Kijk gratis en onbeperkt

Registreer

Hoe groenten zaaien in je moestuin

Het voorjaar begint er stilaan aan te komen, en elke moestuinliefhebber kijkt er al naar uit om te zaaien.

Transciptie 

Het voorjaar begint er stilaan aan te komen, en elke moestuinliefhebber kijkt er al naar uit om te zaaien.

Om te zaaien ga je aan de slag met zaaigoed. Ofwel koop je die in de handel, ofwel recupereer je zaden uit je laatste oogst. Dat doe je vooral bij peulvruchten.

Voilà, hier zijn we bij de prinsessenbonen. Dat zijn dus staakbonen. Eigenlijk als je ziet in de winkel betaal je snel 5, 6, 7 euro voor een doosje terwijl wij die hier nu voor het rapen hebben. Dus ook weer, we plukken ze en we laten ze drogen. Thuis heb ik ook nog gedroogde – maar ik ga het u meteen tonen. Voilà, als je die peul openmaakt dan zie je de boontjes daar inzitten. Zie je? Voilà, zie eens wat een mooi, grote bonen dat zijn. En die laat je drogen. Dat is wel heel belangrijk dat je ze voldoende tijd laat om volledig droog te zijn. Die worden dan bruin. Nu zijn die grijs, soms zelf wit. Maar als ze gedroogd zijn worden ze bruin. En, euh, op dat moment ook heel goed opletten dat de bonenkever er niet in zit. Want ik heb het voorgehad. Euh, dat zie je dus aan zo’n gaatje in de boon. Euh, Als je die daar niet uit haalt, dan gaan die kevertjes zich vermenigvuldigen ennn het doosje na de winter is helemaal opgepeuzeld. En zit vol met larven van die bonenvlieg. Dus zeker en vast af en toe eens controleren. Drogen. Stockeren, donker en droog. En af en toe eens controleren of alles in orde is. En dan ga je zien, volgend jaar, ga je geen 5 euro moeten betalen voor een doosje. Dan heb je je eigen zaden bij de hand.

Ook bij groenten met vruchtvlees kan je zaden recupereren, zoals bij pepers, tomaten en paprika…

Voilà, in de serre hebben wij onze Spaanse pepers en de paprika’s. Ook weer heel dankbaar om zaad van te nemen. Kijk, hier hebben we een peper die eigenlijk overrijp is. Dat is heel goed, want de kwaliteit van de zaden is dan optimaal. We snijden die overlangs open. Voila. En dan zie – dat zijn de pitjes waarvan men zegt, als je in een bereiding die dingen gebruikt, verwijder dan de pitten want dan is ze minder pikant. Nu, Ik vind dat net een belangrijke eigenschap van die plant, dat ze pikant is. Dus we houden dan die zaadjes, die zaadjes gaan wij drogen. En volgend jaar, laten we zeggen februari, zaaien we die binnen uit. Op kamertemperatuur. En onze pepers, die zullen euh ontkiemen en vormen nieuwe planten. Tomaten bijvoorbeeld - kijk, hier kerstomaatjes – altijd keuze maken. Mooie, sterke exemplaren uitkiezen. En voornamelijk heel rijp. Eigenlijk is het beter dat uw tomaat rot is. Waarom? Omdat dus bij een rottingsproces – eigenlijk is dat een fermentatieproces – dan gaan die zaden door die bacteriën behandeld worden waardoor hun kiemkracht verbeterd. En dat je meer euh eigenlijk percentgewijs meer opbrengst, meer zaden zal hebben die gaan ontkiemen. Maar ook wat tomaten betreft, is het belangrijk – we kunnen die nu opensnijden en oké, we halen daar nu zaden uit. Kijk, je ziet, hier, het zit vol met zaadjes. Ik heb al uitgelegd – met een keukenpapier en een pincetje – dat je zaadje per zaadje op een centimeter van elkaar legt op dat keukenpapiertje en je laat dat drogen en volgend jaar heb je maar dat papiertje in de aarde te leggen en je hebt ontkieming. Maar het beste resultaat is om met een overrijpe, eigenlijk rotte tomaat te werken. Dan ga je eigenlijk – hier, laat ons zeggen dat hier 70% van de zaden zal ontkiemen – euh bij een rottingsproces zal dat ongeveer 80, 85% zijn. Dus je gaat meer kiemkracht hebben. Paprika idem dito. Op dezelfde manier als je die thuis gebruikt in de keuken. Het vruchtvlees kunnen we perfect gaan gebruiken in bereidingen. Voila. En wat zien we hier, bovenaan zitten die zaden. Hé. Wat doe je thuis, in de keuken dat wordt daar gewoon afgesneden en dat gaat in de groencontainer. Wij gaan dat nu niet doen. Wij gaan die zaden juist gaan recupereren. Hier zie je, kijk, voila, het zit hier vol. En die gaan we nu gaan drogen. Altijd heel belangrijk. Zorg dat ze heel droog zijn. En bewaren voor het volgende seizoen nieuwe planten aan te leggen. Voila. Je ziet ook, in zo’n plant zit er heel wat, heel wat zaad. Je hoeft dat echt niet… maja… Meestal verdwijnt dat in de container maar kijk, je ziet het, dat is perfect om zelf nog volgend jaar te gebruiken. Voila, zo simpel is dat.

