naar top
Menu
Logo Print
30/11/2019 - PASCAL VANDENBERGHE

ALLES OVER CONVECTORS

Wie geen radiatoren wil, en vloerverwarming of infraroodverwarming niet ziet zitten, kan ook kiezen om zijn woning te verwarmen met convectors, die – zoals de naam al doet vermoeden – een beroep doen op convectiewarmte. In dit artikel overlopen we de voor- en nadelen die convectors te bieden hebben.

HOE WERKT HET?
SOORTEN CONVECTORS
AANDACHTSPUNTEN BIJ DE PLAATSING VAN CONVECTORS
ONDERHOUD

HOE WERKT HET?

convectorConvectors produceren convectiewarmte. Ze werken net als radiatoren met warm water, maar hier wordt dat water niet doorheen kolommen of panelen geleid. Het water loopt door een een koperen buis omringd door aluminium lamellen die voor convectiewarmte zorgen.

Convectors bevatten overigens minder water dan radiatoren, ze worden dank ook ‘Low H²0-toestellen” genoemd. Er bestaan naast convectoren die met water werken ook elektrische convectoren.

STRALINGSWARMTE VS CONVECTIEWARMTE

stralingswarmte

Net zoals bij radiatoren wordt zowel convectiewarmte als stralingswarmte afgegeven. De verhouding ligt echter compleet anders: convectors geven 90% convectiewarmte af en 10% stralingswarmte, radiatoren geven 50 – 75% stralingswarmte af, en 50 – 25% convectiewarmte.

STRALINGSWARMTE

Stralingswarme is een directe vorm van verwarming die zich horizontaal voortbeweegt en zo de lucht in een ruimte verwarmt.

CONVECTIEWARMTE

convectie

Convectiewarmte is een indirecte vorm van verwarming, waarbij koude lucht wordt aangezogen en opgewarmd. De lucht stijgt tot aan het plafond, koelt af, en daalt opnieuw, waarna dezelfde cyclus zich herhaalt. Met convectiewarmte kan je een ruimte gelijkmatiger en sneller verwarmen – daardoor zijn convectoren ook een zuinigere optie dan radiatoren, waarvan het aandeel aan convectiewarmte geringer is.

Doordat convectie lucht aanzuigt van buitenaf, bestaat wel de kans dat er meer stofdeeltjes door de ruimte worden verspreid, wat het minder gezond maakt dan stralingswarmte.

SOORTEN CONVECTORS

convectorConvectors heb je in verschillende uitvoeringen, waardoor je ze gemakkelijk kan doen passen in elk interieur. Convectors worden bijna altijd bij een raam geplaatst om koude lucht aan te zuigen.

Naast gewone wandconvectors heb je immers compacte modellen die je onder een vensterbank kan plaatsen, of kan wegwerken in een nis of omkasten in een meubel.

Verder kan je als bijverwarming ook gebruikmaken van verplaatsbare elektrische modellen.

VENTILO-CONVECTOR

ventilo

Een ventilo-convector is een convector die zowel koude als warme lucht in de ruimte blaast. Op die manier doet dit type convector ook dienst als ventilatiesysteem.

CONVECTORPUT

convector

Een groot voordeel van convectors is dat je ze kan inwerken in de vloer, waardoor er weer wat plaats vrijkomt – dan wordt er gesproken van een convectorput. Dit is de meest gebruikte toepassing van convectors. Een convectorput een ideale oplossing voor schuiframen of ramen die tot aan het vloerniveau komen.

De put wordt bedekt met een beloopbaar rooster – best uit aluminium, met een vrije luchtdoorlaat van 70 – 75%. Het benodigde vermogen van vloerconvectors hangt af van het warmteverlies langs de ramen. 

Afhankelijk van dat warmteverlies zal de schacht waar de lucht wordt uitgeblazen één of twee luchtstromen bevatten:

convectorput
  • Is het warmteverlies langs het raam minder dan 25%, dan is er één luchtstroom net langs het raam.
  • Is het warmteverlies meer dan 75%, dan zal de warme luchtstroom zo ver mogelijk van het raam worden geplaatst.
  • Ligt het warmteverlies ergens tussenin, dan zijn er twee luichtstromen – de koude lucht wordt langs opzij aangezogen en centraal wordt de warme lucht naar boven gevoerd.

Bij particuliere woningen zal je het vaakst te maken hebben met een warmteverlies van 25% of minder. Dat warmteverlies wordt aangeduid met de U-waarde (W/m²K).

AANDACHTSPUNTEN BIJ DE PLAATSING VAN CONVECTORS

convectorput

Wanneer je convectors in de vloer inbouwt, moet je erop letten dat je ze niet te dicht tegen het raam plaatst, zodat de warmte niet gevangen zit tussen het raam en het gordijn. Installeer je convectors in de vloer, dan moet je er ook op toezien dat opstijgend vocht er niet aan kan. Zorg er verder ook voor dat de lengte van je vloerconvector zoveel mogelijk overeenstemt met de lengte van het raam waarbij je die plaatst.

De inbouwdiepte kan variëren tussen 9 cm – ideaal voor op verdiepingen, maar mag niet meer dan 50 cm bedragen. Hoe diep de convector uiteindelijk wordt ingebouwd, hangt af van de warmte die je er wil uithalen.

ONDERHOUD

onderhoud

Het is vooral belangrijk dat je van tijd tot tijd het stof verwijdert van je convectors. Zo vermijd je dat stof de ruimte wordt ingeblazen. Een stofzuiger en een droge doek zijn daarvoor al genoeg.

Verder moet je convectoren ook op tijd eens ontluchten. Lees hier hoe je daarbij te werk gaat.