Kijk gratis en onbeperkt

Registreer

Werken met de combiné

Met de combiné kan je meerdere houtbewerkingen uitvoeren, gaande van afkorten en schulpen, tot schaven, boren en frezen. We tonen een heleboel functies door een werkstuk te maken, vertrekkende van een ruw stuk hout tot een afgewerkt product.

Transciptie 

Met de combiné kan je meerdere houtbewerkingen uitvoeren. Deze Tooldokter somt even op wat je er allemaal mee kan doen. In deel 1 focussen we ons op enkele zaagbewerkingen. In deel 2 tonen we ook hoe je kan boren en frezen.

Met de combiné kan je heel exact gaan zagen door gebruik te maken van een parallelgeleider. Die is verschuifbaar op een lat, die je op zijn beurt kan klemmen.
De parallelgeleider heeft twee posities: ofwel haaks, ofwel een schuine kant, wat ervoor zorgt dat je dichter bij het zaagblad kan. Zet je hem haaks, dan heb je een groter draagvlak bij grotere stukken hout, met de schuine kant kan je kleine stukjes hout dichter bij het zaagblad brengen.
De parallelgeleider moet je eerst instellen vanaf een nulpositie, dit is zo dicht mogelijk tegen het zaagblad.
Stel de nulpositie in, en bij het verschuiven van de geleider, kan je de afstand aflezen op de display, bijvoorbeeld 10 centimeter. Klem de geleider vast, en het kan nooit kwaad om de afstand nog eens te controleren met je plooimeter. Het gaat dus om de afstand vanaf de rechterkant van het zaagblad tot aan de geleider.
Dan kijk je ook nog om het juiste zaagblad te monteren. Met een stalen pin blokkeer je eerst het zaagblad.
Met de bijgeleverde sleutel demonteer je in wijzerszin de moer. Die heeft een tegenstelde draadrichting als de as van het zaagblad, waardoor die zichzelf opspant van zodra het zaagblad in werking treedt.
Hou je hand onderaan, zodat de moer meteen in je hand kan vallen en niet in de machine zelf. En het zaagblad kan je er nu uit halen.
Het type zaagblad dat je gebruikt is afhankelijk van het materiaal dat je wil zagen, de dikte van het materiaal en of je het werkstuk dwars op de houtnerf, of met de houtnerf mee wil zagen.
Daarvoor kijk je op de afbeeldingen op de verpakking van het zaagblad: de scherpte en de hoek van de tanden spelen hierbij een rol, alsook welk soort materiaal je ermee kan zagen en in welke richting.
Verder vind je ook nog de diameter van het zaablad terug, de dikte ervan, en de diameter van het asgat. Ook het aantal tanden staat vermeld. Hoe meer tanden, hoe fijner het resultaat.
In het zaagblad vind je ook sleuven terug. Deze dienen voor afkoeling tijdens het wrijven van het zaagblad, en tegelijkertijd verminderen ze vibraties van het zaagblad.
Plaats een zaagblad overigens nooit op metaal, dan beschadig je de zijkanten van de tanden niet.
Eens het juiste zaagblad gekozen, kan hij gemonteerd worden. Let erop dat de tanden mee kijken in de richting dat het zaagblad draait. Dan nog enkel de moer erop draaien, ditmaal in tegenwijzerzin. Met de sleutel hoef je niet extreem hard aan te spannen, want het zal zichzelf opspannen van zodra de zaag draait.
Na het plaatsen van het cirkelzaagblad, regel je het spouwmes bij, die verhindert dat het cirkelzaagblad in de zaagsnede vastloopt. Het spouwmes moet op zo’n 5 millimeter van het zaagblad staan, die je gewoon bijregelt met behulp van een Engelse sleutel.
Op het spouwmes zit voor de veiligheid nog een beschermkap.
Wanneer je melamineplaten wil zagen, moet je ook nog een voorrits zaagblad monteren vóór het gewoon zaagblad. De voorrits is enkele millimeters dikker, en vermijdt spaanders van de melamineplaten.
Waarom brokkelt de melamine toplaag altijd aan 1 zijde zo lelijk af als je zo’n plaat doorzaagt? Als de tand van de zaag vanaf de bovenzijde de plaat raakt, drukt hij de toplaag tegen de plaat en is een mooie zaagsnede mogelijk. Als de zaagtand aan de onderzijde de plaat ‘verlaat’, is de kracht op de toplaag, van de plaat af, dit zorgt ervoor dat er stukjes af kunnen brokkelen.