Zaaien doe je meestal in zaaipotjes, zodat je alles onder bescherming in een koude kas of serre verder kan opkweken.

We gaan beginnen met, wat zou dat hier zijn? Wat zijn dat? Zonnebloemen. Zonnenbloemen gaan we zaaien. Dat is voor jouw moestuin, hé! Ja. We gaan potjes pakken. Dat zijn potjes dat we gebruikt hebben voordien om plantjes in te zetten, dus als je dat spaart, kan je dat nadien hergebruiken, en we gaan dat vullen met potgrond. Ja, doe maar, doe het maar vol. Helemaal vol tot boven, hé. Het is nu eigenlijk zaai- en stekgrond dat we gebruiken maar in feite voor zonnebloemen te zaaien, en voor maïs en pompoenen, kan je dat ook met gewone potgrond. Dat is nu niet dat dat zo een fijn zaad is, dat zijn redelijk grote zaden dus die hoeven niet echt zo’n fijne potgrond te hebben. Dat kan ook met andere maar ze kunnen er maar voordeel uit halen. Ja, ga je ze erin stoppen? We doen 1 zaadje per pot omdat zonnebloemen meestal altijd uitkomen. Dat zijn heel gemakkelijke voor te zaaien en ideaal ook met kinderen. We gaan ze er eerst gaan opleggen. En waarom doen we dat? Omdat we dan zeker weten dat er in elk potje 1 ligt. Dat we geen potjes vergeten zijn. Ja, en duw ze er nu maar in. Ja, en nu gaan we ze nog een beetje toedoen. Voilà, en de zonnebloemen zijn nu al klaar. Zo makkelijk is dat. Een goeie gewoonte is natuurlijk om te noteren wat dat je gezaaid hebt want zeker als je met verschillende variëteiten van hetzelfde zit, dan ga je, is het nadien soms nog moeilijk om te weten wat het juist is. Dus ik neem altijd van die steeketiketjes en dan schrijf ik erop wat we hebben gezaaid. Wil je hem erin steken ? Aan de kant, hé. Het volgende is mini-suikermaïs. Dat is ook heel leuk voor in een klein tuintje omdat hij niet veel plaats inneemt. En het zijn ook heel zoete kolfjes. Het hele leuke aan suikermaïs – vind ik zelf – is dat ze superlekker zijn op de barbecue. Bij maïs is het juist hetzelfde, 1 zaadje per potje. Dus ‘t zijn grote planten. We gaan slechts 1 zaadje per potje doen omdat dat redelijk grote planten zijn, dus als die uitkomen, dan is dat al onmiddellijk een redelijk groot plantje die uitkomt, die hoeft niet verspeend te worden. Van watergifte moet je eigenlijk gewoon zorgen dat je potjes niet uitdrogen, dus je moet ze niet te nat zetten maar eigenlijk gewoon dat ze lichtjes vochtig zijn, elke dag een beetje bevochtigen is voldoende. Niet te hard. Het is eigenlijk een beetje te hard volgens dat het goed is maar het kan nu ook geen kwaad. We gaan ze goed bevochtigen en je zet ze nu in een koude kas, zoals deze, en dan kan je ze perfect opkweken en na mei terug buiten planten.

