Kijk gratis en onbeperkt

Registreer

OMHEININGEN PLAATSEN MET ROGER

Roger leerde ons al hoe je een omheining plaatst, hoe je een poort bouwt en hoe je een houten poort onderhoudt. Herbekijk hier nog eens alles op een rijtje.

Transciptie 

Een omheining met poort bouwen en het geheel onderhouden, dat kan je allemaal perfect zelf. In deze compilatie-aflevering zetten we de voornaamste wetenswaardigheden nog eens op een rijtje. Te beginnen bij het bouwen van de omheining.


Informeer je eerst en vooral goed zodat je weet tot waar je omheining mag komen. Een omheining in dood materiaal, zoals hout of draadafsluiting, mag je in samenspraak met de buren tegen de perceelgrens plaatsen. Bij een haag ben je daarentegen verplicht om vijftig centimeter naar binnen te komen aan jouw kant. Je bent trouwens ook verplicht om zowel jouw kant als de kant van de buren zelf te onderhouden.

Wat de hoogte betreft, mag je zonder vergunning tot twee meter gaan. Bij alles daarboven moet je een vergunning aanvragen.
Ga je een omheining uit hout, metaal of composiet bouwen, dan is een eerste stap het verankeren van de draagstructuur in de bodem.

Kies je voor een omheining met een betonplaat, dan zul je eerst een geul van zo’n dertig centimeter diep moeten graven om later stabilisé in te doen, zodat je verhindert dat de betonplaten zouden wegzakken.
Dan plaats je eerst en vooral de steunpalen van je omheining. Komen ze op een stenen terras, dan plaats je ze in een paalhouder, die je in het terras verankert met slagpluggen.
In een aardegrond zul je gaten moeten uitgraven waar je de steunpalen met een derde van hun totale lengte in kunt plaatsen.
Je moet sowieso enkele houten palen in de grond slaan waar je een metserskoord aan bevestigt om je begin en eindpaal mee uit te lijnen. Met een grondboor verwijder je makkelijk de aarde waar je de palen wilt plaatsen. Het is veel beter voor je rug dan dat je telkens alle putten met de spade moet gaan uitspitten. Er bestaat ook zoiets als een palenzetter. Daarmee kun je lichte grond gemakkelijk opscheppen zonder dat je je rug te veel belast.
Om de houten palen in de grond slaan, komt een handhei dan weer van pas. Een klassiek alternatief is natuurlijk de houten paalhamer. Duw de paal eerst handmatig een beetje in de grond en de rest sla je dan in met de hamer.


Heb je geen laser, dan kun je ook altijd een waterpasdarm gebruiken. Door water in de darm te doen en die van punt naar punt te strekken, zal het water aan beide punten op een gelijke hoogte komen te staan door de wet van de communicerende vaten.


