Een trap bouwen met Roger

Hoe je een trap renoveert of opbouwt, werd door Roger al verscheidene keren gedemonstreerd. Daarom overlopen we in deze compilatieaflevering nog eens de mogelijkheden om thuis zelf aan de slag te gaan. We tonen je eerst en vooral hoe je een bestaande trap renoveert. Dan bouwen we een volledig nieuwe trap, zowel uit beton als uit hout. En ook wat kleinere trapprojecten zoals het maken van een opstap- en plooitrap mogen niet ontbreken. Je ziet het allemaal in deze video.

Transciptie 

Hoe je een trap renoveert of opbouwt, werd door Roger al verscheidene keren gedemonstreerd. Daarom overlopen we in deze compilatieaflevering nog eens de mogelijkheden om thuis zelf aan de slag te gaan. We tonen je eerst en vooral hoe je een bestaande trap renoveert. Dan bouwen we een volledig nieuwe trap, zowel uit beton als uit hout. En ook wat kleinere trapprojecten zoals het maken van een opstap- en plooitrap mogen niet ontbreken. Je ziet het allemaal in deze aflevering.

Een houten trap die enkel oppervlakkig wat afgesleten is, zou je in feite gewoon een likje verf kunnen geven. Maar als de stevigheid ook aangetast is, dan zal verf niet volstaan. Een oplossing is om de trap te bedekken met overzettreden. Daarvoor meet je eerst en vooral op en bestel je overzettreden die net iets breder zijn en die dezelfde aantrede hebben, dus dezelfde diepte als die van de treden.

Verwijder dan de latjes onder aan elke trede. Maak een insnede aan de zijkanten en verwijder de lat met een beitel. Met een paar tikken en wat wringen krijg je hem los.

De lat voor de trapboom, het zijstuk waar de treden tegen zitten, zaag je op maat. Dan zet je hem vast met polymeerlijm. Nagel de lat daarna nog eens vast. Controleer zeker of hij mooi gelijk ligt met de binnenkant van de trapboom.

Je kunt trapbomen en latten later een nieuwe kleur geven zodat ze goed passen bij de nieuwe trap. Schuur in dat geval alle delen die je van een nieuwe laag verf gaat voorzien. Verwijder daarna het stof van de oppervlaktes.

De trapwangen, waarmee de binnenzijde van de trapbomen bedoeld wordt, kun je bekleden, maar net zo goed verven zoals de rest. Tape de stukken af die je niet gaat verven en breng dan een primer aan. De hoeken doe je met een borstel, en de grotere vlakken met een verfrol.

Als de primerlaag droog is, kun je eventuele gaatjes opvullen. Je ziet de oneffenheden nu sowieso extra goed zitten.

Breng dan in alle voegen tussen de muur en de trap een lijn acrylkit aan. Neem het overtollige voegmiddel weg met een spatel.

Je kunt nu de wangen al een eerste laag verf geven. Na het drogen breng je een tweede laag aan.

Meet na het nummeren de treden op. De lengte meet je zowel voor als achter aan de trede om te zien of die gelijk blijft. Is dat niet zo, noteer dan de kleinste meting. Ook de diepte meet je voor de zekerheid een aantal keer op een verschillende afstand.

Noteer na het opmeten van iedere trede onmiddellijk het nummer en de afmetingen op de achterkant van de nieuwe overzettrede.

Voor moeilijke vormen, zoals bij een draaitrap of zoals hier bij de onderste trede, maak je een mal van karton. Je knipt die op dezelfde maat als de oude trede en zet de vorm over op de overzettrede.

Nu kun je de treden op maat zagen. Gebruik een cirkelzaag voor de lengte en een afkortzaag voor de breedte. Bij het afkorten in de breedte controleer je eerst eens of er aan één van de kanten beschadigingen zitten. Als dat het geval is, kort je de trede natuurlijk daar af. Leg hem dan al eens op zijn plaats om te kijken of hij past. Lukt het niet meteen, dan hoef je niet per se bij te zagen. Het kan volstaan om met de schuurmachine eens over de plaats te gaan waar de plank nog te veel knelt.

Kleef de treden op dit moment nog niet vast, maar maak nu eerst de stootborden op maat. Daarvoor neem je de trede weg boven het stootbord dat je wilt opmeten. Met behulp van een plankje kun je de hoogte opmeten. Meet tot onder aan je oude trede. Schrijf het nummer van de trede die eronder ligt en de opmetingen op het nieuwe stootbord. Zaag het dan op maat.

Voor je nu begint met lijmen, haal je alles van de trap af. Leg de onderdelen op volgorde zodat je je tijdens het lijmen niet vergist. Begin dan met op de onderste oude trede dotten polymeerlijm aan te brengen. Doe er ook wat op de neus van de nieuwe trede zodat die goed blijft kleven. Je mag veel polymeerlijm gebruiken, ongeveer één tube per drie treden – zo vermijd je namelijk ook dat die later hol klinken wanneer je erop loopt.

