naar top
Menu
Logo Print
13/02/2019 - PASCAL VANDENBERGHE

JE LADDER VEILIG GEBRUIKEN

Om veilig naar boven en naar beneden te geraken op een ladder, zijn er een aantal aandachtspunten die in acht genomen moeten worden, van plaatsing tot stabilisatie en gebruik.

PLAATSING
STABILISEREN
GEBRUIK

PLAATSING

PLAATS KIEZEN

plaatsen

Bij de plaatsing van een ladder moet eerst en vooral worden nagegaan of de ondergrond voldoende draagkracht heeft. Dat kan alleen als de ondergrond stevig, stabiel en onbeweeglijk is. Daarnaast moet er voldoende ruimte vrij zijn rond de ladder, zodat je de ladder veilig op en af kan klimmen.

AANPASSINGEN BIJ PLAATSING

laddermat

Indien de ladder niet op een ondergrond met voldoende draagkracht – bijvoorbeeld losse grond zoals zand of grind – kan worden geplaatst, moet een verdeelplaat of -plank ervoor zorgen dat de druk van de voet kan worden opgevangen, je kan ook een paaltje in de grond slaan, zodat de ladder niet verschuift. De ladder mag uiteraard ook niet glijden, wat kan worden voorkomen door een laddermat te gebruiken.

In sommige gevallen kan je de ladder ook verankeren met een touw, zoals bij dakwerken of tijdens het snoeien. Als je de ladder plaatst, kijk je best of er geen stroomdraden in de buurt zijn.

CORRECTE HELLINGSHOEK

hellingshoek

Niet alleen een stabiele ondergrond speelt een belangrijke rol, maar ook de hellingshoek waarin de ladder geplaatst wordt. Idealiter bevindt de verhouding zich tussen 1 op 3 en 1 op 4, wat wil zeggen dat de afstand tussen de muur en de laddervoet tussen 1/3e en 1/4e van de lengte van de ladder bedraagt. Dat komt overeen met een hellingshoek tussen 65° en 75°.

Dat kan gemakkelijk worden nagegaan door de voeten tegen de onderkanten van de ladderbomen te plaatsen. Met uitgestrekte armen moet men dan de ladderbomen kunnen raken.

Bij een te steile hoek is het mogelijk dat de ladder naar achteren kantelt, bij een te zwakke hoek bestaat het risico dat de voet wegschuift.

STABILISEREN

ONDERKANT STABILISEREN

rubber

Om te voorkomen dat de onderkant van een draagbare ladder verschuift, kunnen de ladderbomen worden vastgezet. Daarnaast bestaan er verschillende hulpmiddelen om de onderkant te verstevigen. Zo kunnen verplaatsbare voeten worden vastgemaakt met zuignappen of een buitenbekleding van rubber.

Ook de ladderboom zelf kan worden aangepast, want er bestaan verschillende (interne en externe) rubberen antislipvoeten en zelfs voeten met een stalen punt. Ook een laddermat of een stabilisatiebalk, die de basis van de ladder vergroot, kan soelaas bieden.

BOVENKANT STABILISEREN

stabiliseren

Net zoals de onderkant wordt ook de bovenkant van de ladder het best vastgemaakt aan een vast oppervlak. Indien dat onmogelijk is, kan gebruik worden gemaakt van rubberen stootkussentjes, haken of rubberen gevelwielen om bovenaan extra stevigheid in te bouwen.

Daarenboven zorgen dergelijke accessoires ervoor dat het oppervlak waartegen de ladder steunt (bijvoorbeeld de gevel van een gebouw), niet zal worden beschadigd. Wanneer de ladder boven een platform uitsteekt, is het voor een veilige beklimming en afdaling aangewezen dat de ladder ongeveer een meter (of vier sporten) hoger komt dan dat platform.

GEBRUIK

Controleer op voorhand of er geen gebreken zijn aan de ladder. Verwijder vuil of vet altijd eerst, zodat je niet uitglijdt.

EEN LADDER OPZETTEN

ladder

Het is - indien mogelijk - altijd beter om een ladder te plaatsen met twee. Als dat niet mogelijk is, leg je die plat op de grond. Let daarbij op dat de voeten zich op een voldoende stevige ondergrond bevinden, zo wordt vermeden dat de ladder wegglijdt bij het oprichten. Daarna til je de bovenkant van de ladder op. Dan kan je langzaam voortlopen onder de ladder.

Door de sporten een voor een omhoog te duwen, komt de ladder uiteindelijk in de correcte positie te staan. Indien de ladder in een doorgang moet worden geplaatst, sluit je die doorgang best af.

VEILIGE BEKLIMMING EN AFDALING

ladder

Bij de beklimming en afdaling wend je je gezicht altijd naar de ladder. Je slaat best ook geen sporten over. De sporten (en niet de ladderbomen) dien je met beide handen vast te nemen en het is al zeker niet de bedoeling dat je langs de ladderbomen naar beneden glijdt.

De veiligheid bij de beklimming en afdaling kan ook verbeterd worden door geschikt schoeisel - vrij van modder en met de veters correct geknoopt - te dragen. Klein gereedschap moet aan een riem of in een schoudertas worden meegenomen. Het is daarbij belangrijk erop toe te zien dat de maximale belasting van de ladder niet wordt overschreden.

WERKEN OP EEN LADDER

driepunt

Bij het werken op een ladder is het vooral belangrijk dat je een veilige steun en houvast hebt. Als maatstaf wordt de driepuntsmethode toegepast, wat wil zeggen dat wie op de ladder staat, altijd drie steunpunten moet heb­ben:

  • ofwel één hand en twee voeten (bij werkzaamheden),
  • ofwel twee handen en één voet (bij het op- en afklimmen).

Bijgevolg voer je op een ladder enkel werkzaamheden uit waarbij je slechts één hand nodig hebt.

Gedaan met werken op de ladder? Laat die dan zeker nooit onbeheerd achter.

VOLDOENDE STEUN

steun

Om voldoende steun te hebben, is het ook aangeraden om nooit op de bovenste drie sporten te gaan staan. Bij zijwaartse bewegingen strek je je beter nooit verder uit dan een armlengte, voor grotere afstanden verplaats je dan de ladder.

Op een ladder moet je ook altijd oog hebben voor wat er onder je gebeurt. Je laat geen materiaal slingeren op de grond aan de voeten van de ladder.