Indien nodig regel je de diepte van het gat nog wat bij met stenen. Sowieso moet je paal op een harde ondergrond rusten, zodat hij niet zou wegzakken. Een tegel kan bijvoorbeeld ook werken.
Als je nu met houten palen zou werken, dan is het nuttig om aan de voet van de paal een klein voetje te zetten zodat er aan de basis geen stagnerend water is. Al kun je er ook een coating op aanbrengen.
De hoekpalen moeten het stevigst staan en krijgen hier dus een betonblok van zo’n 50 op 50 centimeter, dat 50 centimeter diep reikt. Voor de tussenpalen mag er een kleinere voet gemaakt worden.
Om de paal in de correcte positie vast te zetten tegen het metserskoord, kun je hem ofwel eerst vastmaken met stelplanken en lijmklemmen, ofwel bijstellen terwijl het beton uithardt. Met snelbeton hoef je daarvoor maar een tiental minuutjes te wachten. Giet een beetje cement uit en voeg daar water aan toe. Dam dan eerst goed aan zodat je de luchtbellen eruit haalt; anders zou je tijdens het uitdrogen barsten krijgen in het beton, wat weer gevolgen zou hebben voor de stevigheid van de constructie. Voeg er dan opnieuw een laag cement bij, en daarna wat water. Dam nu opnieuw aan.
Vergeet niet om boven het snelbeton een laag aangestampte aarde te laten, zodat er later nog gras rond de paal groeit.
Controleer voldoende met de waterpas zodat de paal zeker goed staat.
Als de eerste paal er staat, doe je hetzelfde voor de andere hoekpalen. Die verbind je ten slotte met koord aan de eindpaal, zodat je een referentie hebt voor de hoogte van de steunpalen daartussen. Voor de plaatsing daarvan ga je op dezelfde manier te werk als bij de hoekpalen.
Denk eraan dat je de grenspalen aan je perceel moet respecteren. Ga er dus niet voorbij als je een discussie met je buren wilt vermijden.
Als alle palen er staan, kun je nu eerst betonpanelen plaatsen.
De betonpanelen zetten we vast met een laag stabilisé, die verzakkingen voorkomt en bovendien waterdoorlatend is.
Hoeveel stabilisé bestel je nu? Reken uit hoeveel lopende meters je nodig hebt, en vermenigvuldig dit met de breedte en diepte van de sleuf.
De stabilisé koop je aan of maak je zelf. Dat doe je door 1 deel cement op 8 delen zand te doen. Het aandeel cement is bewust zo laag gehouden zodat het regenwater nog steeds kan doorsijpelen naar de bodem. Het mengen kan je doen in een betonmolen, maar evengoed met een schop. Om te controleren of je mengsel goed is, kan je een handvol materie in je hand nemen. Knijp het samen en als het dan niet terug openvalt, heb je de juiste structuur van stabilisé. Valt het uit elkaar, dan is er te weinig water. Loopt er water van tussen je vingers, dan is er te veel.
Dam eerst de ondergrond goed aan en giet er dan de stabilisé op uit. Plaats de betonpanelen erin en klop ze goed vast. Via een metselkoord heb je een richtlijn om de juiste hoogte te kunnen aanhouden.
Hier zijn de palen nu vóór de platen gezet, maar je kunt ze ook tussen de palen plaatsen. In dat geval moet je afstandshouders gebruiken, waardoor je hier ook bij het plaatsen van je palen al met wat extra speling rekening moet houden.
Voor de afsluiting, die tussen je steunpalen komt, zijn heel wat materialen mogelijk. In dit geval komen er draadpanelen, die gewoon op de betonpanelen mogen rusten. Er worden twee soorten onderscheiden; de 2D-panelen, die recht naar beneden lopen, en de 3D-panelen, die over een uitsprong beschikken.
Ze worden met beugels en schroeven op verschillende plaatsen in de palen vastgezet. Nog een beschermdopje erop, en klaar. Al kun je nu natuurlijk wel nog door de openingen kijken. Meer privacy creëren kan je door er lamellen tussen te plaatsen. Er bestaan flexibele soorten die je op maat knipt, tussen de draadstangen vlecht en dan bovenaan en onderaan omplooit en er een clip op zet. Maar er zijn ook systemen waarbij je ze telkens langs boven in de draadpanelen schuift en onderaan laat rusten op clips. Bovenaan werk je dan af met een eindprofiel, zodat alles goed vastzit.
Een omheining hoeft natuurlijk niet per se uit metaal te bestaan; je kunt bijvoorbeeld ook panelen uit hout, pvc of houtcomposiet plaatsen. Composiet is een mix tussen houtmeel en pvc; dit materiaal heeft geen onderhoud nodig en kan ook niet rotten.
De panelen worden in profielen geschoven. Bovenaan komt er dan een U-profiel op. En de palen krijgen nog allemaal een afdekplaatje. Zo bouw je een heel robuuste afsluiting die je ook nog eens de nodige privacy garandeert.
Maar zoek je nu eerder een charmante, decoratieve tuin- of vijverafsluiting, dan is bijvoorbeeld een houten paaltjeshek een leuke optie. Aangezien de rigiditeit hier minder van belang is, hoef je de palen ook niet per se met beton te verankeren. Het volstaat om ze goed in de grond te slaan. Alleen voor de steunpalen van de poort, die toch wat gewicht moeten kunnen dragen, gebruik je dan wat snelbeton.
Wil je nog iets helemaal anders, dan kun je ook een schanskorf bouwen.