Lijm meteen ook de stootborden in. De lijm breng je aan op de achterkanten, dus de kant waarop je geschreven hebt. Zit je met een kleine beschadiging, dan zet je die kant naar boven om het mooiste resultaat te krijgen.

Een trap leg je van beneden naar boven, en je zult uiteindelijk dus ook op de al geplaatste treden moeten stappen. Let op dat je ze niet verschuift en verdeel je gewicht zoveel mogelijk. Voor je daarna verder gaat, wacht je eerst tot de lijm goed uitgehard is.

Boor eerst voor met een kleine diameter om te voorkomen dat je straks schuin boort. Daarna ga je verder met een boor met dezelfde diameter als je plug. Zuig het stof uit het boorgat en doe de plug erin. Voor je dan de leuning hangt, ontstof je eerst nog. Dan schroef je de leuning vast in de muur.

Ten slotte ga je afkitten. Maak dus eerst nog de treden schoon. Breng dan een lijn schilderskit aan langs alle voegen. Werk telkens van een binnenhoek naar het midden toe. Het overtollige haal je weg met een kitspatel.

Na uitdrogen van de kit ziet je trap er mooi afgewerkt uit en kan je hem in gebruik nemen.

Wil je nu ergens een volledig nieuwe, vaste trap plaatsen, dan zou je die in beton kunnen storten en dan later afwerken met een materiaal naar keuze.


Een trap in beton maken is misschien iets minder evident, dus laat je indien nodig bijstaan door een aannemer zodat je zeker de juiste soort beton gebruikt en de bekisting voldoende dragend is.

Nadat de eventuele oude trap weggehaald is, begin je met het uittekenen van de nieuwe. Je moet daarvoor over een aantal afmetingen beschikken : de traphoogte (dus de afstand tussen de beneden- en bovenvloer), en de ‘val’ (dat is de horizontale afstand die je trap zal innemen). Om die maten te kunnen bepalen, duid je eerst het vloerpas aan op de naastliggende muur. Dit zet je over op de volledige muur met een grote waterpas. Vanaf die lijn meet je nu loodrecht tot het vloerpas op de eerste verdieping. Zo ken je de exacte traphoogte. De afstand tussen die loodlijn en het begin van de muur is dan de ‘val’ van de trap, dus de horizontale maat. Om de trap nu te kunnen uittekenen, moet je natuurlijk de maten kennen. Bij de berekening moet je wel rekening houden met een aantal voorwaarden. Om te beginnen moet de aantrede, de horizontale afstand tussen twee treden, tussen de 22 en 29 centimeter zijn. Deel dus je valafstand door een getal tussen 22 en 29. Zo ken je het aantal treden. Het is ook zo dat de optrede tussen 17 en 19 centimeter moet liggen. Als je trap dus een comfortabele hellingsgraad heeft die tussen de 30 en 40 graden ligt, en een correct aantal treden, dan zou ook de optrede goed moeten zijn. Vind je het bepalen van de maten nogal moeilijk, zoek dan online een hulptool die ze voor jou berekent. Je kunt ook met een klassieke trapformule nagaan of de verhouding tussen aantrede en optrede wel goed zit. Doe daarvoor 2x de optrede + 1x de aantrede. De uitkomst hiervan moet tussen de 57 en de 63 liggen om een trap te krijgen die comfortabel is in gebruik.

In een volgende stap teken je de treden af op de muur. Houd daarbij rekening met je bekleding, want anders zal de trap niet mooi aansluiten op de verdiepingsvloer. Hier zal er bijvoorbeeld natuursteen komen, dus wordt de trap 5 centimeter lager getekend om boven mooi uit te komen. Voor het uittekenen van de trap bestaat er een hulpmiddel met perfect haakse hoek waarop je de maat van de aantrede en optrede instelt, en waarin een waterpas ingebouwd zit. Zo teken je trede voor trede uit tot boven. Als je goed rekent, kom je daar juist uit. Teken dan ook op de andere muur af. Zo weet je waar je zult moeten boren.

Nu ga je de bekisting en wapening plaatsen.

Start met de aanzet van de trap. Dat doe je door onderaan een plank tussen de twee muren te positioneren. Hij moet er perfect tussen passen. De bekisting daar zal de onderste trede aanduiden en moet ook op de juiste hoogte zitten. Bevestig aan de zijkanten enkele plankjes waarmee je hem in de muur kunt verankeren. Bij het monteren controleer je zowel horizontaal als verticaal met de waterpas. De bekistingen hang je dan vast met slagpluggen en sergeanten. Aangezien de onderste plank het gewicht van alles daarboven zal moeten kunnen tegenhouden, is het nodig dat die voldoende ondersteund is. Een plank en extra balken en stutten zullen alles stevig helpen vastklemmen.

