Registreer u voor het gratis online magazine en krijgt beperkte online toegang

Registreer

SIERTUIN VOL INSPIRATIE

Jean laat zich inspireren door de mooi aangelegde tuin 'Nevenst de schoaper' van Willy Dewulf.

Transciptie 

Als ik tuinen bezoek, dan hoor ik heel vaak de mensen zeggen : « Kom eens in juni, dan staat de tuin op z’n mooist. » Maar wat mij interesseert, dat zijn tuinen die het hele jaar door mooi zijn, waar elk seizoen wel wat te beleven is. En één van die tuinen is deze tuin hier, Nevenst de Schoaper noemt de tuin, en we zijn in Blankenberge, bij Willy Dewulf. En ik ga hem even wakker maken, hup!
Dag Jean, welkom!
Ja, blij dat ik mag kijken, want ik heb net tegen de kijkers gezegd dat tuinen het mooist zijn in juni, maar we zijn ze hier nu net aan het kijken naar tuinen die ook in de herfst iets te bieden hebben, en dat zie ik hier precies wel.
Ja, het lukt aardig wel. Dat ligt wel een beetje aan de plantenkeuze ook, he.
Ja, natuurlijk. Het is niet alleen de plantenkeuze, ik zie dat je ook een tuin hebt met een hele mooi structuur, maar goed, vertel me, hoe ben je begonnen met deze tuin? Hoe oud is de tuin eigenlijk?
De tuin is ongeveer een twintig jaar oud. In het begin koop je allerlei plantjes die je graag ziet, je zet ze neer waar je denkt dat het goed is, maar na een jaar of twee, drie, moet je toch vaststellen dat het niet oké is. Toen heb ik wel van een paar vrienden tips gekregen, en ben ik ook heel veel naar tuinen gaan kijken. Daar vroeg ik heel veel uitleg, en noteerde ik wel welke combinaties ik graag zag.
Weet je hoe wij dat zeggen? Stelen met je ogen! En dat mag, hé! … Ja, ja.
Ja, daaruit heb ik inderdaad heel veel uit geleerd.
Ja, en zo, door te stelen met je ogen, word je op den duur een echte plantenverzamelaar, he, Willy. Dus ik ben heel benieuwd wat we gaan zien. Want je hebt daar ook verhogingen aangebracht. Bulten in de tuin.
Ja, ja, ja. (2x)
Vertel eens iets over de geschiedenis. Hoe is het begonnen?
Goh, eigenlijk is de tuin achteraan begonnen, met m’n visvijver. Die heb ik al heel lang. Twintig jaar vroeger dan de tuin. Toen ik hier kwam wonen, heb ik de vorm van de vijver proberen aan te houden in die borders. En dan die verhoogde bermen dat is er gekomen omdat ik vanuit m’n living m’n visvijver wilde zien. En ik heb die paadjes omlaag afgegraven en op die berm gegooid, he.
Vertel je nu dat je dat met de schop…
Ja, dat heb ik met de spade zelf gedaan.
Dat is hier wel een zware grond van klei, toch? We zitten in de polder. Ok, hahaha, kijk, wat een kleuren daar zeg!
Ja, ja, ja. Iedere dag een beetje, met geduld.
Goh, Willy, ik loop hier gewoon m’n geurzin achterna, kijk, er zit nog een vlinder – een dagpauwoog – daar nog eentje, dat is een clematis die enorm geurt rond deze tijd van het jaar. Welke variëteit is dit?
De clematis terniflora. Dat is eentje die in het najaar bloeit, een enorme groeier, ieder jaar tot beneden afknippen en hop, daar is ‘ie.
‘t Is echt een woekeraar, maar je knipt hem gewoon terug. … ‘t Is een groeier. Ja, ja, ja.
‘t Is geen woekeraar, ‘t is een groeier. Hij groeit enorm ieder jaar, drie, vier meter. Hij overdekt wel een beetje de andere planten, maar het zijn keuzes die je moet maken.
Ja, natuurlijk. Ho, ho, en kijk, wat een kleurpallet. Hier dan nog, met die paarse en die witte, allemaal najaarsbloeiers?
Ja, aconitum en verschillende soorten asters, maar het blijft geen vaste keuze, he. Ieder jaar tracht ik wel enkele planten toe te voegen, en sommige zaken die me niet plezieren, verwijder ik.