Schanskorven zijn metalen omheiningen die je vult met stenen of ander materiaal. Je begint met de metaalpanelen uit te leggen zoals je ze gaat opbouwen. Zet de zijdes van de panelen op elkaar en maak de krammen vast door middel van een speciale tang, die bij het pakket geleverd wordt. Begin daarbij in het midden, doe dan de twee buitenkanten en daarna alles tussenin. De uiteindes van de krammen moeten naar de binnenkant van de korf gericht zijn, zodat er niets scherps uitsteekt. Monteer zo alle zijden van een schanskorf met de ringkram in elke draadopening.
Het deksel van de korf maak je natuurlijk nog niet helemaal vast. 1 kant volstaat, zodat je het nog kunt openscharnieren om de schanskorf te vullen.
Een leuke tip: door de korven onder te verdelen met tussenschotten, kun je verschillende soorten vullingen afwisselen. Die tussenschotten zet je ook vast met ringkrammen.
Dit soort schanskorven wordt tussen stalen U-profielen en H-profielen geplaatst.
Graaf een put om het startprofiel in te plaatsen. Start je tegen de muur, bevestig die dan ook met slagpluggen. Span dan een richttouw en meet aan de hand van een schanskorf af waar het eerste H-profiel moet komen. Zet hem loodrecht op zijn plaats en houd ook rekening met de correcte hoogte. Met snelhardend beton en enkele steunlatten staat zo’n profiel al na amper een kwartier stevig genoeg verankerd. Nu kan je meteen verder werken.
Zodra ook de fundering in gebroken puin, grind of stabilisé perfect horizontaal ligt, kan je checken of de schanskorven mooi tussen de profielen passen.
Dan kun je de korven gaan opvullen. Om de drie rijen rasters die je gevuld hebt, breng je spanankers aan. Dat doe je in diezelfde rij per vier rasters. Indien nodig kun je telkens twee spanankers zetten in plaats van één.
Zo ga je verder tot de schanskorf vol is. Dankzij het feit dat je niet hoeft te schroeven, is dit een klus die in feite vrij vlot gaat.
Je omheining staat er nu, maar waarschijnlijk kun je ook wel een poort gebruiken. En waarom zou je die niet zelf bouwen?

We tonen je straks, in deel 2 van deze aflevering, hoe je daarvoor te werk gaat.

In het eerste deel van deze aflevering over omheiningen bouwen, zagen we eerst en vooral hoe je de steunpalen plaatst. Daarvoor moet je putten graven die voldoende diep zijn, en de palen erin verankeren door middel van beton. Houd in de gaten dat ze zeker haaks staan. Vanaf de hoekpalen span je dan een touw, langs waar de omheining geplaatst moet worden. Ga je draadpanelen zetten, dan kun je die eventueel op betonpanelen laten rusten. Voor minder inkijk in de tuin voorzie je de draadpanelen later dan van lamellen.
We overliepen daarnaast ook kort eens een alternatief voor een metalen afsluiting, namelijk een omheining uit pvc-panelen, die je in profielen plaatst. En ook de installatie van een schanskorf kwam aan bod.
Wat onze omsluiting nu nog nodig heeft, is een poort. Roger bouwde er al eerder zelf één.


Roger toonde ons al eerder hoe je een duurzame tuinpoort bouwt zonder hardhout te gebruiken. Hij begint zijn klus met de twee zijpilaren, zodat hij daarna de ruimte daartussen kan opmeten en de poort zo op maat maken. Er wordt daarvoor vurenhout gebruikt dat al thermisch behandeld is, wat het een verhoogde duurzaamheid geeft. Het is een waardig alternatief voor tropisch hardhout, dat veel duurder is en bovendien niet ecologisch.
In principe mag je thermisch vurenhout onbehandeld buiten gebruiken, maar omdat het stuk dat in de grond komt gevoeliger is voor houtrot, beschermt Roger dat nog eens extra met een impregneermiddel. Daarover komt dan een vloeibare rubberen coating, tot aan het maaiveld.
Boven aan de palen wordt een ‘piramidedakje’ gezaagd, zodat er daarop geen water kan blijven staan.
Dan worden de gaten voor de palen uitgegraven, zo’n vijftig op vijftig centimeter groot en ongeveer een meter diep. Door middel van een metserstouw duidt Roger de positie van de palen aan. Ze worden met schoren en lijmklemmen voorlopig vastgezet. Aangezien een poort redelijk wat weegt en vanzelf naar binnen helt, zet Roger ze niet 100% waterpas, maar laat hij ze lichtjes naar buiten hellen. Daarna verankert hij de ene paal nog in de muur. Om de palen nu volledig vast te zetten, vult Roger de putten met snelbeton.
Nu hij de maten van zijn poort kan afleiden, bouwt Roger het kader op in het atelier. Hij gebruikt geïmpregneerd hout, dus chemisch verduurzaamd naaldhout. Hij zaagt alle elementen op maat volgens zijn plan en legt ze uit. Door het kader op de grond te maken, staat alles zeker vlak.