Dan is de onderkant van de bekisting aan de beurt. Onder de uitgetekende treden moet een sleuf komen in beide muren. Daar kan de wapening in. Zo zullen het beton, de wapening en dus ook de trap met de muur verankerd zijn.

Voor de positie van die sleuf houd je rekening met de opbouwdikte van de trap. De wapening zal ongeveer halverwege zitten. Ook bij het plaatsen van de bodemplaat, die evenwijdig komt met de sleuven, houd je rekening met de dikte van de balken die ter ondersteuning dienen. Door alles af te meten, weet je waar je ze moet plaatsen.

De verticale stutten maak je op maat volgens de juiste helling zodat alles op de correcte hoogte en in de correcte hoek ondersteund wordt. Op een regelmatige afstand voorzie je aan de onderkant ook horizontale steunbalken. Zo kan de bodemplaat niet gaan doorhangen door het gewicht van het beton. Je kunt ze vastschieten met een tacker.

Plaats meteen ook al het grootste wapeningsnet, nu je er nog bijkunt.

Voor de traptreden moet je telkens een genummerde bekisting hebben zodat je de juiste volgorde kunt aanhouden. De bekisting zal het beton aan de optrede tegenhouden. De plankjes aan de zijkanten dienen voor de bevestiging aan de muur en zijn ook afgestemd op de grootte van de aantrede. Bevestig ze met een slagplug. Soms is het ook nodig om te corrigeren, want de plankjes moeten niet enkel verticaal aansluiten op onze uitgetekende treden maar moeten ook langs onderen overeenstemmen met de gemarkeerde tredehoogte.

Wanneer je over de helft zit, werk je eerst de wapening af. Het grootste net zit er al, maar er moeten nog een aantal bijkomende stroken komen. Het is belangrijk dat je hierbij afstandhouders voorziet. Die zorgen ervoor dat er minstens 2 centimeter tussen het net en de bodemplaat zit. Op die manier kan het beton goed onder het net lopen, krijg je de nodige stevigheid en vermijd je roestplekken in het plafond. Bevestig de afstandshouders onder aan de wapening. Maak ze aan elkaar vast met binddraden en een zakkentrekker. Ook onder het al geplaatste net monteer je nog voldoende afstandshouders, zodat de wapening niet zal doorhangen en bijgevolg de onderplaat raakt.

Ten slotte moet je nog alles aan het gebouw zelf verankeren. Dat gebeurt met extra staven, zowel in de sleuven als aan de bovenkant. Maak daarvoor eerst uitsparingen met de gepaste diameter. Het fixeren zelf gebeurt dan met chemisch anker. Draai de staven in de gaten en laat alles goed uitdrogen. Ondertussen kun je ook al de laatste tredenbekisting bevestigen.

De staven kunnen nu geplooid worden, zodat je ze aan de wapeningsnetten kunt vastmaken met binddraad. Zo zit de trap vast aan het gebouw.

Plaats de staven in de sleuven en hang ze stevig vast aan de wapeningsnetten. Dat doe je aan weerszijden van elke trede. Nu kun je de bekisting volstorten met beton. Zorg voor beton met een geschikte consistentie; doe daarvoor desnoods navraag bij een architect of aannemer. Hier wordt er droog rijk beton gebruikt dat je op de werf mengt met water. Het mag niet te vloeiend zijn, anders zou het uit je bekisting lopen. Als je bekisting min of meer vol zit, prik je erin met een schop om alvast een deel van de luchtbellen eruit te halen. Vul dan weer wat bij. Tril tijdens het gieten regelmatig de bekisting aan met een rubberen hamer. Zo verdicht je de massa nog meer, en dat komt natuurlijk de sterkte ten goede.

Om te vermijden dat door het aantikken het beton te veel naar beneden zakt en de onderste trede te vol komt te staan, wacht je om de paar treden even voor je verder gaat. Zo droogt het mengsel al een beetje en zal het minder snel zakken. Vergeet daarnaast niet om ook de onderkant van de bekisting af en toe aan te tikken, zodat het beton mooi onder de wapening en tot tegen de bodemplaat loopt.

Voor de bovenste treden kun je het beton in een rubberen emmer vervoeren, waarmee je ze gemakkelijk vult. Het is een intensief werk, dus doe dit het liefst met zijn tweeën. Duw het beton langs boven goed aan met een metserstruweel en werk glad af.

Ben je uiteindelijk tevreden over het resultaat en heb je de treden glad afgewerkt, dan kan het droogproces beginnen.

We zien straks in deel 2 van deze aflevering hoe je daarna verdergaat.

Je kan dit artikel volledig lezen na registratie

Reageer

Kleurenschema
Aantal tegels per rij
Beeldverhouding
Weergave
Hoeken afronden
0

Welkom bij Dobbit 

Dobbit maakt gebruik van cookies om uw gebruikservaring te optimaliseren en te personaliseren. Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met Het privacy- en cookiebeleid.