naar top
Menu
Logo Print
05/10/2019 - PASCAL VANDENBERGHE

HOE ZELF EEN GROENDAK PLAATSEN

Groene daken zijn een pak mooier dan zwarte daken. Je doet er het klimaat en jezelf een plezier mee en er zijn amper redenen om het niet te doen, zeker nu je tegenwoordig ook zelf aan de slag kan met de aanleg ervan. In dit artikel leggen we uit hoe je dat doet, en we geven enkele aandachtspunten mee.

AANDACHTSPUNTEN BIJ DE PLAATSING VAN EEN GROENDAK
HOE BEGIN JE ERAAN?
WELKE BEGROEIING KIEZEN

AANDACHTSPUNTEN BIJ DE PLAATSING VAN EEN GROENDAK

ORIENTATIE

oriëntatie

Een groendak plaats je niet op gelijk welk dak. Een groendak gedijt sowieso het best bij een zuidelijke oriëntatie. Een noordelijke oriëntatie of een beschaduwd dakvlak kan ook voorzien worden van een groensysteem, op voorwaarde dat er aangepaste planten worden gekozen.

Groendaken liggen het best in de zon (minimale bezonning van drie uur), zo niet ontstaat er een wildgroei van mossen en onkruiden.

STABILITEIT

stabiliteit

Zowel in het geval van een nieuwbouw of een renovatie laat je eerst je dakconstructie nakijken door een architect of stabiliteits­ingenieur.

De architect of ingenieur kan dan berekenen of je dak het extra gewicht van het groendak aankan. Zo ben je zeker dat het groendak niet in de kamer terechtkomt.

DAKBEDEKKING

dakbedekking

Een dak uit EPDM leent zich uitstekend tot het plaatsen van een groendak.

Bij een dak in bitumen leg je het best onderaan nog een worteldoek.

HOE BEGIN JE ERAAN?

EERSTE LAAG

eerste laag

De eerste laag voor de aanleg van je dak is een drainerende noppenfolie. Deze heeft een dubbele functie. Onder deze noppenfolie kan het overtollige regenwater afgevoerd worden naar de regenwaterput. Maar in de noppen blijft het water ook staan. Zo hebben de planten een waterbuffer om een droge periode te overleven.

Kies voor een noppenfolie waar bovenaan al meteen een worteldoek is aangebracht. Die voorkomt dat de wortels van het dak tot op het dak zelf groeien.

FOLIE PLAATSEN

folie plaatsen

De noppenfolie leg je gewoon los op je dak. Je rolt die gewoon af van de ene kant van je dak tot aan de andere kant. Aan het einde snij je die gewoon door met een breekmes. Wees voorzichtig dat je niet in je dak snijdt. Leg je een aantal stroken noppenfolie naast elkaar? Zorg dan dat de worteldoek overlapt. Er is een overlapstrook voorzien aan de kant. Die leg je gewoon over de andere rij.

Om recht naast elkaar te werken, is het het gemakkelijkst als je een rij noppen in elkaar legt. Zo verschuift de folie niet meer. Om het jezelf gemakkelijker te maken, kan je op de stroken ook al wat ballast leggen. Zo blijven ze zeker goed liggen.

BUFFERZONE

bufferzone

Langs de rand van het groendak leg je het best keien. Die vormen een bufferzone waar geen planten groeien. Dit is vooral om te vermijden dat de planten onder de dakrand zouden groeien. Zo kunnen ze immers je dak beschadigen. Ook rond een koepel plaats je die het best.

Plaats eerst grindkeringsprofielen, met de voetjes naar binnen. Je zet ze op een afstand van ongeveer twintig centimeter van je dakrand of je muur. Die ruimte vul je dan met keien. Je gebruikt hier het best gewassen keien. Deze hebben geen scherpe randen. Keien met scherpe randen kunnen je dakstructuur perforeren.

CONTROLEPUT

controleplut

Je moet ervoor zorgen dat je altijd toegang blijft hebben tot je regenwaterafvoer. Als die verstopt raakt, kan je dat probleem dan nog oplossen. Snij daar de noppenfolie open. Op de opening komt er een controleput. Daarrond komt er dan nog eens een grindstrook.

Je kan de grindkeringsprofielen in een hoek plooien door er onderaan en bovenaan een stuk uit te zagen of te slijpen.

