naar top
Menu
Logo Print

VEELGESTELDE VRAGEN BIJ HET LEGGEN VAN ELEKTRISCHE LEIDINGEN

 

 

Waarmee moet je rekening houden als je elektrische leidingen wil inbouwen in wanden of plafonds?


Om elektriciteit in huis van punt A naar punt B te brengen, heb je draden en kabels nodig. Heb je ook het liefst dat die kabels aan het oog onttrokken zijn, dan kan je die inbouwen. Maar mag je die zomaar in de muren en vloeren aanbrengen? Wat mag hier volgens de wetgeving en hoe ga je best aan de slag?

Leidingen


Leidingen rechtstreeks inwerken

Kabels van het type XVB of XFVB mag je, zoals je kan aflezen in de tabel op deze pagina, zonder buis in een wand inwerken. Je mag dit echter niet willekeurig doen. Als je de leidingen in de vloer inwerkt en dan bedekt met een laag beton of cement, moet die laag een dikte hebben van minstens 3 cm. Ook in een wand mogen deze leidingen zonder buis verzonken worden op voorwaarde dat:

  • het traject enkel horizontale en verticale wegen volgt, waarbij horizontale wegen in een plafond haaks op de verticale wanden lopen;
  • de horizontale trajecten zich op 25 à 30 cm van de vloer of van het plafond bevinden, en eveneens op 25 à 30 cm boven de onderkant van de bovendrempel van een raam, voor zover ze dan ten minste 25 cm onder het plafond liggen;
  • de verticale trajecten zich zo dicht mogelijk in een hoek van het lokaal bevinden, of op 10 à 20 cm van de lijsten of kozijnen van de deuren;
  • de plaatsing verticaal uitgevoerd wordt ten opzichte van een zichtbaar elektrisch toestel;
  • er op geen enkel ogenblik gevaar voor mechanische beschadiging bestaat;
  • de plaatsing van de leiding kan gebeuren zonder beschadiging van de leiding zelf;
  • de dikte van de bepleistering minstens 4 cm is.


Leidingen in buizen

Andere kabels moet je dan weer in een buis inwerken. Die buizen moet je dan zo plaatsen dat ze niet kunnen verschuiven. Ze moeten steeds toegankelijk zijn om kabels bij te trekken of te verwijderen. Bij het gebruik van VOB-leidingen in de buizen is het verboden om verbindingen in de buizen te maken, dat moet in aftak- of inbouwdozen gebeuren. Met voorbekabelde buizen sla je 2 vliegen in 1 klap. Die geribde buizen zijn al voorzien van (verschillende combinaties van) draden. Het voordeel hiervan is dat je geen buizen hoeft te plooien, omdat door hun geribde structuur de buizen zich met de hand in iedere gewenste bocht laten plooien zonder plooiveer. De draden zijn ook onmiddellijk samen met het plaatsen van de buis geïnstalleerd. Het nadeel is dat je verschillende rollen nodig hebt met combinaties van draden die je nodig hebt om je schakelingen te maken. Het is nog wel mogelijk om draden bij te trekken met behulp van een trekveer, maar dit lukt niet zo makkelijk als met de buizen met een gladde wand. Hou hiermee rekening bij het plaatsen van deze buizen door de bochten niet te klein te maken.


Tip:

Maak een plannetje van de trajecten van de buizen. Zo kom je later niet voor onaangename verrassingen te staan, als je een gat moet boren om bv. een schilderij op te hangen!


De praktijk

Teken vooraf steeds duidelijk af waar de leidingen en inbouwdozen moeten komen. Inbouwdozen voor schakelaars plaats je op 1,20 m boven de afgewerkte vloer, voor stopcontacten komen die op 0,30 m. Alle sleuven voor leidingen vertrekken van hieruit verticaal naar boven of beneden.Praktijk

    1. De sleuven voor de buizen maak je met een haakse slijper of een sleuvenzaag. Met een haakse slijper slijp je 2 gleuven iets breder dan de leidingen die er achteraf in moeten, met een sleuvenzaag zijn de 2 gleuven in 1 beweging gemaakt. Het overtollige materiaal tussen de 2 gleuven verwijder je achteraf met hamer en beitel of met een breekhamer. Draag bij zowel deze slijp- als breekwerken zeker steeds een stofmasker, een stofbril, handschoenen en gehoorbescherming. Hou er ook rekening mee dat je hiermee heel wat stof zal veroorzaken en dek dus het nodige af om niet eindeloos te hoeven afstoffen.
    2. De inbouwdozen zet je als eerste waterpas vast met snelgips. Laat ze een beetje uitsteken, als de muur achteraf nog bepleisterd moet worden.
    3. Buizen kan je gemakkelijk vastmaken door enkele nagels kruiselings in te slaan of door ze met restjes buis in de muur te klemmen.
    4. Als alle buizen en inbouwdozen geplaatst zijn, vul je de sleuven op met mortel of plamuur. Zodra alles uitgehard is, kan je er de draden in trekken met behulp van een trekveer.


LeidingkeuzeLeidingkeuze

Afhankelijk van de plaats waar je je leiding gaat inbouwen, moet je een keuze maken met welk type leiding je gaat werken. Hierna volgt een overzicht van de meest gebruikte draad- en kabeltypes. Dat kan je helpen bij het bepalen van je keuze.

