag te laten maaien, bij voorkeur wanneer de meeste nachtdieren schuilen.
En voor je gras
Ook voor het gazon is nachtmaaien geen goed idee. Gras is 's nachts en in de vroege ochtend vaak vochtig door dauw. Maaien onder die omstandigheden zorgt voor een minder mooi maaibeeld, omdat natte grassprieten moeilijker netjes worden afgesneden en maaisel sneller blijft kleven aan de messen en onder de maaier.
Bovendien verhoogt langdurig vocht de kans op schimmelziekten. Overdag maaien, wanneer het gras droog is, is daarom niet alleen veiliger voor egels en andere nachtdieren, maar ook beter voor de gezondheid en het uitzicht van het gazon.