naar top
Menu
Logo Print
30/11/2019 - PASCAL VANDENBERGHE

ALLES OVER RADIATOREN

De meeste huishoudens verwarmen zich nog steeds met radiatoren. Het blijft immers een relatief goedkope manier om je woning te verwarmen. Radiatoren zijn verder ook vrij eenvoudig te plaatsen. In dit artikel overlopen we hoe een radiator werkt, welke soorten je hebt en hoe je zelf aan die plaatsing begint.

HOE WERKT HET?
WAAROM RADIATOREN KIEZEN?
VERMOGEN
TYPES
HOE PLAATS JE EEN RADIATOR?
ONDERHOUD

HOE WERKT HET?

radiatorRadiatoren maken gebruik van warm water. De centrale verwarmingsketel zorgt voor het water en verdeelt die over de leidingen waarmee de radiatoren zijn verboden. Het water stroomt vervolgens door de radiator.

De radiator absorbeert de warmte en straalt die uit in de ruimte waarin het toestel zich bevindt. Een radiator geeft dus stralingswarmte vrij en verwarmt de lucht in de ruimte waar hij is geplaatst.

WAAROM RADIATOREN KIEZEN?

radiatorJe hoeft radiatoren niet in te werken in muren of vloeren. Je zal dus geen extra breekwerken hebben om ze te installeren. Ze vormen ook een relatief goedkope manier om een woning te verwarmen en zijn verder eenvoudig om te installeren.

Radiatoren kunnen dan wel een storend element vormen voor de inrichting van een ruimte, toch zullen ze een ruimte sneller opwarmen dan vloerverwarming.

VERMOGEN

vermogen

Om het vermogen te berekenen heb je het volume nodig van de kamer waarin je de radiator plaatst (lengte x breedte x hoogte) en de gewenste temperatuur voor een ruimte. Voor een woonkamer is dat doorgaans 22°C (85 W), voor een slaapkamer 18°C (77 W), voor een keuken 20°C (70 W) en voor een badkamer 24°C (93 W). 

Als je het volume van de kamers en het nodige wattage per m³ hebt, vermenigvuldig je het aantal m³ van de kamers met het aantal Watt per m².  

radiatorHoeveel radiatoren je nodig hebt in huis en welk vermogen (uitgedrukt in Watt) die moeten hebben, hangt verder ook af van hoe goed je woning is geïsoleerd. Hoe beter je woning is geïsoleeerd, hoe kleiner het nodige vermogen om de ruimte goed te verwarmen, wat minder stookkosten betekent.

Ook de oriëntatie en het aantal vensters in je woning spelen een rol. Je CV-ketel moet het ook aan kunnen. Een CV-ketel die telkens een zware inspanning moet doen voor alle radiatoren zal uiteraard meer energie verbruiken.

TYPES

Radiatoren werken allemaal volgens hetzelfde principe, het verschil zit hem vooral in het design ervan. Er zijn tegenwoordig heel wat speciale en plaatsbesparende designradiatoren op de markt, maar standaardmodellen zoals de ledenradiator of de paneelradiator zijn ook nog steeds in trek.

LEDENRADIATOR

ledenradiator

De meest klassieke vorm is de buisradiator, ook wel kolomradiator of ledenradiator genoemd. Deze bestaan uit een reeks aan leden die naast elkaar staan en veel water kunnen opnemen. Het grote voordeel is dat ze daardoor veel warmte kunen opnemen en afgeven.

Het nadeel is dat dit model vaak als storend element wordt ervaren in een ruimte, doordat hij veel plaats inneemt.

PANEELRADIATOR

thermostatische kraan

Tegenwoordig kiezen mensen meer voor paneelradiatoren. Deze nemen minder plaats in dan buisradiatoren. Dit type radiatoren is uitgerust met een vlak of geribbeld paneel.

De ribbels zorgen voor een snellere verwarming, doordat ze het contactoppervlak vergroten.