De voorritser lost dit op door een 2e zaagblad eerst aan de onderzijde door de toplaag te laten zagen.
De dikte van de voorrits kan je aanpassen door meer of minder plaatjes tussen de twee zaagbladschijfjes te stoppen.
Eens de nodige zaagbladen gemonteerd zijn, rest nog enkel de beschermkap te sluiten. Draai het zaagblad ook nog even rond om te controleren of het niet wiebelt. Is dit zo, dan is hij fout gemonteerd.
De zaag stel je in naargelang de dikte van de plank. Met behulp van een hendel kan je de hoogte van het zaagblad dan gaan aanpassen.
Je werkstuk kan je dan gaan uitsmetten, oftewel ruw gaan opschrijven wat je nodig hebt, dus nog niet je nettomaat.
Zet de geleider niet alleen op de juiste afstand, maar hou ook rekening met tot hoever de geleider voorbij het zaagblad komt: bij het afkorten komt de geleider voor de zaag, zodat je werkstuk niet gaat klemmen eenmaal het is afgezaagd. Bij het schulpen of langszagen, moet de geleider voorbij de zaag komen, en bij platen mag dat zelfs nog wat verder. Als je nét over het zaagblad instelt, kan je het afgezaagde stuk nog makkelijk verwijderen aan de rechterkant van je werktafel.
Zagen is ook denken aan je veiligheid. Stofmasker opzetten, net als een veiligheidsbril en gehoorbeschermers.
Deblokeer de veiligheid, zet de machine in de juiste functie, en dan kan je beginnen zagen.
Bevestig ook de stofkap, en zet de stofzuiger aan.
En dan kan je in serie beginnen uitzagen. Duw je werkstuk met een gecontroleerde beweging voort en hou je vingers ver genoeg van het zaagblad. Draag ook geen juwelen, ringen of polshorloges om te vermijden dat je zou vasthaken aan het zaagblad.
Gebruik ook een houtduwer, zodat je met je handen niet bij het zaagblad moet komen.
Onze planken zijn nu in de gewenste breedte gezaagd, nu moeten ze nog op de juiste lengte afgekort worden.
Zaag van alle balkjes eerst een klein stuk af, zodat je een haakse zaagsnede creëert. Verwijder nooit met je handen, maar duw het afgezaagd stuk weg met resthout of een ander hulpstuk.
Zaag uit, verwijder voorzichtig het afgezaagde stuk, en begin aan het volgende stuk.
Een té klein stuk is te gevaarlijk om te passeren met de handen. Gebruik daarvoor dan de aanslagbalk om het hout op maat te geleiden.
Het ruwe hout mag nog geschaafd worden. Eerst moet je het vlak schaven, daarna haaks, en dan nog eens in de breedte en dikte. Een overzicht.
De schaaf is eigenlijk een lange beitel op een as die snel rond draait.
Vergeet hier ook zeker niet de beschermkap te monteren.
En dan komt er nog een schaafgeleiding.
Deze moet zeker haaks staan, dus contrôle met de winkelhaak is nodig, en liefst zo dichtbij de schaafmessen. Bij de contrôle is er nu nog een opening, dat moet weg.
Met de beschermkap dek je de volledige schaaf af. Bij het haaks schaven maak je wat ruimte, zodat het hout kan passeren.
Kijk ook naar hoe het hout bol of hol staat. Zorg dat de holle kant op de tafel ligt. Mocht je de holle kant naar boven zetten, werk je de ronding niet weg en zal het bol blijven. Met de holle kant naar beneden schaaf je begin en eindpunt weg, en krijg je een vlakker stuk.
De afvoertafel is even hoog als de bovenkant van de schaaf. De aanvoertafel ligt net onder de schaafmessen. Hoe lager je de aanvoertafel instelt, hoe meer materiaal je weg schaaft. Doorgaans stel je hem in op 2 millimeter.