Naast het gebruik van zaaibakjes kan je ook zelf geperste potgrondkluiten maken om in te zaaien. Hoe doe je dat?

We gaan nu nog een paar late soorten bijzaaien en we gaan die direct in de presspotjes zaaien. De presspotjes maken we zelf. ‘k Ga dat even tonen. Dus dat is met zo’n supermodern apparaat. Voila, het is bij tomatenzaadjes belangrijk dat je ze niet diep steekt. Dus wat doen we, in dit geval, met een natte vinger nemen we de zaadjes en we kleven ze heel voorzichtig tegen de zijkant van de presspotjes. En dan worden de presspotjes terug opgevuld. Terug een beetje proper afgeveegd, en dan is het de kunst om die potjes een beetje vochtig te houden want anders worden die zeer hard en kunnen tomaten niet wortelen in de grond van de potjes.

Eenmaal het zaaigoed is gekiemd tot een zaailing, kan je ze gaan verspenen om verder op te kweken.

Wat gaan we nu doen? Deze salade is zo’n tien à twaalf dagen geleden gezaaid. We zullen die nu aanplanten in potjes. Lichtjes aandrukken… We zullen er eerst een paar vullen. Ik heb een mix gemaakt van aarde: 2/4 stekgrond, ¼ gewone compostgrond en ¼ aarde uit de tuin. Als je gewone stekgrond zou nemen, dan is dat veel te wat-achtig. Het droogt ook op als je er water bij doet en dat hebben de plantjes niet graag. Ze staan graag met hun voetjes in wat vastere aarde. Nu gaan we dit hier mooi uithalen… Kijk, zie je dit?… Mooie wortels. Dan maak je hier een tamelijk diep putje in. Je plaatst het plantje erin en duwt de aarde langs onderen een beetje aan. Voilà. En dan de volgende nemen… Kijk eens wat voor een mooie wortels je krijgt als je goede aarde gebruikt. Als je de plant uithaalt heb je bijna geen aarde in je handen, maar puur wortel. Als je hem er nu op deze manier uithaalt, dan hangt er veel meer aarde aan. Zie je? Dat is nogal een verschil, hé. In het begin niet te veel water geven, een klein beetje is genoeg. Zet ze de eerste dagen ook een beetje fris. Let erop dat de plantjes niet te veel omvallen. Want als ze met hun blaadjes de bodem raken, geraken ze bijna niet meer terug recht. Dit hier is de gewone grond; de bemesting komt pas wanneer je ze uitplant. En wat is nu een goed bemeste grond? Verteerde stalmest en stikstof. Een lichte stikstofbemesting. Dit hier is bijvoorbeeld een organische stikstofbemesting. Stikstof is eigenlijk voor de bladeren – bijvoorbeeld van kolen, of salade, … Alles dat boven de grond groeit. Fosfor is dan weer voor alles dat in de grond groeit, alles met een knol. Dus alles onder de grond geef je fosfaten, en alles wat boven de grond groeit geef je stikstof.

Wat later op het seizoen, als de grond al voldoende is opgewarmd, kan je ook in de volle grond gaan zaaien. Wat zijn daarbij de aandachtspunten?