ELEKTRISCHE RADIATOR

elektrische radiator

Je wil radiatoren, maar je kan ze niet aansluiten op je centrale verwarming? Dan kunnen elektrische radiatoren nog altijd een oplossingen bieden. Het nadeel is dat je kosten hoger zullen zijn.

Daarom zijn elektrische radiatoren ook interessanter als bijverwarming dan als hoofdverwarming in een woning. Ze verwarmen immers snel en zijn zowel in plaat- als kolomuitvoering beschikbaar.

HOE PLAATS JE EEN RADIATOR?

Radiatoren plaats je voor een goede luchtcirculatie het best 10 cm boven de grond. Daarom worden radiatoren vaak opgehangen en niet direct op de grond geplaatst.

De grootste klus is misschien wel alle radiatoren veilig en wel transporteren naar de verschillende ruimtes waar ze moeten komen. Zoek hiervoor hulp. Zeker als je via de trap omhoog moet. De radiatoren zijn veiligheidshalve ook nog ingepakt met beschermende folie. Laat deze zo lang mogelijk zitten zodat je het email niet gaat beschadigen. Een kras is vlug gemaakt!

METEN

meten

Meten is weten. Dit verwarmings-blok monteer je volgens een middenmuurplaatsing. De watertoevoer moet dus netjes in het midden van de radiator uitkomen. Je hangt het blok aan twee rails vast aan de muur.

Je plaatst deze profielen zo dat ze niet té hoog hangen, zodat je het ganse blok er later nog makkelijk op kan haken. Anderzijds plaats je de rails ook niet té laag, zodat je onderaan nog de nodige koppeling kan maken met het watertoevoer.

OPBOUW KADER

kader

De rails zijn voorzien van enkele openingen. Langs die gaten kan je de rails aan de muur bevestigen. Teken de posities af. Pak er een steenboor bij van dezelfde diameter als de plug en boor uit. Bevestig nog de bouten met de gepaste plug, zodat beide rails muurvast zitten.

Wacht nog even met de radiator aan de voorziene haken te plaatsen. Eerst werk je nog het onderblok af.

ONDERBLOK

onderblok

Nu de radiator nog niet aan de rails hangt, is er nog voldoende plaats om het onderblok te installeren. Kijk in de handleiding hoe ver het van de muur moet zitten. Zo kan je de waterleidingen op de juiste maat brengen.

Daarna breng je de (alpex)buis met de watertoevoer op lengte. Gebruik een buizensnijder. Waar de buis is afgekort, kan de diameter ietwat vervormd zijn.

kalibreerstukJe maakt die opnieuw mooi rond met behulp van een kalibreerhulpstuk.

Gebruik de juiste diameter en forceer zeker niet te veel, anders kan je geen waterdichte aansluiting garanderen.

KLEMKOPPELING

klemkoppeling

Vervolgens maak je de klemkoppeling: plaats alle onderdelen in de juiste volgorde over het buisuiteinde. Let erop dat het eindstuk er mooi recht op zit. Anders krijg je problemen met de afdichting. Het onderblok kan je nu aankoppelen. Duw de uiteinden goed over de openingen en span alles goed aan.

Draai de kraan voorlopig dicht met een inbussleutel, zodat er nog geen water uit kan spuiten. Later kan je die altijd opendraaien wanneer je druk wil hebben. Vergeet de eindstop er ook niet op te bevestigen.

OPHANGEN

ophangen

Op de rails komen er nog afstandhouders, zodat het verwarmingsblok overal op dezelfde afstand van de muur komt te zitten en dus optimaal zijn stralingswarmte kan afgeven. Plaats de radiator op de voorziene beugels van het kader.

Haal er eventueel extra hulp bij voor deze plaatsing. Draai daarna nog de klemmen van de rails vast, zodat het geheel stevig gemonteerd zit.

ONTLUCHTER

ontluchter

Elke radiator heeft normaal gezien 4 openingen. Eentje is sowieso bestemd voor de ontluchter. Die plaats je zo ver mogelijk van de toevoer. Komt de watertoevoer centraal uit op het verwarmingselement, dan dien je de ontluchter links- of rechtsboven te plaatsen. Stel dat de aansluiting linksonder verloopt, dan plaats je die rechtsboven enzovoort.