 

Op welke hoogte moet ik een stopcontact plaatsen?


Een stopcontact plaats je 25 cm boven je vloerpas, dit wil zeggen dat het midden van het Stopcontactstopcontact ongeveer 30 cm boven je afgewerkte vloer zal zitten.

Door de inbouwdoosjes op minstens 25 cm van de vloer te plaatsen, zal je later niet in de miserie zitten met je plinten of deurlijsten.

Vloerpas = het punt tot waar je afgewerkte vloer zal komen, ook nulpas genoemd. Op een bouwwerf wordt dit meestal aangegeven met behulp van een meterpas, dat op exact één meter boven het nulpas afgetekend is.
     > 30 cm boven het vloerpas, kan dus afgemeten worden als 70 cm onder het meterpas

 

Op welke hoogte moet ik een schakelaar plaatsen?


Een schakelaar plaats je op 110 à 120 cm boven het vloerpas, met andere woorden: het midden van je inbouwpotje moet op 120 cm boven het nulpas komen. Zo zitten de drukknoppen op een comfortabele hoogte om te bedienen.

 

Op welke hoogte moet ik een thermostaat of display plaatsen?


Voor een thermostaat, display of klavier ligt de correcte plaats meer op ooghoogte. Dit houdt in dat je het midden van de uitsparing op 150 cm boven het vloerpas moet voorzien.

Je plaatst die ook op minimum 15 cm van een deurstijl om latere problemen te vermijden. En ook een afstand van minstens 35 cm vanaf een raam is aangewezen, zo voorkom je dat je scherm, klavier of thermostaat achter de gordijnen zou zitten.

 

Zijn er speciale vereisten bij het leggen van elektriciteit in de badkamer?


Een badkamer verdient speciale aandacht bij het voorzien van elektriciteit, omdat dit een vochtige ruimte is. Je moet er immers voor zorgen dat alle voorzieningen veilig gebeuren. Daarom zijn er een aantal specifieke voorschriften:

  • Alle stroom moet na een differentieelschakelaar van 30 mA komen
    • Deze schakelaar controleert op eventuele lekken en beschermt je tegen elektrocutie
  • Daarnaast moet er rekening gehouden worden met verschillende zones:
    • Zone 1 = tot 2,25 meter boven badkuip of douche
      • Geen stopcontacten, schakelaars, toestellen of verlichting toegelaten
      • Uitzondering:
        • Wanneer aangesloten op veiligheidsspanning 12V
        • Én apparaten hebben een minimumbeschermingsgraad van IPX5 (spuitwaterdicht)
    • Zone 2 = tot 0,6 meter vanaf de rand van het bad of de douche
      • Geen stopcontacten, schakelaars, toestellen of verlichting toegelaten
      • Uitzondering:
        • Wanneer aangesloten op veiligheidsspanning 12V
        • Én apparaten hebben een minimumbeschermingsgraad van IPX4 (spatwaterdicht)
    • Zone 3 = verder dan 3 meter boven en 0,6 meter naast het bad of de douche
      • Stopcontacten, schakelaars, toestellen of verlichting zijn toegelaten
      • Apparaten moeten een beschermingsklasse van min. IPX1 hebben

Zones

IPX0 = niet beschermd
IPX1 = beschermd tegen druppelend water (druipwaterdicht)
IPX2 = beschermd tegen druppelend water bij een schuine stand van 15°
IPX3 = beschermd tegen sproeiend water (regenwaterdicht)
IPX4 = beschermd tegen opspattend water (spatwaterdicht)
IPX5 = beschermd tegen waterstralen (spuitwaterdicht)
IPX6 = beschermd tegen golven (waterbestendig)
IPX7 = beschermd tegen onderdompeling (waterdicht bij onderdompeling 1 m. diep en 30 minuten lang) (dompeldicht)
IPX8 = beschermd tegen opstelling onder water (drukwaterdicht, permanent onder water) (waterdicht)

!!! Hou ermee rekening dat sommige van bovenstaande regels ook van toepassing zijn op andere 'natte' plaatsen, zoals bij de gootsteen in de keuken of in de wasruimte. De gedetailleerde regelgeving hierover kun je terugvinden in het AREI (Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties).

 

Hoe moet ik mijn technische ruimte inrichten?


Om alle apparaten (gasteller, waterteller, elektriciteitsmeter, schakelkast, aardingsonderbreker, data) op te hangen, voorzie je een paneel (multiplex of betonplex) van min. 120 x 240 x 1,8 cm. Daarop kun je alles netjes bevestigen. Hang de plaat minstens 5 cm boven de afgewerkte vloer (= het vloerpas, red.), zodat ze niet in aanraking kan komen met opstijgend vocht.

De indeling van de meters op het paneel mag niet willekeurig gebeuren, omwille van veiligheidsredenen. De modelopstelling kun je dan ook raadplegen op de website van je netbeheerder.

Hoe je concreet en overzichtelijk te werk moet gaan, zie je hier:

 

Ontdek hier alle veelgestelde vragen over sanitair!