Hoe vul je zelf je cv-ketel bij?
Kijk meermaals per jaar eens na over er nog voldoende druk op de CV-ketel is. Die moet namelijk tussen de 1,5 en 2 bar zijn voor een goede werking. Zoniet, dan zal je water moeten bijvullen. Dat is gelukkig vrij simpel.
Watertoevoerkraan
Hoe je de druk weer opvoert, kan verschillen naargelang van het type ketel of warmtepomp. Raadpleeg de handleiding van je cv-installatie. In de meeste gevallen komt het erop neer dat je aan de installatie twee kraantjes moet openzetten voor de watertoevoer, en water in het systeem laat lopen tot de meter zich tussen de 1,5 en 2 bar bevindt.
Tip
Welk drukniveau je moet nastreven kan afhangen van het systeem. Daarom is het handig de druk vooraf te controleren, je kunt nu de druk weer opvoeren tot dezelfde waarde als vooraf. Uiteraard, als de druk vooraf juist te laag was, is dat geen goede referentie. Beter neem je dan de handleiding erbij om de normale/koude vuldruk te achterhalen.
Met een vulslang
Het kan zijn dat je moet bijvullen aan een vulkraan (T-stuk) onder de ketel, dat doe je met een vulslang van aan de dichtstbijzijnde koudwaterkraan. Zet hiervoor eerst de thermostaat op de laagste stand, zodat de ketel gekoeld is voor je begint met vullen.
Sluit vervolgens de vulslang aan op de koudwaterkraan. Vul de slang met water tot er geen lucht meer in zit. Sluit de slang vervolgens aan op de vulkraan van je cv-ketel. Draai dan de waterkraan open en draai daarna de vulkraan een kwartslag open. Ook hier houd je de meter in de gaten: zit die tussen de 1,5 en 2 bar? Dan is er weer voldoende druk. Draai de vulkraan terug dicht.
Idealiter ontlucht je je radiatoren op dit moment nog eens. Als dat gebeurd is, kijk je de druk nog eens na. Is die voldoende? Dan kan je de slang afkoppelen en het restwater dat erin zit in een emmer laten lopen. Is de druk na ontluchten weer te laag? Dan vul je de ketel nogmaals bij.
Wat als de druk opnieuw daalt?
Daalt de druk kort na het bijvullen opnieuw, dan is het niet de bedoeling dat je de installatie telkens opnieuw blijft bijvullen. Een cv-installatie is een gesloten systeem en hoort normaal gezien nauwelijks water te verliezen.
Controleer eerst of je ergens een zichtbaar lek opmerkt, bijvoorbeeld aan een radiator, leiding, koppeling of onder de ketel. Ook een lekkend veiligheidsventiel kan voor drukverlies zorgen. Zie je nergens water, dan kan het probleem ook bij het expansievat liggen. Werkt dat niet meer naar behoren, dan kan de druk tijdens het opwarmen sterk oplopen, waarna het veiligheidsventiel water afvoert. Wanneer de installatie vervolgens afkoelt, is de druk te laag.
Daalt de druk onmiddellijk of telkens opnieuw na het bijvullen, laat de installatie dan nakijken door een vakman. Blijf niet voortdurend vers water toevoegen: daarmee breng je telkens opnieuw zuurstof en mineralen in het verwarmingssysteem, wat corrosie en afzettingen in de hand kan werken.