Ik kan me voorstellen dat je ergens naar een plantenbeurs bent geweest en in twee handen plastic zakken vol planten en dan hier staan en dat je niet weet waar je ze allemaal moet zetten.
Ja, ik plant ze nooit onmiddellijk. Eerst even rondkijken waar ze het best staan. En dan ook, na een of twee jaar kijken, doen ze het op die plaats goed of niet. En dan probeer ik het nog eens op een andere plaats. Blijven ze zwak, dan is het weg.
Kijk, ik voel als we in die richting lopen, voel ik de wind, dat is zeelucht, he? Heb je daar geen problemen mee?
Ja, zeker! Japanse esdoorn doet het hier niet. Heel wat coniferen verbranden na een of twee jaar. Dat is, euh… door het zout…
Door het zout dat de zeewind met zich meebrengt. En dan ook de wind op zich die soms… ah ja!
… heel wat planten verbrandt. Ja, de bladeren, die verbranden, ja. Heel wat, er is daar niet veel aan te doen, he.
Je zult je planten ook heel wat moeten ondersteunen, veronderstel ik?
Zeker. Zeker!
En hoe doe je dat dan?
Verschillende methodes, he. Een net erin zetten. Eventueel nadien ondersteunen, maar meestal zet ik roosters vooraf zodat de planten er kunnen doorgroeien. … Ja, ja, op maat. Kleinere volumes koop je in de winkel, maar andere heb ik wel laten maken.
Roosters, dat zijn van die betonnetten eigenlijk, op maat gemaakt. … En de planten groeien er doorheen?
Ja, ja, plus dat je dan op het einde een beetje moet opbinden zodat je het rooster niet meer ziet.
Je moet echt wel plantenliefhebber zijn en verliefd zijn op alles wat met de tuin te maken heeft Willy, want dit is toch een tuin waarin je elke dag moet bezig zijn?
Ja, ja, maar het houdt me wel gezond, hé!
Ah ja, het is een vorm van sport, eigenlijk.
Inderdaad, ik ben er nog niet aan toe om alle dagen lui in m’n zetel te zitten.
Kijk, wat een hoge asters daar.
Dat is Leucanthella daar… euh… herfstmargriet. Een woekeraar.
Ja, het heeft een astervormige bloem, en het is niet echt een aster, maar ook laag hier, dat longkruid, dat is, euh, … ja, weinig last…
Ze doen het goed, he. Hier wat in de halfschaduw.
Een beetje zon, maar niet te veel, maar wat ik op veel plaatsen zie bij Pulmonaria, dat is dat er een schimmel op komt.
Ja, soms wat meeldauw, maar dit jaar heb ik er geen last van. Plus, na de bloei, knip ik wel radicaal het blad af. En dan heb je opnieuw een fris blad dat lange tijd meegaat. … Ja, ja, dat heb ik nog gezien, ja.
Ja. (2x) Ja, ja, tuurlijk. Weet je waarom longkruid ‘longkruid’ heet? Dat is volgens de signatuurleer, werden vroeger geneeskrachtige eigenschappen toegekend aan planten die geleken op een orgaan. En als je een long, een varkenslong of gelijk welke long, doorsnijdt, dan heb je zo dat vlekkenpatroon erin.
Zeg, en zo komen we stilaan bergaf in het laagste deel van de tuin waar je vijver ligt maar ik wandel hier langs een plant die ik niet ken.
Dat is Vitex agnus castus.
Bestaat er ook een Nederlandstalige naam voor? Agnus is lam, dat weet ik. … Oei, dat is niets voor mij, hahaha!
Oh ja, dat is de monnikstruik of de kuisheidsstruik.
Kijk eens, en zo kom ik steeds weer planten tegen die ik niet ken. Ja, en dan ga je naar beurzen.
Ja, daar ben ik ook op zoek naar. Naar beurzen. En naar andere tuinen gaan kijken.
Een mooie, ronde vijver. Dus je hebt verteld dat die ronde vorm gediend heeft als inspiratie voor het aanleggen van die informele…
Ja, die vorm is om aan alle kanten uit de wind te zitten tijdens het vissen…
En dan grote wilgen. Ik zie daar een treurwilg, en hier, eigenlijk is dat een knotwilg, die heb je nooit geknot?
Dat is, euh, die heb ik nooit geknot. En dan is ‘ie zo’n sterk exemplaar geworden.
Ja, heb je geen schrik dat de takken gaan uitbreken?
