naar top
Menu
Logo Print

VLOER ZELF TEGELEN

1. Vloer voorbereiden
2. Vloer egaliseren
3. Tegelpatroon bepalen
4. Tegelen
5. Voegen

1. VLOER VOORBEREIDEN

voorbereiden

Beginnen doe je met je ruimte proper te maken met een borstel en stofzuiger. Dit is belangrijk om straks op te kunnen werken. Tegels plaats je op een vlakke ondergrond. Is die niet vlak, moet je die eerst egaliseren. Hoe weet je of je vloer vlak is? Je meet die met een een lange lat, en het verschil mag niet meer zijn dan 3mm.

2. VLOER EGALISEREN

egaliserenAls voorbereiding plaats je een hechtprimer. Deze grondlaag zorgt ervoor dat de egalisatie zich beter zal hechten en regelt het absorptievermogen van het beton eronder.

Tip! Bevestig je verfborstel op een houten stok, zo kan je blijven rechtstaan tijdens het primeren.

Je wacht tot de hechtprimer voldoende droog is om de egalisatie aan te maken. Op de verpakking vind je de instructies hoe je dat moet doen. Doe dan de juiste hoeveelheid water in een mengkuip en voeg er een hele zak egalisatie aan toe. Met een menger of een mengstaaf op je boormachine kan je dan de egalisatiemortel doormengen. Laat dan twee minuten rusten en meng nog eens kort door. Dan kan je de egalisatiemortel uitgieten. De egalisatie verdeelt zich min of meer zelf over het oppervlak, maar voor een goede verdeling neem je toch beter een lijmkam. Zo kan je de mortel verder verdelen over het oppervlak. Bij egalisatie werk je steeds naar de deur toe. Heb je meerdere kamers te doen, zorg ook dan dat je altijd weg kan. Egalisatie wordt nat geplaatst en het best in één keer. Zorg dat je jezelf dus niet insluit en werk naar een deur toe.

egaliserenegaliseren

 

De wachttijd is afhankelijk van de gegoten dikte. Je wacht beter iets langer dan de aanbevolen wachttijd die je terugvindt op de verpakking. Tijdens het wachten betreed je de ruimte beter niet. Doe je dit wel? Dan maak je de ruimte eerst schoon voor je begint.

3. TEGELPATROON BEPALEN

patroonVoorkom kleine stukken tegels en schuine stukken door eerst je tegelpatroon vast te leggen. Controleer de haaksheid van je hoeken met een tegel zelf. Leg een tegel in de kamer en meet langs alle kanten hoe je uitkomt. Hou hierbij rekening met de breedte van je tegel en die van je voeg.

koordWij tonen je hoe je begint met een volle rij tegels tegen de muur. Met een smetkoord en twee tegels zet je een referentie waar de eerste rij komt. Doe nu hetzelfde voor de rij die tegen de muur komt aan de aanliggende muur. Zet een grote winkelhaak op je referentielijn zodat je zeker weet dat deze rij haaks ligt op de eerste. Meet op verschillende plaatsen even de afstand tot de muur. Als de ruimte haaks is, dan zit er normaal geen verschil op.

pythagoras

Je kan de haaksheid van de ruimte ook bepalen met de stelling van Pythagoras of de 3-4-5 regel. Meet op een zijde een veelvoud van 3, bijvoorbeeld 120 centimeter en duid dat aan. Aan de andere zijde duid je een veelvoud van 4 aan, bijvoorbeeld 160 centimeter. Tussen deze twee punten zou de afstand dan het veelvoud van 5 moeten zijn.

4. TEGELEN

systeem

Om te tegelen gebruik je een menger, lijm, tegels, een lijmkam een truweel en een tegelhamer. Om de tegels te snijden gebruik je een haakse slijper. Om je tegels nog makkelijker te plaatsen gebruik je een systeem met clips en spieën.