Nu gaan we hoge erwten zaaien, van 1,5 meter hoog. Die zullen we hier langs de draad zaaien. We gaan eerst de grond goed los maken. We zullen nu een rijtje maken van ongeveer 3 centimeter diep. Dit zijn de erwtjes. We zullen ze tamelijk dicht zaaien. Waarom? Als er enkele zijn die niet opkomen, dan kun je ze nog steeds uitdunnen. Ze moeten toch zeker tot op 5 à 6 centimeter uitgedund worden. Zelfs tot op 10 centimeter. Het is beter om er eentje te veel te zaaien, dan om er 2 te weinig te zaaien! Desnoods, als er eens wat te weinig staan, dan maak je de jonge erwtjes goed nat en dan kun je ze met een plantenschep uithalen en verplaatsen. En dan weer, zoals we altijd doen, een beetje aandammen. Dan zit de grond mooi vast en dan droogt die ook minder uit. We geven ze nu water, maar je kunt ze ook voordien al water geven. Dan laat je ze zwellen. Maar dat mag zeker niet meer dan 2 uren duren, want anders komt de buitenste pel los en dan gaat het scheutje kapot. Een reuzendoperwt kan tot 1,5 meter hoog worden. Die zullen we langs de omheining plaatsen zodat we hem kunnen opbinden. Dan hebben we ook nog een kleine struikerwt; die zullen we hiervoor zaaien. Om de 30 centimeter zullen we een struikerwtje plaatsen. We gaan er van deze soort 2 in elk putje doen. Dan zien we wel welke het best is bij het uitkomen. En dan verwijderen we er één. Normaal gezien zeggen ze: elk één 3 en 4 centimeter diep, maar dat vind ik een beetje te veel rekenwerk voor in de moestuin, dus… we zien wel. De erwtjes zijn geplant! En hier hebben we dan de erwten staan, zoals je ziet. Die daar zijn al wat groter, dus wat doe ik dan altijd? Ik zaai eigenlijk in 2 reeksen. Dus dit hier is een reeks, die ik voorgezaaid heb. Dat heb ik gedaan met wc-rolletjes. Dan heb ik ze uitgeplant, waardoor die nu al veel groter zijn en zelfs al heel mooi in bloei staan. Die staan hier allemaal. Dat is ‘lage Karina’, dus die wordt niet al te groot. Hier heb ik dan nog een andere soort staan, dat is ‘Wonder van Kelvedon’. Helemaal daarnaast heb ik dan nog mijn dubbele rij uitgezaaid. Het middenstuk laat ik open. Om 2 redenen: als die erwten er dan in staan, dan heb ik meer dan genoeg met zo’n dubbele rij van 3 meter, een halve meter en nog eens 3 meter. Dan zit heel mijn diepvries vol met alleen maar erwten. Plus, in het midden kan ik er heel vlot tussen. Wat doe ik dus? Wanneer ik daar niet tussen moet komen, dan plaats ik daar allemaal Afrikaantjes en wat sla, zodat dat eigenlijk voor de grond ook beter is tegen aaltjes en andere vervelende insecten. Het hekwerk dat errond zit, dat is er eigenlijk zodat de plant ertegenaan kan groeien. Dus wat doe ik? Hier zie je het nog een klein beetje… Het moment dat ik uitzaai, plooi ik dit hier dubbel. Die kleintjes hier komen dan naar omhoog maar worden niet afgevreten door de bosduiven die hier vaak rondvliegen. Die kunnen er namelijk niet bij. Als de plantjes dan groot genoeg zijn, zoals ze nu zijn, blijven de bosduiven ervan af en kan het hek mooi terug naar omhoog. Dan klimt de plant hier tegenaan. Normaliter worden de soorten die hier staan niet veel hoger dan dit. Worden ze toch hoger, dan span ik hier gewoon een touw, zoals ik dat hier heb gedaan. En dan groeien ze daartegen verder. Dit is eigenlijk gewoon gaaswerk, dat eerst als bescherming dient en nadien als steundraad.

Nog meer tuintips? Neem dan zeker een kijkje op onze website. Alvast bedankt voor het kijken, en tot de volgende ‘Mijn Tuin’!

Je kan dit artikel volledig lezen na registratie

Reageer

Kleurenschema
Aantal tegels per rij
Beeldverhouding
Weergave
Hoeken afronden
0

Welkom bij Dobbit 

Dobbit maakt gebruik van cookies om uw gebruikservaring te optimaliseren en te personaliseren. Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met Het privacy- en cookiebeleid.