SUBSTRAAT

substraat

Op het dak zelf, langs de andere kant van de grindprofielen, stort je het substraat. Dat is straks de voedingsbodem voor de planten. Reken op een dikte van een achttal centimeter substraat. Per vierkante meter kan je dus gemakshalve zeggen dat je 80 liter substraat nodig hebt. Het substraat kan je op twee manieren op je dak krijgen.

Voor geringe oppervlaktes kan je zakken substraat kopen en deze uitkieperen over je dak. Voor grote oppervlaktes laat je het best een tankwagen met substraat komen. Deze kan, via een lange slang, het substraat dan tot op het dak blazen. Dit is vooral handig bij grote daken.

VERDELEN

verdelen

Eens het substraat op het dak ligt, moet je het nog mooi verdelen. Dat kan je met een hark doen. Om dit perfect te kunnen doen, moet je dit in drie richtingen harken: horizontaal, verticaal en diagonaal.

Doe dat ook in drie stappen. Je zal zien dat je op deze manier tot het mooiste resultaat komt.

WELKE BEGROEIING KIEZEN

STEKKEN

stekken

Je kan je dak laten begroeien door er sedumstekken op te zaaien. Deze zaai je uit over het substraat. Het is de goedkoopste manier om een groendak te krijgen, maar het duurt ook het langst voor je dak écht groen ziet. Reken op ongeveer 100 gram stekken per vierkante meter. Net zoals bij gras moet je het na het uitzaaien water geven.

Als het een droge periode is, geef je de dagen of weken na het zaaien nog water. Let erop dat er zich tijdens het groeien geen onkruid nestelt tussen de stekken. Controleer elk halfjaar en trek het onkruid uit. Na ongeveer twee jaar heb je dan een groendak.

PLUGGEN

pluggen

Een iets snellere manier om je dak groen te krijgen is door te werken met sedumpluggen. Dat zijn plantjes die al geworteld zijn. Je zet ze op je substraat en je duwt ze er gewoon in. Voorzie ongeveer twintig plantjes per vierkante meter.

Geef ze ook wat water, zeker als het de eerste dagen niet regent. Zo wortelen de planten goed. Ook hier moet je het onkruid halfjaarlijks wieden voor een mooi resultaat.

MATTEN

matten

Voor een instantgroendak kan je matten gebruiken. Net zoals graszoden rol je ze uit. Je dak ziet dadelijk groen. Zorg dat de matten telkens goed aansluiten aan elkaar. Je kan de matten op maat maken met een breekmes of een kleine zaag. Je dak ziet nu meteen groen, maar geef het bij droog weer ook de eerste dagen wat water.

Na de aanleg van je groendak kijk je het best elk halfjaar of er geen onkruid groeit. Ook een halfjaarlijkse bemesting, in de lente en in de herfst, loont de moeite als je een perfect groendak wil.

ALLES IN EEN: SEDUMTRAYS

sedumtrays

Kies je voor de gemakkelijke weg? Dan heb je nog de sedumtrays. Alle lagen van het groendak zijn daarin opgebouwd in één. Een tray bestaat uit een plastic bak. Onder die bak kan het water nog afgevoerd worden naar de regenwaterput. In de tegel zelf vind je de klassieke opbouw van een groendak. Onderaan is er een waterbuffer, hier met hydrokorrels. Op die korrels ligt een wortelwerende doek. Die voorkomt dat de wortels tot op je dak kunnen groeien.

Boven op die worteldoek ligt het substraat. Het sedum, of de platen, is er meteen ook al in geplaatst. Zo heb je meteen een groen resultaat.

PLAATSING

plaatsing

Het plaatsen van de trays is kinderspel. Je legt ze gewoon op je dak en je schuift ze in elkaar. Alles past in elkaar zoals een puzzel. Mocht het niet volledig passen, kan je de sedumtrays op maat zagen. Zo kan je van je volledige dak een groendak maken.

Je kan er, na de plaatsing, ook gemakkelijk een tray uit nemen. Daarom kan je er zelfs een boven op de regenwaterafvoer plaatsen. Je kan ze dan wegnemen als je de afvoer wil inspecteren.

VOORDELEN

voordelen

Sedumtrays zijn veruit de duurste manier om een groendak aan te leggen. Het gemak dat je krijgt bij het aanleggen en het onderhouden ervan, gaat dus gepaard met een kostprijs.

Daarom is het vrijwel uitsluitend geschikt voor kleinere daken, of daken die moeilijk bereikbaar zijn. De tegels zijn immers niet groot en kunnen gemakkelijk tot op elk dak worden gebracht.