Kijk gratis en onbeperkt

Registreer

Tuinhuizen bouwen met Roger

In de zomermaanden is er niets heerlijkers dan in de tuin te kunnen werken. Maar laten we ook het tuinhuis niet vergeten, dat ondertussen misschien wel aan een renovatie toe is. In deze aflevering tonen we hoe je daarvoor te werk gaat. En natuurlijk zien we ook hoe je zelf een nieuw tuinhuis bouwt.

Transciptie 

In de lente- en zomermaanden ben je waarschijnlijk graag bezig met je tuin. Maar vergeet ook het onderhoud van je tuinhuis niet, want dat neemt toch een prominente plaats in. Dat onderhoud kan verder gaan dan een likje verf; wat dacht je van een ander dak en een nieuwe dakgoot? En als je toch bezig bent, waarom dan ook de gevelbekleding en de vloer niet vernieuwen? Zo is een oud tuinhuis weer helemaal opgekalefaterd. En als je nog geen tuinhuis hebt staan, dan is dit het moment om er één te bouwen. We rekenen daarvoor weer op de kennis en kunde van Roger.

Als je een tuin hebt, dan is een tuinhuis een must om al je gereedschappen en tuinmachines in op te bergen. Als je van plan bent er zelf één te bouwen, denk er dan aan dat een vrijstaand tuinhuis een betonfundering nodig heeft, zodat het goed in de bodem verankerd zit. Je moet dus een bekisting voorzien waarin je het beton kunt storten.

 


Reken bij het opmeten een aantal centimeter minder dan de totale oppervlakte van het tuinhuis, omdat er later nog gevelbekleding tegen de betonplaat komt. Niet erop dus, want houten panelen mogen niet in vocht blijven staan.

Als je de oppervlaktematen kent, sla je op de juiste afstanden in elke hoek een betonijzer in de grond. Span daartussen een metserskoord. Om de haaksheid te controleren, kun je de lengtes van de diagonalen met elkaar vergelijken; die moeten gelijk zijn. Als dat zo is, staan de hoeken haaks.

Daarna bepaal je de hoogte van de betonplaat. Een gazon is er hier nog niet, maar de tuinomheining werd alvast uitgepast met het nulpas van de woning. De hoogte van de boordsteen zal dus het referentiepunt vormen voor de betonplaat. Een darmpas komt nu wel gelegen.


Als extra controle check je daarna nog eens of het waterpeil bij de hoeken van de diagonalen gelijk komt te staan.

Tijd voor het bouwen van de bekisting. Gebruik stevige kepers zodat ze niet gaan buigen onder het gewicht van het beton. Voor de planken waarmee je ze op hun plaats houdt, kun je gerust afvalhout gebruiken. Een tip: door een zijde van de planken schuin af te zagen, zul je ze straks gemakkelijker in de grond kloppen.

Zet de kepers nu tegen de betonijzers. Daarna sla je de planken als stutting daartegen in de grond. Als de kepers nu te ver in de grond zakken, dan verhoog je de bodem een beetje. Zo staan ze zeker juist wanneer je de planken erin nagelt of vastschroeft. Waar er onder aan de kepers nog naden te zien zijn, kun je aarde toevoegen zodat de bekisting mooi dichtzit.

Als voorbereiding voor het betonstorten kun je nog een afreilat maken. Dat kan eenvoudigweg met een bezemstok en een gerecupereerde plank, die je aan elkaar schroeft.


Haal de betonijzers en het metserstouw weg, en voorzie nog vóór het betonstorten een plastic ondergrond die je op de bekistingsbodem legt. Zorg voor voldoende overlapping aan de naden van de stroken. Ook bij de bekistingsranden moet er een overlapping zijn; je nagelt het plastic dan daartegen vast, zowel langs de zijkanten als langs de bovenkant. Tape de naden tussen de stroken af zodat het beton niet onder het plastic kan lopen.

Beton is sterker als er wapeningsijzers in liggen. Die moeten in het midden van het beton komen te liggen, dus plaats je ze op een verhoogje. Dat kunnen betonnen afstandshouders zijn, maar net zo goed oude tegels of stenen die je recupereert. Laat de wapeningsijzers wel voldoende afstand houden van de boord, zodat ze het plastic niet doorboren.