Tijdens het leggen plaats je de clips in de voeg tussen je tegels. In de clips schuif je een spie die je doet knellen met een tang. Het is wel belangrijk dat je deze tang goed instelt. Is de tang goed ingesteld, dan kan je de tegels opheffen zonder dat ze van elkaar vallen. Stel je ze te sterk in, dan breken de clips.

lijm

Maak dan je lijm aan. Op de verpakking kan je lezen hoeveel water je per zak nodig hebt. Voeg dan een zak lijm bij het water en meng alles goed door. Zorg ervoor dat de lijm smeuïg is zodat je hem goed kan uitsmeren. Nadat je de laatste keer doorgemengd hebt, spoel je je mengstaaf af in water zodat deze proper blijft. Als de lijm al droog is, zal je de lijm met een hamer moeten verwijderen en dan kan het gebeuren dat je je mengstaaf kromslaat.

Plaats de eerste rij waar je referentielijn komt. Breng wat dotten lijm aan en smeer de lijm uit. Gebruik een lijmkam met maat tien, dat wil zeggen, met tanden van tien op tien millimeter. De maat van je lijmkam is altijd afhankelijk van de tegel en de ondergrond. Voor natuursteentegels neem je meestal een iets grotere maat. Vloertegels verlijm je best dubbel, waardoor je zowel de ondergrond als de achterkant van de tegel inlijmt. De ondergrond kam je in met je lijmkam, steeds in dezelfde richting, de achterkant lijm je vlak in.

vlaklijm

tegelhamer

Plaats de verlijmde tegel dan in de gekamde tegellijm. Druk de tegel met een tegelhamer een beetje in de lijm aan. Vergeet niet je clips te plaatsen voor je de tegel plaatst. Erna breng je dan de spieën aan. Met een goed ingestelde tang trek je dan de clips tot tegen de tegel.

Zorg ervoor dat je steeds proper werkt en neem een spons bij de hand. Veeg daarmee de overtollige tegellijm af. Werk je ruimte verder af met je tegels. Met een snijmes of met een spatel haal je de overtollige lijm uit de voegen. Dat doe je beter nu al. Zit er nog te veel lijm in de voeg, dan is het later moeilijker om het voegmiddel aan te brengen.

messpons

haakse slijperWanneer je een tegel op maat moet maken gebruik je een haakse slijper. Je legt een stuk hout onder de tegel. Om de tegel goed te laten aansluiten, maak je de hoek beter zo perfect mogelijk. Snij daarvoor aan de zichtbare kant van de tegel. En ook met een haakse slijper kan je de details zeer fijn afwerken. Wanneer je alle tegels gelegd hebt, laat je de lijm volledig uitdrogen. Hoelang je moet wachten voor je de vloer mag belopen en wanneer je hem kan voegen vind je terug op de verpakking.

5. VOEGEN

Om te voegen gebruik je een voegrubber, een truweel en je voegmiddel. Het overtollige voegsel was je af met een spons.

clips verwijderenEerst verwijder je de clips en de spieën. Dat doe je door langs de zijkant van de spie te slaan met je tegelhamer. Dan kuis je alles netjes op voor je gaat voegen. Beginnen doe je door het voegmiddel aan te maken. Doe even de juiste hoeveelheid water in een emmer. Hoeveel water zie je op de verpakking. Voeg dan het voegmiddel erbij en meng alles goed door. Daarvoor kan je eventueel een mengstaaf op je boormachine plaatsen. Het voegmiddel schep je dan op je voegrubber en met je voegrubber smeer je je voegen vol. Dit doe je altijd diagonaal. Anders neem je het voegmiddel terug uit de voegen. Laat dan het voegmiddel wat drogen.

Eens het voegmiddel in de voegen gedroogd is, kan je de tegels wassen. Neem daarvoor je sponsbak en spons. Met een goed uitgewrongen spons veeg je het overtollige voegsel van de tegel. Doe dit steeds in cirkelbewegingen om te vermijden dat je het voegsel uit de voegen wrijft. Blijft er na een aantal keren wassen nog een cementsluier achter op de tegels, dan kan je die verwijderen met cementsluierverwijderaar. Daar wacht je best enkele dagen mee tot de voegen volledig zijn uitgehard.

voegvoegenvoegen