naar top
Menu
Logo Print
21/09/2019 - PASCAL VANDENBERGHE

HOE ZELF ZONNEPANELEN PLAATSEN OP EEN PLAT DAK

Waar vroeger veel werd uitbesteed aan een vakman, kan je tegenwoordig steeds meer zelfbouwpakketten kopen. Zonnepanelen vormen hierin geen uitzondering. Met de juiste begeleiding kan je die dan ook zelf plaatsen. Het enige wat je moet zien zitten, is zelf op je dak kruipen.

VOORBEREIDING
RAILS, BEUGELS EN VOETEN
HELLINGSGRAAD BEPALEN
PANELEN PLAATSEN
KABELS AANSLUITEN VOOR DE OMVORMER
OMVORMER PLAATSEN
KABELS BEVESTIGEN
ZONNEPANELEN AANSLUITEN OP INSTALLATIE
KEURING

VOORBEREIDING

PAKKET KIEZEN

pakket

Eerst moet je natuurlijk een pakket kiezen voor op je dak. Wat je daarbij in rekening moet brengen kan je hier allemaal nog eens nalezen.

Door een pakket te bestellen heb je alle elementen in één keer in huis. Door te kiezen voor levering aan huis vermijd je ook dat ze onderweg beschadigd geraken.

ALLES MEE OP HET DAK

boormachine

Om de panelen op het dak te zetten, kan je een lift gebruiken, of je geeft ze simpelweg door aan elkaar – het is sowieso geen taak die je alleen doet.

Verder heb je nog volgende zaken nodig:

  • een schroefboormachine met bits;
  • een plooimeter;
  • elektrische tangen;
  • de installatiehandleiding die bij het pakket hoort.

RAILS, BEUGELS EN VOETEN

railsJe begint eerst met het uitleggen van de rails en de beugels – deze vormen de onderstructuur. Je legt eerst de rails, en daarbovenop komen de beugels, vooraan een lage, en achteraan een hoge om de hellingsgraad van je zonnepanelen te maken.

Je hebt deze beugels in twee vormen: degene die als begin- en eindstuk dienen om het paneel tegen te houden, en de andere beugels worden in het midden geplaatst op de rails.

rubberen voetenOm te weten waar je die beugels nu precies plaatst, zijn er gaten voorgeboord. Je klikt de beugels op hun plaats en je schuift ze naar achter tot ze vastzitten. Je zorgt er uiteraard voor dat je ze zodanig plaatst dat de panelen een hoek vormen naar beneden.

Onder de rails plaats je vervolgens de rubberen voeten, die ook in de rails klikken. De voeten dienen als bescherming van het dak tegen de scherpe rails. Bij een dak uit bitumen of EPDM kan de bedekking beschadigd worden mochten de voeten er niet zijn.

RAILS BEVESTIGEN

rails bevestigen

Met de rails kan je dan rijen vormen. Je maakt ze met elkaar vast met de bijhorende bouten. Bovenaan de bout staat een markering die overeenkomt met de richting van het bevestigingsplaatje onderaan.

Bij het inbrengen zorg je ervoor dat de markering gelijkloopt met de richting van de rail. Draai dan even tot de markering dwars op de rail ligt en draai de bout vast. Zo weet je zeker dat de rails correct aan elkaar verbonden zijn.

SCHADUW VERMIJDEN: OBSTAKELS EN DAKRANDEN

OBSTAKELS

schaduw

Je zorgt er uiteraard voor dat je de panelen zo ver mogelijk houdt van obstakels op het dak – bijvoorbeeld een schouw – zodat deze geen schaduw zullen vormen op de panelen. Een handig truucje om dat te meten: je meet de hoogte van het obstakel. Verdubbel die hoogte, en je hebt de afstand die er tussen het obstakel en de panelen moet zijn.

DAKRANDEN

Ook een dakrand kan een schaduw werpen, zeker bij een plat dak. Daar pas je dezelfde techniek toe als bij obstakels om te bepalen waar je de zonnepanelen zal leggen en de rails bevestigt.

HELLINGSGRAAD BEPALEN

hellingsgraad 10°De ideale hellingsgraad voor zonnepanelen is tussen de 30° en 40°. Op een plat dak is dat echter niet altijd mogelijk, omdat de panelen anders te scherp gelijnd staan ten opzichte van de volgende in de rij en zo veel meer schaduw op de panelen werpen, waardoor de panelen uiteindelijk verder van elkaar zouden moeten staan om randabel te zijn, en je er dus minder kan plaatsen.

Dan is het meer opportuun om te gaan voor een kleinere hellingsgraad (10°), dat zal een beter rendement opleveren dan minder panelen plaatsen op dezelfde oppervlakte.

PANELEN PLAATSEN

kabelsWanneer je alle rails hebt geplaatst, kan je de zonnepanelen plaatsen. De kabels die eraan zitten, zullen nog vastzitten met kabelbinders. Die knip je nu al los, nu je er nog gemakkelijk aan kan.

Vervolgens leg je het paneel in de beugels, en zorg je ervoor dat het paneel onderaan in de beugels rust. Kijk ook of het paneel onderaan en bovenaan in het midden van de beugel ligt. Vervolgens leg je de volledige rij.

CLIPS VASTMAKEN

clips

Aan de zijkant kan je dan de clips al vastmaken. Hiervoor moet je de clip eerst naar beneden brengen, zodat de beugel goed op het paneel klemt. Schroef het dan pas vast.