Hierna kan het beton in de bekisting gestort worden. Omdat het hier om een vrij grote oppervlakte gaat, werd zoals gezegd een betonpomp ingehuurd. Maar een kleine oppervlakte zou je best zelf kunnen doen. Maak dan bij voorkeur gebruik van een kant-en-klaar product dat je enkel nog hoeft te mengen met water.

Hier wordt het beton gestort door de bediener van de betonpomp. Het moet dan wel nog met de schop verspreid worden. Als dat gebeurd is, kun je het afreien. Daarvoor dient de afreilat die je gemaakt hebt.


Dan zit het erop en is het afwachten tot het beton uitgehard is. Dat duurt zo’n viertal weken.

Na die droogperiode kun je het tuinhuis plaatsen. Straks tonen we hoe je die zelf helemaal vanaf nul opbouwt, maar eerst overlopen we een meer voor de hand liggende optie, namelijk via een bouwpakket.


Wacht na de levering van de tuinhuisonderdelen een tweetal dagen voor je begint met bouwen, want het kan zijn dat het hout nog uitzet. En als het een tuinhuis uit onbehandeld hout is, dan moet je de behandeling zelf nog doen vóór je het in elkaar zet. Hier werd nu een kleurloze primer gekozen die het hout impregneert en beschermt tegen insecten, schimmels en de weersomstandigheden. Behandel zeker alle kantjes en hoekjes van het hout en geef het desnoods meerdere lagen. De kleurafwerking komt pas na de installatie.

Voor de opbouw van het tuinhuis volg je natuurlijk de bijhorende handleiding. Maar over het algemeen werkt het volgens eenzelfde principe: eerst plaats je de vier hoekprofielen, waar je dan de gevelpanelen in kunt schuiven.
Plaats het kader al los op de betonplaat om te zien waar je zult uitkomen en of je wel haaks en waterpas werkt. Schuif de panelen in de profielen voor een voorlopige opstelling. Hier zijn ze uitgerust met een tand- en groefsysteem; in dat geval moet je de tand dus naar boven plaatsen, zodat er geen water in de groef kan komen te staan.

Je betonplaat zou nu wel al waterpas moeten staan, maar controleer toch nog eens of dat ook bij de gevelpanelen wel het geval is. Minimale verschillen kun je dan nog wegwerken met kaleerblokjes. De haaksheid van de hoeken controleer je met een winkelhaak. Heb je dat niet, vergelijk dan de lengtes van de diagonalen met elkaar.

Er moet natuurlijk een deur in het tuinhuis komen, dus zal de voorzijde niet uit één lange plank bestaan maar uit twee korte planken. Om ze in één rechte lijn te houden, zet je een stelplank voorlopig vast met metalen lijmklemmen.

Aan het uiteinde van elke plank schroef je een L-profiel vast die aan de betonplaat verankerd zit met betonpluggen.

Controleer nadien nog eens of de twee planken wel degelijk waterpas liggen. Als het volledige grondkader haaks en waterpas staat, kun je de panelen in de profielen schuiven. Daarvoor moet je toch wel met zijn tweeën zijn. Als het even wat stroef gaat, gebruik je een rubberen hamer om het paneel te helpen zakken, en een tussenplankje zodat je de panelen bij het kloppen niet beschadigt. Desnoods breng je ook een beetje sprayolie of zelfs vaatwasmiddel aan zodat ze beter zouden glijden. Werk niet wand per wand volledig af, maar plaats een viertal panelen per kant en wissel af. Nadat je een aantal panelen geplaatst hebt aan de voorzijde, zijn de deurprofielen aan de beurt.


Boor voor en schroef vast aan beide zijdes. Nu kun je de rest van de panelen in de profielen schuiven. Af en toe aankloppen zorgt ervoor dat ze stevig op hun plaats komen te zitten.

Op de hoogte waar een raam moet komen, stop je even. Plaats eerst het raam en vul dan de zijkanten met kortere planken aan.