Bij het opbouwen van het kader leg je de balken ook meteen zo dat de groeiringen van het hout in tegenovergestelde richting liggen. Zo voorkom je dat je hout kromtrekt.
Breng de constructiehoutlijm aan waar twee delen moeten samen komen, behalve de hoeken waarin de schoren moeten komen. Leg de delen gelijk en schroef ze dan tegen elkaar. De combinatie van schroeven en houtlijm zorgt voor een sterke houtverbinding.
Dan maak je de schoren. Pas eerst een stuk op de plaats waar ze moeten komen en duid dan aan waar je een stuk moet uitzagen. Dat doe je met je verstekzaag of kapzaag.


Verbind nu alle delen die nog niet vast zitten met houtlijm en schroeven. Met het eerste kader klaar, kan je de tweede vleugel ook maken. Die vleugel is precies dezelfde.


Voorboren hoeft in principe niet in dit zachte hout, maar dicht bij de rand doe je dat het best toch, zodat het daar niet gaat splijten.
Voor de bekleding van het kader brengt Roger nu eerst een beschermende geveldoek aan. Die is UV-bestendig, in tegenstelling tot gewone plastic folie. Hij niet het doek vast aan het kader, met de donkere kant naar buiten en aan beide zijden wat overlapping. Een deel van de overlap kan je dan aan de bovenkant over plooien. Zo is die meteen beschermd tegen water. Het teveel aan geveldoek naast het kader snijdt hij af. Daarna gebeurt dit nog allemaal eens aan de andere zijde van het kader.
Tegen het doek komen tand- en groefpanelen, die je op maat zaagt onder licht verstek zodat er geen water op blijft staan. Leg de planken op het kader zodat ze bovenaan mooi gelijk liggen en nagel ze vast met een nagelpistool. Daarvoor kun je gegalvaniseerde nagels gebruiken, maar omdat de koppen van de nagels hier bloot blijven, gebruikt Roger inoxnagels. Zo kunnen er geen roeststrepen ontstaan op het hout.
De laatste plank in de lengte op maat zagen, doe je met een tafelzaag. En om de onderkant nu ook mooi gelijk te krijgen, komt een cirkelzaag van pas.
Langs een regel zaag je alle planken tegelijk af. Je kan dit ook onder een hoek doen, zodat je een druipneus krijgt voor de regendruppels.
Om de poort straks te kunnen ophangen, moet hij over beslag beschikken. Hier plaatst Roger drie hengen, die precies in de balken van het kader terechtkomen. Hij lijnt uit waar ze moeten komen en boort voor op de plaatsen die voorzien zijn voor de houtdraadbouten. Die kun je gewoon indraaien met een sleutel of ratelsleutel, of vastmaken met een schroefboormachine en een bit met zeskantskop. Daarnaast kun je ook nog grondgrendels plaatsen, die de poort helpen tegenhouden bij wind.
Daarna kun je de poort gaan plaatsen.


In het geval van onze zelfgemaakte poort zet Roger eerst de ene vleugel op wat blokjes om de juiste hoogte te bekomen. Hij bevestigt de duimen waar de hengen aan komen te hangen. Die schuift hij erin en maakt hij vast aan de palen met behulp van stevige schroeven.
Daarna wordt de tweede vleugel gemonteerd. Roger maakt gebruik van montagekussens, die je kunt opblazen tot de gewenste hoogte. Om de poort te laten zakken, laat hij er weer een beetje lucht uit. Wanneer de poort bovenaan goed zit, monteert hij ook de duimen aan de andere kant.
Voor de plaatsing van een metalen poort ga je ietwat anders te werk. Je gebruikt dan de meegeleverde materialen voor de bevestiging.