Je voert het hout dus aan tegen de draairichting van het schaafmes. Let goed op je handen ! Hou je werkstuk vast, ga langs de beschermkap, en eens de beschermkap voorbij, duw je het hout vanonder de beschermkap.
Hou steeds met twee handen vast zodat het niet kan weg slaan. En hou je vingers vlak, niet verspreid. En spreid ook de duimen niet, maar hou ze naast je handpalm. Duw ook NIET met je duim, maar hou je handen telkens vlak.
Nog vlug het stofzuigersysteem aansluiten, en het schaven kan beginnen.
Schaaf het hout, en als je tevreden bent met het resultaat, markeer je de geschaafde zijde. Het is die zijde die straks dan tegen de geleider komt bij het haaks schaven.
Schaafsel doe je NOOIT met de handen weg. Blaas het weg. En zorg dat er geen schaafsel overblijft tegen de geleider. De gemarkeerde zijde van het hout, hou je tegen de geleider.
Klem je handen, spreid je vingers dus NIET open, en pas de geleider aan aan de breedte van je hout.
Bij het haaks schaven duw je het hout voort, pak voorbij de geleider opnieuw aan, duw opnieuw verder, en trek je tweede hand ook voorbij de geleider.
Vergeet nadien de geschaafde zijde niet te markeren.
En op die manier ga je dus te werk tot je het gewenste resultaat hebt bekomen voor al je houtstukken.
Na het schaven zie je een zogenaamde ‘golfslag’, een golvende inkeping in het hout doordat de schaafbeitel telkens in het hout grijpt bij het aanvoeren. Hoe sneller je het hout aanvoert, hoe groter de golfslag zal zijn. De golfslag zal ook groter zijn bij hardere houtsoorten, dus bij hard hout moet je zeker trager aanvoeren.
En dan kan je nog eens op de breedte en dikte van je hout gaan schaven.
Sluit ook hier het stofafzuigsysteem aan om het schaafsel af te voeren.
Stel dat je hout 45 millimeter dik is, en je wil het schaven naar 42 millimeter dik, dan moet je de aanvoertafel naar omhoog brengen op de gewenste breedte.
Schaaf altijd eerst op breedte zodat je een breder vlak hebt, dan op dikte. Want als je houten lat te fijn wordt, kan hij omkantelen.
Leg de planken met gemarkeerde zijde - die reeds haaks geschaafd is – naar onderen, want het is de andere zijde die we nu op juiste breedte willen brengen. Leg alle planken klaar, je moet dan niet meer nadenken en voer het hout aan.
Voer niet al het hout samen in één keer aan. Zorg dat elk stuk hout naast de andere wordt aangevoerd, dan wordt de hele lengte van de schaafas gebruikt, en zal die ook gelijkmatiger afslijten.
En dan mag je de dikte van het hout ook nog eens gaan schaven.
Terug naar ons werkstuk: Kader maken met sponning waarin later dan nog een kader kan ingelegd worden.
Zitten er noten in het hout? Tracht het hout dan zo te plaatsen dat je de noten kan wegwerken waar je de sponning wilt maken.
De afstanden moeten nog op de regels worden overgebracht. Dit doe je met een paringspotlood, in het blauw.
En dan volgt er nog een paringsteken op de stijlen.
Even wat theorie. De binnenkanten breng je naar elkaar toe, en plaats je naar boven. Dat heet de dagkant.
Uit deze stukken wil je een afstand overzetten, in ons geval 35 centimeter.
Teken de eerste eindlijn af met de winkelhaak, en om aan te duiden dat dit de eindlijn is, zet je er enkele kruisjes op.
Zet dit punt nog eens 35 cm op. Zet de plooimeter daarbij rechtop, en teken de volgende eindlijn met enkele kruisjes erop.