Schroef de dwarsligger vast aan de zijprofielen van de deur. In het eerstvolgende paneel moet nu een inkeping gezaagd worden, zodat het over de dwarsligger past. Dat doe je met een handzaag. Daarna pas je het paneel gewoon in het vorige. Er blijft nog een naad zichtbaar boven de deur, maar dat laat je beter zo omdat het hout dan nog kan krimpen en uitzetten. Nadien bedek je die opening nog met een afdeklat.

Werk nu verder de wanden af, tot je bij het laatste paneel komt. Dat zal er een beetje anders uitzien omdat het een eindpaneel is.


De inkepingen in deze panelen zullen ervoor zorgen dat de dakkepers in een helling liggen. Met hulpblokjes vang je de hellingshoek onder aan de kepers op zodat de afwerkingslat mooi uitgepast kan worden. Monteer eerst de beugels op de kepers, want die verbinden ze met elkaar.


Van binnenuit schroef je dan nog de laatste laag panelen vast.

Eerst en vooral kun je nu nog een stormbeveiliging installeren. Die wordt bevestigd aan de onderste lat, die gefixeerd is in het beton. De stormbeveiliging bestaat uit beugels waarin een draadstang komt te zitten. Een veer vangt de mogelijke spanningen op. Met rondel en moer zet je de draadstang stevig vast. Daarna kun je verder met de dakconstructie.


De hulpblokken bestaan uit rechthoekige stukken balk met daarop kleinere. Schroef de onderdelen nu al aan elkaar vast. Daarna monteer je ze aan de dakkepers.

Er komen nog enkele afdekkingslatten; die zorgen voor een kader waarin de dakpanelen weggestopt zullen zitten. Ze worden aan iedere zijde geplaatst.

Aan de hoeken plaats je sierlijsten die de kopse kanten van de planken wegwerken. Die zaag je in verstek zodat je bijna geen naden meer ziet aan de hoeken.


Leg paneel na paneel op het dak. Je schroeft ze vast op de steunbalken die eronder liggen. Span een metserskoord om te weten waar die zich precies bevinden. Boor dan voor langs de uitgespannen lijnen. In dit geval wordt er in een schroefdop vastgevezen, zodat bij het sluiten ervan de schroef bedekt is.

Nu heb je de buitenstructuur van het tuinhuis volledig af. Maar er moet natuurlijk nog een vloer komen. De vloerplanken bevestig je op een zwevend latwerk. Eenmaal dat geplaatst is, bereken je hoe je zult uitkomen met je planken en zaag je ze op maat. Dan klik of schroef je ze in elkaar, al naargelang het systeem. In feite ga je hier dus op dezelfde manier te werk als wanneer je een terras zou leggen. Wil je nog eens zien hoe dat moet, dan kun je verschillende afleveringen over het aanleggen van een terras bekijken op onze website.

Nu ontbreekt er nog één iets en dat is de deur. Als je met een bouwpakket werkt, is die normaal gezien meegeleverd, net als de ramen.

Je hoeft enkel nog de plaats van de scharnieren te bepalen. Het is het mooist als je die uitlijnt met de daarnaast liggende wandpanelen. Schroef de scharnieren vast en monteer ze dan aan de deurlijsten. Controleer zeker of de deur waterpas staat. Daarna kun je het slot vastschroeven, en ook de klink. Een deurklink bestaat uit twee delen, waarvan één met een pen, die je door het gat in de deur in het andere deel schuift. Je schroeft ze met vijzen aan elkaar vast.

Controleer eens of de deur vlot opent. Is er voldoende speling, dan monteer je hem definitief. Zitten er nog extra veiligheidselementen op de deur, schroef die dan ook nu vast.

Zo is dit tuinhuis uiteindelijk afgewerkt. Met een bouwpakket heb je de luxe dat je zelf niet zoveel meer moet afmeten of bijzagen, en dat kan het werk vergemakkelijken. Toch heb je de vrijheid om het design van je tuinhuis zelf te bepalen, en wil je bijvoorbeeld een ander materiaal zoals metaal, dan is dat net zo goed een optie. Maar misschien wil je geen gebruik maken van een bouwpakket, en verkies je om je tuinhuis zelf te ontwerpen en helemaal vanaf nul op te bouwen. We tonen je hoe dat gebeurt.


