Kijk gratis en onbeperkt

Registreer

Metselen met Roger

Metselen kan voor een doe-het-zelver een handige vaardigheid zijn, bijvoorbeeld voor als je zelf een muurtje wilt metselen of van plan bent om mee te helpen met je aannemer bij het bouwen van je woning. In deze compilatie-aflevering overlopen we niet alleen het metselen zelf, maar ook een snellere alternatieve verlijmingsmethode, het plaatsen van spouwhaken en de afwerking met voegsel.

Transciptie 

Metselen kan voor een doe-het-zelver een handige vaardigheid zijn, bijvoorbeeld voor als je zelf een muurtje wilt metselen of van plan bent om mee te helpen met je aannemer bij het bouwen van je woning. In deze compilatie-aflevering overlopen we niet alleen het metselen zelf, maar ook een snellere alternatieve verlijmingsmethode, het plaatsen van spouwhaken en de afwerking met voegsel.
Goed om te weten is allereerst het feit dat een woning hoofdzakelijk uit twee soorten muren bestaat: de gevel, die de buitenste muur van je woning vormt, en de binnenmuur, die over het algemeen opgebouwd wordt uit snelbouwstenen. De meest courante metselstenen zijn de gewone baksteen en de snelbouwsteen, maar ook binnen die soorten is er variatie in grootte, densiteit en gewicht.

Hier zullen we het metselproces demonstreren aan de hand van snelbouwstenen.


Hoeveel stenen heb je nu nodig voor jouw project? Om dat te weten te komen, neem je eerst de breedte van de steen, inclusief de voeg. Meet ook de lengte, voeg inclusief. Vermenigvuldig die twee maten. Deel dan het aantal vierkante meter door de uitkomst van die berekening. Zo weet je hoeveel stenen je nodig hebt.
Bouw op een voldoende dragende ondergrond, die dus niet poreus is. Dat kan een funderingssleuf of funderingsplaat zijn. Om ervoor te zorgen dat je telkens haaks werkt, gebruik je een bouwhaak, of pas je de stelling van Pythagoras toe.

Teken af waar je muur moet komen. In de uithoeken horen er profielen te komen, waartussen je dan een touw spant. Werk je tegen een bestaande muur, plaats daartegen dan eerst een profiel. Stop er een blokje tussen zodat je met het touw achter het profiel kan. Maak het vast met een muurpin; controleer daarbij of hij zeker waterpas staat. Je kunt ook een schietlood laten zakken om te zien of dat het geval is.

In de hoeken komt er ook een profiel. Zet dat vast met wat stenen. Leg de steen waarlangs het touw moet lopen plat. Maak het profiel vast met een lijmklem. Zet het dan waterpas door het te stutten met schuine latten. Doe dit langs beide kanten van de hoek.


Teken op het hoogst liggende profiel de hoogte af voor vijf lagen stenen. Met een pasdarm zet je die afstand over op het andere profiel. Duid dan ook aan waar de andere lagen zullen moeten komen, zodat je straks telkens op die hoogtes het koord kunt spannen bij het metsen van de volgende rijen.

De hoogteverschillen van je ondergrond vang je op door de eerste rij perfect waterpas te leggen. Span daarvoor een koord ter hoogte van het eerste niveau, waar je een streepje getrokken had. Een metsersblok kan hierbij helpen.
Gebruik voor je gemak een kant-en-klare specie. Doe altijd eerst het water in je betonmolen. Het product voeg je toe terwijl de molen draait. Wijk niet af van de aangegeven verhoudingen op de verpakking.


Schep de mortel in een kuip en breng dan dotten aan op de bodem, waar je de stenen inlegt.


Voor de eerste rij hoor je kimblokken te gebruiken. Die hebben een grotere isolatiewaarde.


Gebruik voor het uitleggen van de eerste rij stenen het koord als referentie en controleer telkens nog eens na met de waterpas. Zo weet je alvast dat je de volgende rij stenen goed start.

Na de eerste rij breng je een dun laagje mortel aan en plaats je daarop een waterkeringsfolie.


Aangezien dit een binnenmuur is, wordt er enkel een waterkeringsfolie tegen opstijgend vocht voorzien. Bij een buitenmuur moet je nog een extra waterkering plaatsen, die doorloopt via de gevelstenen en die ervoor zal zorgen dat het vocht van in de spouw naar buiten kan. Dat is ook de reden dat er in de gevel een open stootvoeg voorzien wordt, waarlangs het vocht kan ontsnappen.

Nadat de waterkeringsfolies aangebracht zijn, ga je dan gewoon verder met het plaatsen van de rijen.

Neem het teveel aan mortel altijd direct weg, voor het naar beneden valt. Controleer ook of de rij mooi in één lijn ligt. Let er ook op dat je de stenen nooit tot tegen het touw duwt, want dan buigt het en ben je je referentie kwijt.


Als je achteraf de muur gaat bepleisteren, volstaat het om die gewoon wat af te stoffen. Wil je de muur daarentegen zo laten, bijvoorbeeld in het geval van een garage, dan moet je de mortel tussendoor eerst uit de voegen krabben met behulp van een voeger. Doe dat zowel in de horizontale als in de verticale voegen.
We hebben nu gezien hoe je snelbouwstenen metselt, maar je kunt ze ook verlijmen. Dat gaat niet alleen sneller, maar je hoeft daarna ook niet zo lang te wachten voor je kunt pleisteren. Er is ook minder kans op uitbloeiing, dus witte vlekken die nadien op de gevel verschijnen. Bovendien isoleer je zo beter, aangezien er nauwelijks een voeg is.