Op het hengsel komt een meegeleverde rondel. Daarop zal nog een beschermingsdopje rusten, die je aanbrengt in de opening in de poort.
Span het hengsel nog niet te veel aan, want dat moet nog kunnen schuiven; pas als de poort er hangt, wordt dit definitief vastgedraaid.
Met een extra paar handen krijg je de poort mooi op de stang. En dan hoef je alleen nog maar de tweede stang bovenaan in te draaien. Nu de poort stevig in de hengsels zit, kun je hem waterpas zetten door de stang vanboven bij te draaien. Eenmaal hij correct staat, span je de moeren definitief aan, en dan ben je klaar.
Een omheining en poort uit metaal, daar heb je weinig tot geen onderhoudswerk aan. Maar een houten afsluiting moet je wel behandelen met producten die speciaal daartoe dienen. We overlopen hier nog eens hoe dat in zijn werk gaat.


Je houten poort of omheining onderhouden kan je doen om groene aanslag te voorkomen, maar ook om vergrijzing tegen te gaan, of net om ervoor te zorgen dat ze mooi egaal vergrijzen.
Verwijder eerst alles wat los zit, zo hoef je die elementen al niet af te plakken. Oud hout schuur je het best eens af. Dat mag met een grove korrel. Als je er een blanke kleur op gaat zetten, doe je dit het best zo grondig mogelijk. Maar zet je er een donkere kleur op, dan is het niet nodig om het hout helemaal blank te schuren.


Groenverwijderaar breng je aan met een borstel. Na goed inwrijven laat je het product vijftien minuten tot een halfuur inwerken. Daarna haal je met een grove borstel het groenaanslag weg. Dat gaat nu gemakkelijker omdat het product het losgemaakt heeft. Als het weg is, spoel je alles nog eens goed af met water. Wacht tot het droog is voor je verdergaat.
Wil je nieuw hout gaan beitsen, dan is het zeker aan te raden om het op te schuren. Zo openen de houtvezels en wordt het product straks beter opgenomen. Gebruik hiervoor korrel 120. Verwijder daarna al het stof.
Voor we kunnen beginnen met beitsen, brengen we schilderstape aan op de delen die we niet willen willen bedekken, zoals de scharnieren van de poort. De beits, ook wel lazuur genoemd, breng je aan met de borstel. Roer het product goed door en verspreid het mooi egaal over het hout. Doe dat altijd in de richting van de houtnerf. Zo krijg je minder kans op streepvorming na drogen.


Nadat het hout volledig behandeld is, laat je het drogen volgens de aanwijzingen op de verpakking van de beits. Daarna kun je er een tweede laag op aanbrengen.


Let ook altijd op voor druipers. Deze kan je nog wegwerken als je het aanbrengt, maar eenmaal de beits aan het drogen is, is het te laat.
De schutting zal Roger hier behandelen met een product op waterbasis, in tegenstelling tot de vergrijzende beits voor op de poort.


Een tip: pak je borstels tijdens de droogtijd in in vershoudfolie, zodat ze tussendoor niet uitdrogen. Zo kan je ze hergebruiken.
Een lazuur op waterbasis droogt snel, dus je kunt de oppervlakte in principe in één dag tijd volledig behandelen.


Sla het aanbrengen van de tweede laag niet over; die dient immers niet alleen om het hout te beschermen, maar ook om het een egalere kleur te geven.
We hebben nu een aantal mogelijkheden gezien voor de plaatsing en het onderhoud van omheiningen en poorten. Bekijk je ook graag andere klussen voor in en rond het huis of ben je op zoek naar handige tuintips, snuister dan zeker eens door onze talloze video’s op de website. En vergeet je ook niet in te schrijven op ons online magazine!

Je kan dit artikel volledig lezen na registratie

Reageer

Kleurenschema
Aantal tegels per rij
Beeldverhouding
Weergave
Hoeken afronden
0

Welkom bij Dobbit 

Dobbit maakt gebruik van cookies om uw gebruikservaring te optimaliseren en te personaliseren. Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met Het privacy- en cookiebeleid.