Het tuinhuis dat Roger hier zal bouwen wordt een aanbouw, dus hoeft er geen betonplaat voorzien te worden. De draagstructuur zal immers in de woning daarnaast verankerd zitten. Het komt er in eerste instantie op aan om die structuur op te bouwen. Vanzelfsprekend zul je het één en ander nodig hebben.


Het is de bedoeling dat de voorkant van de gevelbekleding later gelijk komt met de baksteen van de woning. Dus houd bij het bepalen van de houten structuur al rekening met die dikte. Meet op en noteer de afmetingen.

De draagstructuur bestaat in dit geval uit 2 kaders voor de wanden, opgebouwd uit een grondbalk met daarop verschillende verticale balken, waartussen dan nog extra steunbalken komen. Bovenaan wordt het kader door een tweede horizontale balk begrensd. Roger neemt hier een hart-op-hartafstand van 40 centimeter tussen de opstaande balken.

Om alles goed te kunnen afmeten en positioneren, leg je het kader uit op de grond. Zaag de balken op maat en leg ze uit volgens het plan. Bevestig dan de onder- en bovenbalk. De tussenbalken moeten op een gelijke afstand van elkaar komen. Om dat te verzekeren, kun je een afstandsblokje gebruiken.


Zometeen gaan we in deel 2 verder met het opbouwen van de houtstructuur. Daarna plaatsen we het dak, waarop nog een groenbedekking komt. Verder overlopen we ook een aantal manieren om een oud tuinhuis te renoveren, dus blijf zeker kijken.

 

In deel 1 van deze aflevering over tuinhuizen bouwen hebben we al overlopen hoe je een betonplaat stort als fundering voor je tuinhuis. Dan toonde Roger ons de meest voor de hand liggende optie voor het bouwen van een tuinhuis, namelijk via een bouwpakket. Het komt er dan op aan om eerst de vier opstaande hoekprofielen te plaatsen, en daar de wandpanelen in te schuiven. Het dak bedek je met kepers, waarop je de dakplaten vastschroeft.

Als je liever zelf een tuinhuis ontwerpt, dan moet je eerst en vooral de structuur maken door middel van houten kaders. Die bouw je op met balken. De afstandshouders zullen het geheel verstevigen. Het eerste houten kader is al af en kan op zijn plaats gezet worden. Nu is het de beurt aan het tweede kader. Let natuurlijk op voor de deuropening en eventuele ramen.
Houd twee aansluitende kaders voorlopig samen met een lijmklem. Zo kun je op je gemak de haaksheid controleren en de positie van de kaders nog aanpassen waar nodig. Waar ze juist zitten, schroef je ze aan elkaar vast. Na een drietal schroeven zitten ze stevig vast en kun je de lijmklem losmaken.

Bij de deuropening zit er nog beweging in de grondstructuur, dus zet die momenteel vast met een lijmklem en een plankje. Je kunt de balken daar dan in de grond vastmaken. Roger gebruikt hiervoor kielbouten; dan zijn lange bouten met een plug in metaal. Hiermee krijg je een stevigere verankering dan met een gewone plug.


Zet ook de andere onderdelen waar nog lijmklemmen aan zitten permanent vast. Daarna mogen de klemmen weg. Als de onderkant stevig vaststaat, kun je de opstaande delen tegen de muur bevestigen. Teken eerst een waterpas lijntje uit ter referentie. Boor voor met een houtboor en ga daarna volledig door de muur met een steenboor. Voor de bevestiging gebruik je slagpluggen. Sla eerst de plug in de muur, en doe dan pas de nagel erin.

Als de wanden klaar zijn, kunnen je voorbereidingen voor het dak starten. Hier wordt het een plat dak, dus moet er een kleine helling voorzien worden zodat het regenwater naar de afvoer kan lopen. De dakbalken worden aan de ene kant tegen de houtstructuur vastgemaakt en aan de andere kant tegen de muur. Om gemakkelijker te werken, bevestig je eerst een balk horizontaal tegen de muur, waarop de spanten dan kunnen rusten.

