Kijk gratis en onbeperkt

Registreer

Boren

In deze nieuwe Tooldokter overlopen we de meest voorkomende boren en welk type boormachine je het best inzet bij je hobbyklussen.

Transciptie 

Wie klust, moet vaak boren. En het is het materiaal waarin je gaat boren die bepaalt welk type boormachine en welk type boor je gaat gebruiken. Hoe je dat kiest, dat zie je in deze nieuwe Tooldokter.

Je bent aan het klussen en je moet boren. Welk type boormachine gebruik je dan het best?
Om door hout, metaal of kunststof te boren, kan je aan de slag met een gewone boormachine. Hiermee laat je een boor rond zijn as draaien en gaat hij al snijdend te werk.
Om in steen te boren, neem je er een klopboor bij. De boor gaat dan snijden en kloppen tegelijk, waardoor je meer impact hebt op je werkstuk.
Typisch aan zo'n klopboor is dat het een ratelend geluid maakt. Dat komt doordat de boorhouder is opgebouwd uit twee geribbelde platen die tegenover elkaar draaien. Als de groeven elkaar raken, hoor je het typische hameren van de boorkop.
Om te boren in beton, is een boorhamer veel efficiënter dan een klopboormachine. De boorhouder is opgebouwd uit een pneumatisch mechanisme: de boorhamer drijft een zuiger aan die een luchtbel comprimeert, die slag wordt dan direct overgebracht op de boorhouder. De klopboormachine kan je ook instellen in hameren, beitelen, boren.
Vroeger mocht je ervan uitgaan dat je meer koppelvermogen had, of kracht, met een elektrische machine dan een boormachine op batterij.
De accu's zijn met de jaren er alleen maar krachtiger op geworden. Een machine op accu geeft je ook de vrijheid dat je zonder kabel overal bij kan.
En een gewone accuboormachine kan je tegenwoordig ook al zo instellen dat je er mee kan boren, schroeven en zelfs hameren. Dat laatste is dus handig als je een aantal pluggen in de muur moet boren, niet om er een ganse dag op de werf in beton mee te boren.
Aan een boormachine zie je ook nog een verstelbare ring met cijfers. Hiermee regel je zelf het koppel-, of anders verwoord, het draaivermogen van de machine. Hoe hoger het cijfer op de instelring, hoe meer kracht de boormachine produceert. En omgekeerd, hoe minder.
Een korte demonstratie. De machine staat hier ingesteld op schroeven en koppelvermogenstand twee.
Er is niet voorgeboord en je ziet dat de schroef niet zo vlug in het hout bijt. Dat heeft ook met het type schroef te maken, maar blijkbaar heeft de schroef veel meer kracht nodig om vlotter te grijpen. Een hogere stand brengt wat meer soelaas. Maar na een tijdje gaat het schroeven weer niet zo vlot. Er is dus nog meer koppel nodig.
De schroef zit nu in het hout, met nog meer kracht zou je hem nog dieper in het hout kunnen verzinken.
Ter illustratie kan je nu goed zien dat je bij een volgende vijs met dezelfde koppelstand de schroef even diep kan zetten.
Wanneer je telkens véél kracht nodig hebt om te schroeven kan je ook nog aan de slag met een slagmoerschroevendraaier. Deze machine is voorzien van een slagkop die de kracht levert in plaats van de motor, te herkennen aan het ratelend geluid die je hoort tijdens het gebruik, en zorgt voor de nodige extra koppel die nodig is bij grovere schroefbewerkingen.
Met wat je aan de slag gaat om te boren, wordt bepaald door je werkstuk: hout, metaal, steen … Naargelang van je materiaal moet je dus kijken naar een passende boor, maar niet elke boor past op elke machine! Je moet dus kijken naar de schacht van de boor en welk type boorhouder je hebt.
De meest voorkomende schacht is recht cilindrisch. Een andere is de bitsvorm. Deze twee types passen in elke boorkop.
Een derde variant is de SDS-schacht. Die is te herkennen aan de gleuven en gebruik je alleen bij een boorhamer met SDS-boorkop. Het systeem laat toe om makkelijk de boor in de boorkop vast te klikken.
De gleuven in de schacht zijn er niet zomaar. De grootste inkeping zoekt zijn grip in de boorkop, de kleinere inkeping laat toe om speling te geven aan je boor tijdens het kloppen van de boor.
Nog even het verschil in boorkoppen verduidelijken.
Eerst en vooral de boorhouder met tandkrans. Je plaatst hierin een gewone boorbits of cilindrische schacht en met een sleutel draai je de boorkop los of vast.
Een snelspanboorkop is wat moderner en laat je toe om met één hand en zonder sleutel je type boor te vervangen.
De SDS-snelspanboorkop vind je alleen terug bij SDS-boorhamers en hierop past dus enkel een SDS-boorbits.
En bij sommige boormachines heb je dan nog eens de keuze, zoals bij deze boorhamer, dat je de boorkop kan aanpassen: ofwel een SDS-boorkop of gewone boorkop.