De breedte van het hout willen we overzetten, wat dan de daglijn wordt. We tekenen de breedte van de lat af, omdat dan telkens een andere lat erin kan passen met behulp van een pengatverbinding. Later zal je dit nog duidelijker zien.
Zet de eindlijn over op elke zijde van de lat, en duidt met een kruisje aan.
De lat is hier 22 mm dik, de boor is acht mm dik, en komt precies in het midde, dus 7 mm aan beide zijden overhoudend.
Bij aftekenen duidt je eerst het boorgat aan, stel dat je mist of er loopt iets fout, dan kan je het hout nog recupereren voor de penverbinding.
Nu nog de plaats van de sponning aanduiden, markeer dit met rood, dan weet je dat dit het gedeelte is dat je weg mag halen.
De combiné is uitgerust met een boorkop, en daarmee gaan we nu aan de slag.
De boor heeft een diameter van 8 mm. Boren van de combiné zijn anders getorsd dan gewone boren, bijgevolg zit de snede andersom.
Installeer de boorkop met een inbussleutel.
En om veilig te werken komt er nog een beschermingskap.
De hoogte stel je in door een handwiel aan te draaien.
Ook de diepte moet je nog bijregelen. De normale regel is dat je één derde uithaalt, dat moet je dus berekenen, maar doorgaans kan je ook tien millimeter uithalen, wat we nu ook gaan toepassen.
Stel de boor ook in dat hij enkel die tien millimeter uithaalt.
Onderaan de tafel is daarvoor een stop voorzien die je kan instellen op de gewenste afstand.
Klem het werkstuk vast met de snelspanner, en om het niet te beschadigen tijdens het klemmen leg je er een reststukje hout tussen.
Klem niet op de plaats waar je gaat boren, anders riskeer je het hout in te drukken en zal het boorgat niet meer juist uitkomen.
En dan kan je boren: via twee hendels beweeg je het boorplatform.
Ga met de boor in en uit, zodat het boormeel tijdig weg kan.
Start met het begin en eindpunt weg te halen, op 2 mm van de rand.
En dan kan je alles ertussen uithalen.
Eens alle gaten eruit zijn, kan je met een zijdelingse beweging met de boor alles uitfrezen. Doe dit niet meteen op volle diepte, maar stapsgewijs, zo zal je de boor minder belasten.
En herhaal dit voor alle te boren gaten.
Dan is het tijd om de sponning uit te halen. Duid aan op je hout wat je zal uithalen.
En dan kan de topas klaar gemaakt worden, hierop installeer je een frees.
De freeskop kan je voorzien van verschillende messen.
Op de frees zit telkens een snij- en keerbeitel, opgespannen met een blokje ertussen. Om de beitels te verwisselen, los je ze met een inbussleutel. Haal de beitels er voorzichtig uit want ze zitten nog eens verankerd met enkele pinnen aan de freeskop. Omdat we een sponning gaan uitfrezen, gebruiken we een sponningbeitel, dat is degene die er nu net in zit.
De frees stel je zó in dat het onder je werkstuk komt te liggen. Andersom is gevaarlijker, en dus te vermijden. Met een handwiel stel je de hoogte in.
Monteer de freeskop ook op de juiste manier: de as draait in tegenwijzerin en de messen moeten dan in dezelfe richting mee kijken.
Wanneer je de veiligheidsringen terug plaatst, mag die niet te dicht bij de beitels zitten. Daarom komt deze laatste ring er niet meer op.
En dan komt de beschermkap er nog bij om veiliger te werken. Je wil in het hout frezen, en niet in je handen, natuurlijk.
In ons geval willen we 10 mm diep frezen. Controleer met de plooimeter of de beschermkap op de juiste afstand stand.