Duid de hoogte van het dak aan, rekening houdend met de dakrand en de dakbedekking. Dat punt zet je over op de muur, zodat je weet waar de horizontale steunbalk moet komen.


De horizontale balk bevestig je met chemisch anker. Maak gaten die 2 millimeter groter zijn dan de draadstang die je zult gebruiken. Haal het stof uit de gaten en borstel ze uit. Blaas dan nogmaals uit voor je het chemisch anker erin aanbrengt. Na het vullen van de gaten draai je de draadstangen erin. Tijdens het droogproces haal je het overtollige product weg. Wacht wel tot het volledig uitgehard is voor je de steunbalk helemaal vastzet.

Aan de andere kant komt er nog een andere horizontale balk, waarop de dakspanten komen te liggen. Die plaats je onder een helling van ongeveer 2 graden. Bepaal waar de balk moet komen, zaag hem op maat en schroef hem vast. Nu is het de beurt aan de dakspanten, die met een halfhoutse verbinding bevestigd worden.


Als de spanten aan beide kanten vastgeschroefd zitten, dan is ook je dakconstructie klaar.

In een volgende stap ga je dan de wanden dichtmaken. Eerst bedek je het houten skelet met een dampopen doek, een dampscherm dus, dat je voorlopig vastmaakt met nietjes. Het overschot aan dampscherm snijd je later weg.


Om een geventileerde spouw te krijgen tussen het dampscherm en de gevelbekleding, zul je een lattenwerk moeten plaatsen. Dat schroef je vast tegen het houten kader.

Nog voor je dan verdergaat met het plaatsen van de gevelbekleding, installeer je de deur. Die kun je zelf maken uit sls-balken. Je gaat op dezelfde manier te werk als voor de opbouw van het tuinhuis; je maakt dus een kader en hanteert een hart-op-hartafstand van 40 centimeter. Plaats nog een multiplexpaneel tegen de achterkant zodat je extra stevigheid krijgt.


Dan werk je de deur verder af zoals de muur, met een dampscherm en een latwerk daarop.

Vervolgens kun je de gevelpanelen plaatsen. Die maak je op maat, en klik je tand en groef in elkaar tegen het latwerk, waarna je ze vastschroeft.

Nieuwe gevelbekleding plaatsen is overigens ook een goede renovatie-optie voor je tuinhuis. Meer informatie over hoe je te werk gaat vind je uitgebreid op onze website. Voor een tuinhuis gebruik je dezelfde technieken als bij een gewone gevel, maar als je zoals Roger hier zelf een deur gemaakt hebt en wilt dat de gevelpanelen daarover doorlopen, dan moet je aan die plaats een beetje extra aandacht besteden.

 


Nu rest er natuurlijk nog de afwerking van het dak. Begin daarvoor met OSB-platen die voldoende dik zijn zodat ze het gewicht van de bedekking die erop komt kunnen dragen. Bij de plaatsing van de OSB-platen laat je een kleine voeg over aan de kanten.

Voorzie de opstaande kanten ook van een strook OSB. Idem voor de dakrand, maar zorg er wel voor dat de rand de gevelbekleding daaronder niet raakt. Zo houd je de luchtspouw open voor een optimale ventilatie. Aangezien de dakrand het best onder een lichte helling naar binnen geplaatst wordt, zet je er een aantal blokjes onder.

Zaag dan een opening voor de regenafvoer; houd daarvoor een beetje afstand van de hoek. Meet de straal van de afvoer en duid het midden van de opening aan op de OSB-plaat. Maak dan de opening door voor te boren en vervolgens de decoupeerzaag te gebruiken.

De dakbedekking bestaat in dit geval uit twee lagen; een folie als onderlaag met daarboven een toplaag uit bitumen. Voor een plat dak is EPDM ook een goede optie; daarbij ga je op een vrij gelijkaardige manier te werk, die net zo goed doenbaar is voor doe-het-zelvers. Op een plat dak zonder afranding kun je ook dakplaten leggen. Straks overlopen we hoe je dat voor een schuin dak doet.