Wees hier voorzichtig en zorg ervoor dat je boormachine niet te veel kracht uitoefent.

BALLAST

ballast

Bij een plat dak zorg je onderaan de rails voor extra ballast, zodat ze stevig staanen de panelen niet kunnen wegwaaien.

In een zelfbouwpakket zullen daarvoor betontegels voorzien zijn.

RIJEN VERBINDEN

rijen verbinden

Wanneer je zo één rij panelen gelegd hebt, kan je aan de volgende rij beginnen. De twee eerste rijen bevestig je ook met elkaar door middel van beugels die je met elkaar vastschroeft. Zo ga je verder met de volgende rijen.

PANELEN VERBINDEN

panelen verbinden

Wanneer de panelen er liggen, kan je ze met elkaar verbinden. Je verbindt de stekkers aan elkaar. Begin daarbij vooraan en werk paneel per paneel naar achter in een slangmotief.

Je zorgt er met spanbandjes voor dat de stekkers – hoewel ze waterdicht zijn – veilig van de grond hangen.

KABELS AANSLUITEN VOOR DE OMVORMER

tape op kabelJe hebt twee kabels om van je panelen naar je omvormer te gaan, een positieve en een negatieve. Duid dat alvast aan op de kabels, zodat je aan de omvormer niet mist.

Opgepast: op deze kabels zit al elektriciteit van zodra ze zijn aangesloten aan de panelen. Daarom plak je de uiteinden die in de omvormer komen beter af met tape. Zo maken ze geen korstsluiting. Verbind dan de stekkers met het eerst en het laatste zonnepaneel, waarna je de kabels naar beneden geleidt.

AARDINGSDRAAD

aardingsdraad

De kabels worden ook best geaard, daarom strip je een stuk aardingsdraad en verbind je ze aan de rails. Eén verbinding per groep zonnepanelen is voldoende, de metalen structuur maakt namelijk overal contact. Ook de aardingsdraad leid je naar beneden.

Dit is het laatste werkje op het dak. Neem hierna dus alle materiaal mee naar beneden.

OMVORMER PLAATSEN

omvormerBeneden plaats je de omvormer. Zoek daarvoor een goede, maar vooral veilige plaats om hem op te hangen. Eerst plaats je de beugel, waarin je vervolgens de omvormer haakt.

De kabels leid je netjes naar de omvormer met behulp van kabelgootjes.

KABELS BEVESTIGEN

POLEN VAN DE ZONNEPANEEL

gelijkstroom meter

De kabels die je boven hebt aangeduid als positief en negatief knip je één per één door (NIET per twee, want dan heb je kortsluiting). Heb je de positieve en negatieve pool van de zonnepanelen niet aangeduid, en kan je ze niet meer onderscheiden? Dan kan je dat nog altijd achterhalen met een multimeter. Zet die op de stand om gelijkstroom te meten.

Meet aan beide kabels met de rode en de zwarte draad. Staat er een positief getal? Dan is de kabel aan de rode kant de positieve pool, en de zwarte de negatieve pool – en vice versa.

doorknippenKnip de kabel vervolgens op lengte en strip dan het koper bloot. Sluit er dan een connector op aan. De negatieve kant krijgt nu een positieve connector, en de positieve een negatieve connector. Duw de kabel in de connector tot je een klik hoort. De connectoren steek je dan in de omvormer. Voor één circuit zijn dat twee stekkers, voor twee circuits zijn dat er vier.

AARDING

Ook de aarding kan je dan aan de omvormer connecteren. Daarvoor is een kabelschoen voorzien.

ZONNEPANELEN AANSLUITEN OP INSTALLATIE

aansluiting xvb kabelDe zonnepanelen zijn nu verbonden met de omvormer, maar ze moeten ook nog aangesloten worden op je eigen elektriciteitsinstallatie. Dat doe je met een XVB-kabel. Aan de kant van de omvormer moet je nog wel even een connector plaatsen. Bovenaan de stekker staat aangeduid welke draad waar moet komen:

  • de L staat voor de fasekant;
  • de N voor de blauwe (neutrale) draad;
  • de G duidt de connectie voor de aardingsdraad aan.

differentieelschakelaarAls alle draden zijn aangesloten, kan je de stekker insteken in de omvormer. Schakel eerst de hoofdschakelaar uit. De andere kant kan je dan insteken in je elektriciteitskast. Test nog even met een multimeter of er zeker geen spanning op de kast staat.

Trek de kabel van de omvormer nu door tot aan de zekering. Gebruik altijd een zekering met een hoger ampèrage dan de omvormer. Een omvormer van 16A plaats je dus op een zekering van 20A. De differentieelschakelaar moet van het type A zijn. Is dat niet zo? Dan moet je die vervangen door een van dat type.

DRADEN AANSLUITEN

draden aansluiten

Het aansluiten van de draden is gewoon kwestie van het koper te ontbloten en de draden in de zekering te steken. Vergeet de zekering niet goed aan te schroeven, zodat de draden goed vast komen te zitten. Ook de aardingsdraad die van de omvormer komt sluit je nog aan op de aardingsrail in de kast. Wanneer alles correct is aangesloten, kan je de hoofdschakelaar terug aanzetten.

Je kan dit ook laten doen door een elektricien of de verdeler van de zonnepanelen.

KEURING

keuringVoor je de zonnepanelen in gebruik neemt, moet je ze nog laten keuren. Is dat gebeurd? Dan kan je ook de omvormer en de zekering aanzetten. En besparen maar!