Neen, als er takken zijn die te veel naar buiten groeien, dan laat ik ze wel eens afzagen. Dat is nog niet zoveel moeten gebeuren, maar dat hou ik wel in het oog.
Het is toch iets als Kempenaar moet ik zeggen dat ik vrij jaloers ben op die polderklei. Alles groeit hier.
Tuurlijk, alles groeit hier maar het duurt wel even eens de planten aanslaan maar eens dat is gebeurd, dan zijn ze meestal sterker en ook hoger.
Je gaat natuurlijk ook wel vaste planten, doorlevende planten hebben die flink uitstoelen, dan moet je op den duur verjongen of stukken daar vanaf doen? … Ja, ja, ja.
Heel regelmatig verplaats ik de vaste planten. Om de vijf, zes jaar verzet ik ze eens. Eén: omdat het nodig is voor de plant. Twee: omdat het ook leuk is om eens een ander beeld te hebben. Een tuin is geen steriel gedoe, he. En de planten die zich te veel afstoelen, tjah, uitspitten en weggeven, he. … En het is ook goed voor het DNA van de planten, hé. Dat niet alle planten van dezelfde kwekerij zouden komen.
Neen, neen, neen. Ja, ja, ja. Zoals het vroeger ging, he, voor er plantenwinkels waren. Toen gingen de boeren bij elkaar een stukje plant halen, ze draaiden dat in een gazet, en zo ging dat, hé. … Juist.
Hier heb je die fantastische wilg, maar het is wel een beetje moeilijk om vaste planten te kunnen houden … Ja, ja … Ja, het gekleurde, gepanacheerde zevenblad. Bijzonder mooi, vind ik. Omdat hij hier in een donkere hoek staat, en hij licht het hier wel wat op. Na de bloei, omstreeks augustus, heb ik die radicaal afgeknipt, en dan komt ‘ie opnieuw met een heel fris blad.
Ja, maar dan zie ik er eentje, Willy, die het toch wel goed doet? Die ken ik wel. Dat is zevenblad! … Ja.
Maar zevenblad, dat is toch de vijand van negentig procent van de tuinmensen?
Ja, dat is zo, maar wat houdt je tegen om die te planten als ‘ie zo mooi oogt, hé.
Voila. Dat heb je niet met het gewone zevenblad dat sterk woekert, deze zal ook wel woekeren, maar als je hem dan terugknipt dan is ‘ie al een heel…
Maar hij durft wel eens te ontsnappen, maar dan moet je hem bijhouden, daar zie je al een paar exemplaartjes, ja.
Ok, en dan zit je weer op je knieën en ben je dat weer aan het uitdoen.
Aan de andere kant heb ik hier ook nog een lichtgever, dat is een aster diverticarus.
Die is al uitgebloeid. Kijk naar die hele mooie zaadbollen.
Die bloeit eind augustus, en dat is nu het resultaat eind oktober. Die plant zaait zich zeer, zeer goed uit. En hier mag het. Omdat het zo’n lichtgevend element is in de … Ja, ja, ja.
Hier mag het. … Dan ben je eigenlijk ook Willy de regisseur van je tuin, nog meer dan de slaaf van je tuin. Ik kom veel mensen tegen die slaaf zijn van hun tuin, maar sommige planten laat jij ook hun natuurlijke gang gaan, en dan ben jij regisseur, hé, da’s mooi.
Kijk, hier kan je makkelijk zien hoe ik die asters help ondersteunen. Het is hier wel dé plaats waar heel wat wind, uh, een rol speelt, maar die heb ik laten maken en de buitenkant maak ik dan vast met een elastiekje, maar we hebben vorige week storm gehad, en je ziet, toch is het resultaat niet meer ideaal.
Ja, ze liggen er wat verwaaid bij, en toch, wat zweefvliegen erbij, heel belangrijk, want zweefvliegen zijn bladluis eters, hé. Heel goed dat je ook aan hen denkt. Zeg, wat een donkere kleur hier.
Dat is een magnifieke Salvia, dat is nachtvlinder. Eentje die zich zeer goed uitbreidt. … Wordt niet hoger dan dat! … Ja, ja.
Ja, ik zie het. En wordt niet hoger dan dit? Ook een dankbare plant voor een kleine tuin dan, he? Ja, je hebt niet alleen wilgen, dat is een els als ik me niet vergis. … Een gele els?