Hier wordt nu een dakbedekking in bitumen voorzien. Eerst komt er een primer op de OSB-platen. Breng die aan met een borstel op alle delen waar er dakbedekking zal liggen. Smeer ook de twee platte kanten van de afvoer in.

Dan snijd je de onderlaag op maat. Wanneer de primer al even heeft kunnen drogen, kun je hem plaatsen.


Werk mooi tot in de hoeken en druk aan met een aandrukrol. Trek dan de rest van de beschermingsfolie weg en druk goed aan. De volgende laag doe je erop aansluiten, en zo werk je verder.


Je werkt niet alleen de dakrand op deze manier af, maar ook de muren moeten tot op dezelfde hoogte bedekt worden. Verwijder daarna het onderste stuk van de folie met een breekmes.

Dan bedek je ook het platte gedeelte van het dak. Begin bij het laagste stuk, waar de afvoer komt. Als een strook goed ligt, rol je hem eerst voor de helft weer op en snijd je de beschermfolie door. Trek hem beetje per beetje los terwijl je de strook uitrolt. Druk dan goed aan met de aandrukrol. En doe hetzelfde aan de andere kant.

Als je het dak nog wilt isoleren, dan doe je dat nu. Zorg voor harde platen die je rechtstreeks op de onderlaag aanbrengt. Zet ze vast met lange schroeven en een drukverdelend plaatje.


Roger zal het dak hier niet isoleren, en zal dus wél direct de toplaag op de onderlaag aanbrengen.

Snijd de opening van de afvoer uit en plaats er het plaatje in. Duid dan de buitenkant aan en snijd op de markering de folie uit. Onderaan in de groef van de afvoer breng je dakmastiek aan.

De toplaag bestaat uit bitumen, en ook deze breng je eerst aan aan de kant van het afvoergat. Snijd de cirkel van de afvoer uit; neem daarbij 10 centimeter marge. Maak dan met een breekmes de opening. Teken de buitenkant van de ring af zodat je de beschermfolie van de onderlaag tot daar kunt verwijderen.

Je hebt al een primer aangebracht op de afdekplaat van de afvoer, maar voor een nog betere waterdichting kun je er nog extra mastiek op aanbrengen.


Snijd de beschermfolie van de bovenlaag én de onderlaag lichtjes door en haal hem weg. Bij het uitrollen kleven de twee lagen dan tegen elkaar. Enkel waar de toplaag op de steenslag komt, breng je mastiek aan. Druk de toplaag aan tot de mastiek van tussen de toplagen komt. Ga erover met de roller en doe verder met de volgende stukken. Hier werk je dus eerst alle vlakke stukken af en dan pas de opstaande, in tegenstelling tot bij de onderlaag.
In deel 3 gaan we zometeen verder met het afwerken van het dak. Daarna bekijken we ook hoe je een tuinhuisdak vernieuwt, en de dakgoot vervangt.

Daarnet zagen we in deel 2 van deze aflevering over tuinhuizen bouwen hoe je een basisstructuur uit hout bouwt. Daar kwam een dampscherm tegen, en vervolgens plaatste Roger gevelpanelen. Het dak werd ondersteund door spanten, die met een halfhoutse verbinding bevestigd werden. Daarop kwamen OSB-platen te liggen. Roger bracht er een primer en dan een onderlaag op aan. Daarna begon hij aan de bitumen toplaag. Door de beschermfolie weg te snijden en de toplaag beetje per beetje uit te rollen, bedekte hij het dak. Nu gaan we op dezelfde manier verder met de dakrand; kleef de toplaag op de onderlaag en rol goed aan.
Houd de overlappingen wel overal zo kort mogelijk, en zorg ervoor dat ze zich op een andere plaats bevinden dan de overlappingen van de onderlaag.


Waar twee toplagen over elkaar komen, breng je zoals gezegd dakmastiek aan. En wanneer alles tenslotte van een toplaag voorzien is, snijd je de te lange stukken weg. De aansluiting tussen muur en dakbedekking sluit je nog af met een muurprofiel, zodat deze waterdicht blijft. Gebruik daarvoor geschikte slagpluggen. De naad dicht je af met mastiek.