De beschermplaten zelf laat je ongeveer 1 cm van de as staan zodat de beitels er niet tegen zitten.
En dan kan je de geleider gaan vast zetten.
Met een hendel stel je nog de hoogte in, wat neerkomt op de hoogte van onze penverbinding.
Nog even de beveiliging instellen.
En nu kan het werkstuk ertegen worden geplaatst.
Let er ook nog op dat de beveiligingsplaten in dezelfde rechte lijn staan, zodat het werkstuk gelijkmatig wordt gefreesd.
Als je dit hebt moeten aanpassen, kan het zijn dat de diepteafstand wat veranderd is, kijk nog even na.
Om het schaafsel te verwijderen, nog vlug het stofzuigersysteem inschakelen.
Werk eerst met een proefstuk. Controleer of de diepte correct is, en werk dan pas voort met je echt werkstuk.
Hou de latten met je paringsteken naar boven, zodat de rode markering die je weg wilt halen onderaan tegen de frees komt te liggen.
Eerst een keer testen.
Wat is de houding van je handen? Voer aan, maar hou je handen nooit ter hoogte van de freeskop, pas wanneer de houten lat voorbij de freeskoppositie is neem je het terug vast.
De sponning is uitgefreesd. Terwijl de freeskop nu nog op de topas staat, kan je er de pennen mee uitfrezen. Het principe is eenvoudig. Je klemt het hout tegen een aanslagbalk en passeert met een gecontroleerde beweging langs de freeskop. Haal boven- en onderkant uit, en herhaal nogmaals voor elk houten latje.
Ons werkstuk kunnen we nu al voorlopig in elkaar steken.
Het kader willen we nog afwerken met een afdekplaatje, op de combiné kunnen we dus nog een plaat gaan verzagen. Gebruik dan wel een zaagblad voor plaatmateriaal.
Aan zo’n plaat zit er meestal een rechte zijde, een fabriekskant, maar maak er een gewoonte van om eerst zelf rechte zijde uit te zagen, dus klein stukje eraf.
Als je afgezaagd materiaal wil verwijderen, neem het dan nooit met de handen weg, gebruik een houtduwer of wat resthout en duw het materiaal weg van het zaagblad.
Is de plaat nu wel haaks afgezaagd? Controleer met een winkelhaak.
Om op maat te zagen, werk je opnieuw met de parallelgeleider. De display is zeer gevoelig, en kan je zeer nauwkeurig instellen.
Duw de plaat tegen de geleider, en zaag rustig uit.
Het stuk is nu op de juiste lengte gezaagd, en mag nog op breedte gezaagd worden. Het is stuk is nu wel te kort om tegen de parallelgeleider te werken. De aanslagbalk op de looptafel brengt soelaas.
Het werkstuk is klaar, de afdekplaat kunnen we al even inpassen. Het is nog enkel zaak om de stijlen af te korten, en dan zit de klus erop.
Na gebruik, verwijder je al het stof, terwijl je lopende onderdelen, tandwielen nog eens kan behandelen zodat alles soepel blijft bewegen, en minder kans krijgt om te roesten.
Ook het zaagblad zelf kan je aanpakken. Vuiligheid en aaneengeklit zaagmeel kan je makkelijker verwijderen met een reiningsspray.

Hiermee zijn we aan het einde gekomen van deze Tooldokter. Blijf kijken naar het tweede deel om te ontdekken hoe we ons werkstuk verder afwerken.

Je kan dit artikel volledig lezen na registratie

Reageer

Kleurenschema
Aantal tegels per rij
Beeldverhouding
Weergave
Hoeken afronden
0

Welkom bij Dobbit 

Dobbit maakt gebruik van cookies om uw gebruikservaring te optimaliseren en te personaliseren. Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met Het privacy- en cookiebeleid.