naar top
Menu
Logo Print
25/04/2019 - PASCAL VANDENBERGHE

5 FACTOREN DIE DE KEUZE VAN JE CHAPE BEÏNVLOEDEN

Zit je met een renovatie of een nieuwbouw? Dat zal de keuze van je chape beïnvloeden. Een te renoveren ruimte heeft immers een meer beperkte opbouwhoogte, en sommige chapes moeten dikker gelegd worden dan andere. Ook de droogtijd en de vloerafwerking spelen een rol. Wat nog? Je leest het hier.

1. DIKTE VAN JE CHAPE
2. DROOGTIJD
3. VLOERAFWERKING
4. VLOERVERWARMING
5. ISOLATIE

1. DIKTE VAN JE CHAPE

Bij een renovatie zal je een meer beperkte opbouwdikte hebben dan bij een nieuwbouw en zal je al sneller voor een dunnere chapelaag gaan. Het is echter belangrijk dat je hiervoor steeds een vakman inschakelt alvorens te kiezen voor een chape (op cement- of anhydrietbasis). De dikte hangt ook af van hoe je die plaatst. Hechtend of niet-hechtend, zwevend of hellend, het maakt een verschil:

HECHTEND

hechtend

Bij een hechtende chape wordt er rechtstreeks op de vloerplaat gewerkt, op voorwaarde dat de draagvloer voldoende stabiel en droog is. Wanneer je een scheurgevoelige ondergrond hebt of opstijgend vocht een grote risicofactor is, kies je het best voor een niet-hechtende plaatsing.

Bij een hechtende plaatsing reken je op een dikte van 30 tot 50 mm dik bij een traditionele chape, en op 30 mm voor anhydrietchape.

NIET-HECHTEND EN ZWEVEND

vloeropbouw

Niet-hechtende chapes komen op een tussenlaag te liggen, bijvoorbeeld op een pvc-folie of een waterkerende afscheiding. Wanneer de chape op vloerisolatie komt te liggen, spreken we van een zwevende chape.

Bij een niet-hechtende plaatsing reken je op een dikte van minimaal 50 mm bij een traditionele chape en 40 mm bij anhydrietchape. Bij een zwevende chape is dat respectievelijk 50 mm en 45 mm.

GEWAPEND

wapeningsnet

Verder heb je ook nog gewapende chapes. Deze komen vaak voor in het geval van vloerverwarming, wanneer er risico is op barsten. Dan wordt de chape gewapend met netten uit ijzerdraad of nylon. Tegenwoordig schakelt men hiervoor echter steeds meer over op kunststofvezels die in de chape direct worden vermengd.

HELLENDE CHAPEplat dak

Voor speciale toepassingen als de uitvulling van platte daken wordt ook een hellende chape (met bijvoorbeeld schuimbeton, cementchape of isolatiechape) toegepast.

Dit is vooral belangrijk op plekken waar regenwater moet worden afgevoerd, zoals een plat dak.

2. DROOGTIJD

droogtijdVoor je je vloer afwerkt, is het belangrijk dat de chape goed uitgedroogd is. De droogtijd is de tijd die het cement nodig heeft om te verharden, zodat er geen water vrijkomt.

Laat je de chape niet voldoende uitdrogen, dan kan dat voor vochtproblemen en schimmels zorgen, of scheuren in je vloerbekleding.

TIP: HOE DE DROOGTIJD VAN JE CHAPELAAG BEREKENEN

droogtijd

1 cm = 1 week droogtijd, dat tot 5 cm dikte.
Vanaf 5 cm dikte reken je 2 weken erbij per cm.

Dus: is je chape 8 cm dik? Dan reken je sowieso 5 weken droogtijd voor 5 cm en tel je daar nog 3 keer 2 weken bij (per bijkomende cm). Wat dus uitkomt op 11 weken droogtijd.

3. VLOERAFWERKING

tegelen

Ook de vloerafwerking speelt een rol. De chape dient als draagvloer, dus moet die ook aan de nodige eisen voldoen om de gekozen afwerking te kunnen dragen.

Op een cementgebonden chape kan je zowel gietvloeren en parket als tegels plaatsen. Anhydrietchapes zijn geschikt voor nagenoeg alle vloerafwerkingen.

4. VLOERVERWARMING

Chape in combinatie met vloerverwarming kan best. Dat beïnvloedt echter ook weer de dikte van je chapelaag, naargelang van het systeem van je vloerverwarming:

DROOG SYSTEEM

droog systeem

Bij een droog systeem ligt de vloerverwarming boven op de uitvullingslaag, verzonken in isolatieplaten. Boven op die constructie komt een metalen plaat die de warmteverdeling vergemakkelijkt, en daarbovenop wordt dan een chapelaag gelegd. Er kan ook gewerkt worden met zogenaamde droogbouwplaten in plaats van chape.

Doordat de verwarmingsbuizen in de isolatieplaten ligt, en niet erbovenop, is de opbouwhoogte geringer. Ook het feit dat er geen dikke chapelaag nodig is, pleit in het voordeel van het droge systeem.

Bij een droog systeem is er een chapelaag van 6 cm nodig, indien je een traditionele chape gebruikt. Bij een anhydrietchape is een laag van 4 cm nodig.

NAT SYSTEEM

nat systeem

Hierbij komen de verwarmingsbuizen in de chape zelf te liggen, boven op de vloerisolatie. Daarom vereist dit systeem wel een grotere opbouwhoogte, wat het meer geschikt maakt voor nieuwbouw en minder voor renovatie. Vloerverwarming in de chape heeft een lager rendement, maar kost wel minder dan een droog systeem.

Bij een nat systeem is een dikte van 6 tot 8 cm nodig voor je chapelaag, wil je een goede temperatuurverdeling.

5. ISOLATIE

isolerende chapeChape kan je ook zonder problemen combineren met isolatie. Je kan isolatiematerialen verwerken in de chape zelf (zie: isolerende chape), of je kan isolatieplaten leggen op de uitvullingslaag, waarop dan vervolgens de chape komt te liggen.

Wanneer je isolatieplaten gebruikt, zal je een beter geïsoleerde vloer hebben, maar het zorgt aan de andere kant wel voor een dikkere opbouwhoogte en je zal een aparte uitvullingslaag nodig hebben.

PUR spuitenGespoten pur kan dan weer zorgen voor een dunnere vloeropbouw.

Daarmee zal je ook minder kans hebben op koudebruggen dan bij platen en hoef je bovendien geen extra chapelaag te voorzien.

RANDISOLATIE

randisolatie

Wanneer je een chape plaatst, moet er sowieso randisolatie - het vaakst is dat polyethyleen schuim met een dikte tot 8 mm - worden voorzien. Daardoor kan de chape uitzetten en krimpen zonder scheurvorming.

De randisolatie wordt altijd geplaatst op vloerniveau voordat de dekvloer wordt aangelegd.