Om overal een goede hechting en aansluiting te verzekeren, ga je nu nog eens met de roller over de toplaag. Waar de mastiek niet onder de overlappingen uit gekomen is, breng je er zelf aan op de naden.

In feite is je plat dak nu afgewerkt en zou je het er dus bij kunnen laten, maar wil je nog een mooi ogende en ecologische afwerking, dan is een groendak ideaal. Dat biedt trouwens een aantal voordelen.


Plaats eerst en vooral een bladvanger in de afvoer. Daarbovenop komt nog een grotere bladvanger, die op zijn plaats gehouden wordt met een tegel. Daarna kun je de plantenbakken op het dak zetten en is je groendak klaar.

Tot zover een tweede mogelijkheid voor het zelf bouwen van je tuinhuis. Heb je nu een tuinhuis dat gewoon aan wat vernieuwing toe is, dan helpt Roger je alvast op weg met een paar renovatie-ideeën. Eerst en vooral: het dak vervangen.


Demonteer het oude dak met een koevoet, en een knijptang om oude nagels te verwijderen. Twijfel je of de oude dakbedekking asbest bevat, zoek dan online naar informatie van de overheid over hoe je dit bepaalt. Zit er wel degelijk asbest, dan mag je dit zelf weghalen, zolang je veilig en volgens de voorschriften te werk gaat. Doe sowieso een wegwerpoverall aan en draag een stofmasker met filterklasse FFP3. Bescherm ook je handen en je ogen. Maak het dak eerst nat, zodat er minder kans is dat de asbestvezels ontsnappen. Maak bij het losmaken van de platen zo weinig mogelijk brokken. Schroef ze dus handmatig los. Leg de volledige stukken asbest weg. Tot een bepaalde hoeveelheid kun je ze kwijt op het containerpark. Bescherm ze dan wel tijdens het transporteren. Voor grotere oppervlaktes schakel je het best een gespecialiseerde firma in.

Voor je de dakplaten gaat leggen, komt er eerst een nieuw onderdak in OSB te liggen. Kies in ieder geval voor OSB type 3, want dat is bestand tegen vochtige omstandigheden, zolang het afgeschermd blijft. Houd de beletterde kant omhoog zodat ze tand en groef in elkaar schuiven. Zaag ze met een handzaag op maat waar nodig. Begin dan de volgende rij met het reststuk. Na een reststuk plaats je wel het best weer een volle plaat voor de stevigheid. Mocht dat niet lukken, zorg er dan voor dat de kopse naad ver genoeg verspringt. Als de groeven van de panelen hier en daar beschadigd zijn, dan bewerk je ze een beetje met je schroevendraaier zodat ze weer goed in elkaar schuiven.

Liggen de OSB-platen er, dan is de dakbedekking aan de beurt. Roger gebruikt hier bitumen platen en speciale schroeven met een afdekkapje voor de waterdichtheid.


De platen nagel je altijd boven op een golf vast. Doe dat eerst onderaan, want bovenaan worden ze toch weer vastgezet aan de volgende rij die erop komt. Bereken op voorhand hoe je met je platen zult uitkomen, zodat je telkens eindigt met een golf. Je snijdt dit soort platen gemakkelijk op maat met een breekmes. Leg twee platen op elkaar en teken langs de rand van de andere plaat af. Dan kun je ze breken. De volgende rij begin je met het reststuk van de vorige. Zo voorkom je dat je een overlapping van vier panelen krijgt, wat te dik zou worden.

Als je de platen in de lengterichting moet doorzagen, meet je eerst het stuk op dat uitsteekt over het dak. Daar trek je 5 centimeter vanaf, want de plaat moet 5 centimeter voorbij het onderdak komen. Teken opnieuw af langs een andere plaat en zaag door.

Nagel altijd eerst de eerste golf vast, hier dus aan de rechterkant, en dan de voorlaatste aan de andere kant. Niet de laatste dus, want daar komt het volgende paneel nog over en de nagel zou daar in de weg zitten. Door eerst de buitenste twee te doen en daarna pas de binnenste, blijft het paneel mooi liggen en ga je ook vervorming tegen. Sla de nagels niet te diep, zodat je de plaat niet kromtrekt.