De ontluchter is normaal al voorzien van een dichtingsrubber. Je hoeft in dat geval geen afdichtingskoord meer aan te brengen. Op de resterende openingen plaats je nog een stop.

ONDERVERDEELSTUK

verdeelstuk

Helemaal onderaan de radiator zitten nog enkele doppen. Deze draai je met de hand los om het onderverdeelstuk erop te plaatsen. Zet alles vast met een platte sleutel.

THERMOSTAATKNOP

debiet

Elke radiator moet je individueel kunnen regelen. Dat gebeurt met de thermostaatkop. Aan de radiator zit een buis ingewerkt: hieraan koppel je de thermostaat. Dat gebeurt in twee stappen. Eerst plug je de insertradiator in de opening.

Dit mechanisme regelt het debiet van het water dat door de radiator moet stromen. Zet vast met een platte sleutel.

thermostaatknopDaarna plaats je de thermostaatkop. Zet die enkel vast met de hand. Draai de kop wel nog open, zodat het circuit niet afgesloten is.

Dit zal van pas komen om straks te ontluchten. Daarna zet je opnieuw de kraan van het onderverdeelstuk open. Doe dit met een inbussleutel.

WARM WATER

warm water

De installatie zit er bijna op. Zet eerst de kraan van je onderverdeelstuk weer open. Vergeet de eindstoppen niet terug te plaatsen.

In de technische ruimte kan je daarna de flexibel van het circuit aansluiten op je verwarmingsketel. De druk moet je laten oplopen tot 1,5 bar. Verder dien je de radiatoren ook eerst te ontluchten.

ONDERHOUD

ONTLUCHTEN

ontluchten eindstop

Op zich vergen radiatoren weinig onderhoud. Ze moeten enkel van tijd tot tijd eens ontlucht worden. Dit doe je ook na de installatie. Hoe minder lucht, hoe beter de warmte zal geleiden.

Luchtbellen in het circuit zullen ook een vervelend ratelend geluid met zich meebrengen. Het is belangrijk dat je dat zo snel mogelijk doet wanneer je dergelijke geluiden hoort, zodat de buizen niet kunnen roesten en voor verdere schade zorgen.

ontluchten

Radiatoren kan je gemakkelijk zelf ontluchten. Pak radiator per radiator aan en begin met het toestel dat zich het laagst in je woning bevindt. Hou er zeker een emmer bij en vang op tot er een zuivere straal vloeit. Dan zijn de luchtbellen er zeker uit. Herhaal bij je andere radiatoren en eindig boven.

Tijdens het ontluchten kan de druk van je verwarmingsketel wat zakken. Je zal die dus nadien wat moeten bijvullen. Voor een goed rendement van het verwarmingssysteem zal je regelmatig eens moeten ontluchten. Het is voldoende om dit dan enkel te doen bij de hoogst geplaatste radiator van je woning. Daar zullen de meeste luchtbellen zich immers verzamelen.

BIJVULLEN

bar

Bij het ontluchten zal de druk van je radiatoren verlaagd zijn. Ligt de druk onder 1,5 bar, dan zal je moeten bijvullen tot er voldoende druk is.

Daarvoor schakel je je installatie terug aan en kijk je de druk na. Als die minder dan 1,5 bar bedraagt, moet je bijvullen. Dat doe je tot je drukmeter 1,5 bar aangeeft.

KALKAANSLAG

kalkaanslag

Kalk is nefast voor je leidingen. Een waterbehandelingsproduct biedt alvast bescherming tegen kalk en corrosie. Sluit daarvoor eerst de watertoevoer van de ketel af en koppel de tube met product erop aan. Zet daarna de watertoevoer open en ledig de tube volledig. Sluit hierna meteen de kraan en koppel de lege vultube af.

Sluit de flexibel weer aan op het circuit en zet de leiding opnieuw open. Noteer zeker de datum waarop dit product is aangebracht. Het is een goeie herinnering voor een later onderhoud.