Dat is een gele els. Ja. In de maand april, bij het uitkomen van het blad, is dat blad heel wat geler en dan komt die boom bijzonder mooi uit ten opzichte van die donkere achtergrond van die populieren. … Hahaha, ik weet het niet.
Ja, ja. … Ja, ‘t is inderdaad een els. Want net zoals bij de zwarte en de witte els, of de grijze els heb je elzenpropjes, maar van dat geel blad heb ik nog nooit gehoord, ik heb alweer veel bijgeleerd, Willy, hier komen we achteraan je tuin. Dat is een echte grassenborder hier. Dan een paar andere soorten.
Ja, maar het enige gras waar ik eigenlijk tevreden over ben, dat is Carex Aurea. Ja, ja. Die doen het goed. Het gele kleur komt hier ook goed tot z’n recht in die donkere hoek. Maar andere grassen beginnen hier weg te kwijnen, zoals je ziet, diamantgras, vorige jaren stonden hier dikke toefen, maar die zijn aan het wegkwijnen omwille van het verminderde zonlicht. De tuin verandert continu.
Dat is een zegge, eigenlijk. … Ja, ja.
Maar dat vind ik nu juist heel verstandig, dat je je plantenkeuze aanpast aan de lichtomstandigheden die veranderen, aan de grond, en zo verder. Dat is veel beter dan met planten aan te komen waar je op voorhand niet van weet dat ze het niet goed zullen doen. Zoajs je ziet ben ik al volop bezig, hé, met klein hoefblad. Oooh. … Die doet het vrij goed. Je kan het midden in de border zetten, het is transparant. … Een doorkijkplant, ja, ja, ja.
Nog een mooie, gras, ja. Hier nog, voorlopig wel. Een doorkijkplant, he.
En hier Willy, hier staat een boom in het water. Vertel. … En welke boom is het? … Metasequioa, een moeilijke lange naam. Prachtig he, heel mooi blad ook. Ja, heel mooi hier vanuit de voortuin naar achteren gezien. Dat is heel mooi.
Dat is er eentje die het doet in het water zowel als uit het water, want in de zomer normaal staat het waterpeil heel wat lager, en dan komen z’n wortels bloot, maar hij blijft het goed doen. Hij heeft vorig jaar afgezien van een tak van een treurwilg, die erover hing, die is afgezaagd, maar hij is nu weer aan het herstellen.
Goh, als ik dat zo zie, met al die schuilplaatsen en bloeiende planten, het is wel een heel insectenvriendelijke tuin, he, Willy.
Ja, dat mag ik wel zeggen. Ik gebruik geen enkele toxische stof om de planten te besproeien, of dergelijke, ik laat de natuur z’n gang gaan. Ik hou niet zo van zaken die niet zo goed zijn voor de natuur.
Dat hoor ik heel graag. Dat zouden meer mensen moeten denken, maar kijk eens, wat een mooi gras alweer.
Ja, dat is arundo donax, die is nog maar pas aangeplant, volgend jaar hoop ik dat ‘ie drie meter hoog is. Dan zal ‘ie torenhoog boven de rest uitsteken, en zal dat een blikvanger zijn als je van ginds start. … Ja, heel zeker.
Een blikvanger, een lichtgever, he, je moet kijken naar die lichte kleuren. Amai.
Het opkuisen van de borders, de graskanten doe ik met een half maantje, en dan zie ik heel goed of er onkruid is of niet, omdat je het traag doet dan, he. Hier de armeluisorchidee. Ja, ja. Bijzonder hoog, en hij bloeit ook opzij. Dat zie je niet bij alle variëteiten. Ja, maar het is wel een plant waarvan ik vind dat je hem vooraan in je border moet zetten, omdat het bloemetje zo frêle is, en zo subtiel. Ja, ja.
Tricyrtis. Maar het is wel een hoge, he. Prachtige bloem, he, en ook laat in de herfst. Ja, je moet er ook van bovenaan inkijken, en dan zie je al die kleine vlekjes. Het is een beetje orchidee-achtig.
Ja, maar dit is allemaal wit, paars. Wit, blauw, ja. Daar gaan we naartoe.
Wit en blauw, maar toen ik hier aankwam vanmorgen, toen zag ik aan die kant een gloed van geel, dat zou ik wel eens van dicht willen zien.