Je kunt de platen in plaats van vast te nagelen ook gewoon vastschroeven. In dat geval kies je speciale schroeven met een kop in de kleur van je panelen en een zelftappende punt.

Om de randen af te werken en ervoor te zorgen dat er geen wind onder kan, komt er daartegen nog een windveer. Die maak je zowel aan de bovenkant als aan de zijkant vast.


Met een nieuw dak ziet je tuinhuis er niet alleen weer verzorgder uit, maar mag je er tenminste ook zeker van zijn dat de regen er niet door kan.

Om er nu voor te zorgen dat het regenwater opgevangen wordt en de muren van het tuinhuis niet zal vervuilen, plaats je nog een dakgoot. Ook als er nog een oude hangt die aangetast is, is die trouwens snel vervangen.

 


Je moét de dakgoten natuurlijk niet in een pakket op maat bestellen; je kunt ze ook gewoon zelf verzagen. Kies bij voorkeur metalen dakgoten; die hebben een grotere draagkracht dan pvc en zullen ook niet zo snel beschadigd geraken door hagel. Je kunt de dakgoten ook nog in een passende kleur lakken, maar dan moet je wel eerst een primer aanbrengen.


Ligt de gootlat waterpas, dan kun je vanaf daar meten hoe hoog de beugels mogen komen. Is er geen gootlat of staat hij niet waterpas, neem dan een pasdarm en plaats een referentiepunt over van de ene kant van het dak naar de andere kant. De uitloopkant moet dan wel lager liggen, in dit geval anderhalve centimeter.


Duid om de 50 centimeter de plaats van de beugels aan. Schroef ze dan rechtstreeks tegen de gootlat vast, de hoogte van het referentiekoord volgend.


Duw de bevestigingslippen in de beugel omhoog zodat je plaats hebt voor de dakgoten.


Plaats de dakgoot nu in de beugels.

De dakgoot die aan het laagste punt komt, bereid je op dezelfde manier voor, maar die moet ook nog een gat voor de afwatering krijgen. Zorg er wel voor dat het niet op een plaats zit waar er een beugel komt. Teken de opening af en slijp uit met de haakse slijper. De bramen doe je eraf met een vijl. Je kunt natuurlijk ook gewoon gaatjes zagen met de boormachine.

 


Om twee dakgoten met elkaar te verbinden, plaats je er een verbindingsbeugel tussen. Schuif nog het eindstuk op zijn plaats. Als er zoals hier rubberen dichtingen voorzien zijn, hoef je geen lijm te gebruiken.

Plaats dan het koppelstuk voor de afvoer.


Het eerste deel van de beugel voor de regenpijp schroef je vast tegen het tuinhuis. Het tweede deel is een metalen band die de buis omsluit. De kant met de verdikking moet naar buiten gericht zijn. Plaats de buis en plooi de band eromheen. Zet deze dan vast in de beugel.


Het regenwater kun je laten weglopen, maar ook opvangen in een regenton zodat je het kunt gebruiken voor bewatering in de tuin. In ieder geval zal het nu niet meer opspetteren en je tuinhuis besmeuren.

Met de tips en mogelijkheden die we in deze aflevering overliepen, kun je zelf aan de slag om een bestaand tuinhuis op te frissen of om een volledig nieuw te bouwen. Zoals je ziet lonen deze klussen zeker en vast de moeite.

Voor meer handigheidjes en informatie kun je natuurlijk zoals altijd terecht op onze website www.dobbit.be. En denk ook aan ons gratis online magazine, dat je van de allerlaatste klussen op de hoogte brengt.

Je kan dit artikel volledig lezen na registratie

Reageer

Kleurenschema
Aantal tegels per rij
Beeldverhouding
Weergave
Hoeken afronden
0

Welkom bij Dobbit 

Dobbit maakt gebruik van cookies om uw gebruikservaring te optimaliseren en te personaliseren. Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met Het privacy- en cookiebeleid.