Breng, net zoals daarnet, eerst een laag mortel aan op de stabiele ondergrond. Schep voor uitharding de overtollige mortel weg. Zet de steen waterpas.


Die eerste laag moet nu uitdrogen. Daarna kan je meteen daarop de volgende laag verlijmen. Als je de lijm aanmaakt, zorg er dan zeker voor dat zowel je kuip als je menger proper zijn. Mochten er immers harde stukjes tussen de lijm zitten, die dan in de dunne voeg belanden, dan kun je niet meer recht werken. Maak ook niet te veel in één keer aan. Meng goed door, laat dan twee minuten rusten, en meng dan nog eens door.

Ook hier span je weer een metserskoord. Dit zal niet zozeer dienen om de hoogte aan te geven, maar wel om ervoor te zorgen dat je in één lijn blijft werken.


Plaats de lijmroller aan het begin van de rij stenen en trek hem achteruit.

Ook hier moet een waterkeringsfolie komen, dus die moet mee ingelijmd worden. Het is niet eenvoudig om zo’n folie in te lijmen, dus om het jezelf gemakkelijker te maken kun je de volgende rij stenen omdraaien en die inlijmen.

Hier worden de stenen die contact maken met de bestaande muur niet verankerd met een pin, maar gewoon vastgelijmd.

Als je klaar bent met een rij stenen, borstel je ze af en verhoog je het touw weer.


Er is met dit systeem geen kans op verzakking, dus vanaf het moment dat de eerste rij stenen uitgehard is, kun je meteen een hele verdieping doen.

Nadien zijn er geen voegen die afgewerkt moeten worden; het enige wat je nog hoeft te doen, is het wegkrabben van overtollige lijmresten die je tussen de voegen ziet.
Denk eraan dat iedere soort metselwerk zeker 28 dagen moet uitdrogen, of het nu om traditioneel metselwerk of om een verlijming gaat.
We hebben zonet een muur gebouwd uit snelbouwstenen. Die komt dus achter de rij gevelstenen te zitten. Gevelstenen plaats je op een gelijkaardige manier, maar hun functie is eerder decoratief en beschermend.

De binnenmuur en de gevel worden via spouwhaken (ook wel spouwankers genoemd) met elkaar verbonden; zo creëer je extra stabiliteit.

Spouwhaken moeten om de halve meter geplaatst worden. Boor daarvoor gaten in de oude muur met een steenboor. Plaats pluggen in de gaten, waar de spouwhaken dan in komen. Er bestaan verschillende systemen, maar als je de spouwhaken gemakkelijk in een bestaande muur wilt kunnen bevestigen, is een slagspouwhaak met plug de beste optie.

Het uiteinde van de spouwhaak plooi je dan om, zodat die later zeker niet uitsteekt langs buiten.

 


Let erop: de haak moet aflopen van de binnenmuur naar de buitenmuur toe. Zo vloeit de eventuele condens in je spouw niet in je binnenmuren, maar naar buiten toe. Bij het plaatsen van de volgende rij bakstenen kun je de spouwhaken dan onzichtbaar in het voegmiddel verwerken.
Misschien ben je aan het renoveren en wil je de oude binnenmuur in de mate van het mogelijke behouden, en aanvullen met snelbouwstenen waar nodig. In dat geval zul je de stenen laag voor laag op maat moeten maken zodat ze aansluiten op de oorspronkelijke muur. Kap de oude muur in een trapvorm, zodat je de nieuwe snelbouwstenen gemakkelijker kunt plaatsen. Maak de oude stenen wel zeker nat voor je de mortel aanbrengt, zodat ze niet te sterk zuigend zijn.
Na het plaatsen van gevelstenen moet je die nog opvoegen. Wil je de oude voegen van een muur opnieuw vullen, haal dan eerst en vooral de oude kapotte voegen weg. Slijp daarvoor met een haakse slijper langs de bakstenen en diep ze minstens een centimeter uit, zodat je straks voldoende voegmiddel kan aanbrengen. De restanten haal je weg met hamer en beitel.

Borstel dan de voegen schoon zodat het voegmiddel kan hechten. Het is aan te raden om een kant-en-klaar product te gebruiken, want zo ben je er zeker van dat je overal dezelfde voegkleur krijgt. Als je van de substantie een bal kunt maken die blijft samenhangen, dan is hij goed om mee te werken. Valt hij uit elkaar, dan voeg je nog wat water toe.

Bevochtig de muur nog even voor je begint met voegen.


Je kunt vanuit je hand voegen, maar ook vanuit een voegbord. Na de stootvoegen doe je de horizontale, dus de lintvoegen. Plaats daarvoor je voegbord eronder en duw het voegsel erin met je voegijzer. Borstel nadien alles af met een zachte borstel voor een egaal resultaat.
Metselen en voegen zijn klussen die je een beetje moet oefenen om ze onder de knie te krijgen, maar ze zijn ook voor een doe-het-zelver zeer goed te doen. Wil je meer van dit soort dingen bijleren, dan hoef je enkel maar naar onze website te surfen voor talloze video’s en artikels, en je in te schrijven op ons gratis online magazine om niets van de nieuwe items te missen.

Je kan dit artikel volledig lezen na registratie

Reageer

Kleurenschema
Aantal tegels per rij
Beeldverhouding
Weergave
Hoeken afronden
0

Welkom bij Dobbit 

Dobbit maakt gebruik van cookies om uw gebruikservaring te optimaliseren en te personaliseren. Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met Het privacy- en cookiebeleid.