Allemaal geel, rood, en oranje. Tot aan de vorst. In kerkboeketten. Neen, we hebben groencontainers, en dat komen ze ophalen. Ja. Ieder jaar laat ik een zes kubieke meter komen. En tijdens het opruimen van het loof, doe ik al die plantjes te goed met die compost. Iets lichter, ja. Het houdt ook de vochtigheid vast, en het oogt ook veel mooier. Bodemverbeteraar, ja.
Allemaal geel, en oranje. Je moet eens zien. Die austrumeria, hoe lang die bloeit, he! Dat begint in de zomer, en dat gaat maar door. Prachtige plant, zou eigenlijk in geen enkele tuin mogen ontbreken, de meeste mensen kennen hem van in bloemstukken. Composteer je alles wat je hier afhaalt? Maar je haalt wel compost uit het recyclagepark dan … en zo wordt je kleigrond ook iets lichter. Maar het is geen mest, he, gewoon bodemverbeteraar.
Dat is nu een border zonder dat het daar verhoogd is. Die heb ik ook van hoog naar laag kunnen opbouwen. Het was wel een zoekprentje. Ja. Ja. En dat moet je toch wel bijhouden en regelmatig veranderen. Bijvoorbeeld vooraan heb ik gekozen om grotere stukken te nemen, en naar achter minder hoog en minder grote hoeveelheden. Het ene jaar doet die plant het sterker dan de andere, dat moet je ondervinden, en ook durven veranderen. En als ik hier een zone verander, doe ik meteen een hele strook. Ik haal alles eruit, en herschikken. Maar in de zomer noteer ik wel: die plant of dat kleur staat mij niet aan, of die combinatie was niet goed. Verwijderen of veranderen, dat is zoeken. … Door heel wat tuinen te bezoeken en kijken en vragen ook! … Ja, heel zeker. Bijvoorbeeld hier, dat is brandende liefde maar rosea, die past in die border beter dan de rode die oranjefel kleurt en de aandacht trekt, deze is aan z’n tweede bloei toe, en we zijn oktober, maar in de zomer is ‘ie heel … Dat is aster ideal. En daarbij aansluitend, die aconitum cloud.
Dat zal wel. De laagste planten vooraan. Dan middelhoog, en dan hoog. Ah ja. … Ja, ja. … Zo blijf je bezig, hé, Willy. Dat is goed, maar je moet wel veel plantenkennis opdoen in al die jaren, en vooral veel ondervinding. Ik zeg altijd: je kan er niet voor leren voor zoiets. Je moet kijken, en proberen. Dat is ook een vorm van leren … ja, nu ziet ‘ie er wat uit alsof de liefde wat is opgebrand, maar ik kan me voorstellen in de zomer, en dan die heel kleine asters, ja. Die hangt zich ook helemaal over die andere planten. Dat is een lichtgekleurde monnikskap.
Kijk, genoeg gewandeld Willy. Laat ons even gaan zetten, want ik mag niet vergeten om je toch heel hartelijk te bedanken voor deze inkijk in je tuin, trouwens, je tuin is ook opengesteld regelmatig. Ah, voila. Kijk, dan weten de mensen waar ze je kunnen vinden. Het is in ieder geval een aanrader! Ja jong, ik was echt onder de indruk dat we zoveel planten hebben leren kennen. Maar ik denk dat, als ik binnen tien jaar terug kom, dat er weer andere .. Mag ik vragen hoe oud je bent? Ik weet het niet, zeventig of zo? Wablief! Alé, dan heb jij de goeie genen. En een goeie levenswijze ook!
Ja, ik ben aangesloten bij de Landelijke Gilden en de open tuinen van België. Dat is de bedoeling. Zeker, maar tien jaar, hoe lang zal ik het nog volhouden? Raad eens. Zesenzeventig.

Je kan dit artikel volledig lezen na registratie

Reageer

 

Kleurenschema
Aantal tegels per rij
Beeldverhouding
Weergave
Hoeken afronden
0

Welkom bij Dobbit 

Dobbit maakt gebruik van cookies om uw gebruikservaring te optimaliseren en te personaliseren. Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met Het privacy- en cookiebeleid.