En dan moeten we nog eens stil staan bij de types van boren.
De houtboor. Je kan ermee boren in hout of kunststof. Ze zijn voorzien van een centreerpunt die het richten van de boormachine vergemakkelijken zonder dat de boor wegglijdt.
Er zijn ook twee voorsnijders, die toelaten zonder splinters te boren. Maar als je een werkstuk boort, krijg je aan de onderkant wel wat versplintering. Om dat te verhinderen, leg je er een reststuk hout onder zodat je nog langer kan doorboren en pas in het resthout de boor doet stoppen en zo de houtvezels van je werkstuk niet versplintert.
Met een metaalboor kan je ook in hout of kunststof boren, de boor is van gehard staal en in dergelijke zachtere materialen kan hij ook dienst doen. Een standaard houtboor gebruik je voor gaten tot 10 mm. Indien nodig, vind je ook nog grotere afmetingen terug.
Om in metaal te boren, gebruik je een metaalboor. Voor zachte metalen als koper en aluminium kan je aan de slag met gewone stalen metaalboortjes. Voor hardere metaalsoorten zoals roestvast staal neem je best boren die gemaakt zijn van chroom-vanadium, kobalt of titanium-carbide. De meest voorkomende diameters gaan van 1 tot 13 mm.
Om te vermijden dat je niet wegglijdt met de boorpunt in het metaal, is het handig om eerst een punt met doorslag en hamer te zetten. Zo krijg je meteen een betere grip.
Op de steenboor zie je aan het uiteinde een hardmetalen plaatje, gemaakt van widia, om in baksteen of wandtegels te kunnen boren.
Boren in steen kan je op verschillende manieren. Wanneer je in zachte stenen, zoals snelbouwers werkt, kan je al snijdend boren. De boor gaat dus gewoon draaien. Het resultaat? Je krijgt een mooi, uitgesneden boorgat.
In een snelbouwer waar cementmortel achter zit, boor je dus in hardere materie en zal je er minder makkelijk doorgaan. Gebruik dan zeker de klopfunctie: dan ga je tijdens het snijden met de boor ook een trillende beweging maken, waardoor je meer impact zal hebben.
Tijdens dat hamerend boren ga je wel vlotter doorheen de harde materie geraken, maar je hebt de machine dan ook minder goed vast in de hand. Als resultaat krijg je dan minder een precies rond boorgat.
Met een steenboor kan je ook in beton boren, maar een betonboor is er beter voor uitgerust, en dan zeker bij gewapend beton. De steenboor kan vastlopen in het bewapeningsijzer, terwijl de betonboor dit kan vermijden omdat het meerdere freeskoppen heeft.
Een universele boor gebruik je dan weer om in steen, beton, hout, metaal of kunststof te werken. Dat maakt het handig omdat je niet telkens moet wisselen van boor.
De verzinkboor is een handige boor om in je gereedschapskist te hebben zitten. Je kan ermee de diameter van een schroefkop voorboren, zodat de schroefkop mooi verzonken zit.
De verzinkboor heb je als massief boorkopje in kegelvormige uitvoering. Maar je hebt ook een versie waarbij je een boorkopje kan vastzetten op je boor met een inbussleutel.
En als je niet over een verzinkboor beschikt, neem je er gewoon een boor bij met de diameter van je schroefkop. Waar de schroef moet komen, boor je een gat uit die ongeveer de diepte bedraagt van je schroefkop. Bij het vast schroeven is er dan al ruimte vrij gemaakt waarbij de schroefkop zich dieper in het hout zal trekken.
Met een cilinderboor kan je dan weer aan de slag om ondiepe, ronde gaten uit te boren met een vlakke bodem. Deze boor gebruik je wanneer je een bijvoorbeeld een keukenkastscharnier in een kastdeur wil doen verzinken.
Wanneer je een groter gat wil uitzagen dan mogelijk met je boor, kan je gebruik maken van een gatenzaag.
Dit werkt iets anders dan een boor: een boor verspaant het hout tot zaagsel, terwijl de gatenzaag is uitgerust met een centreerboor die al een klein gat in het midden maakt nog voor de tanden van de zaag in contact komen met het materiaal.
De gatenzaag heb je in een set waarbij je verschillende ringen kan vastdraaien in een houder. Je hebt ook een uitvoering met vaste diameter, zaag en schijf vormen dus één geheel.
Soms is het materiaal te dik om een volledig gat te zagen. De boor reikt echter dieper en heeft vaak wel al een doorgaand gat gemaakt. Hierdoor kan je dan vanaf de andere kant verdergaan.
En dan nog even stil staan bij de tegelboor. In ons geval heeft de tegelboor een centreerpunt en een sponsje. Het sponsje is al even nat gemaakt, dat dient om oververhitting tegen te gaan en zo de levensduur van je boor te verlengen.
Eens het centreerpunt is uitgeboord, mag je die verwijderen en het sponsje nogmaals nat maken. Bij het boren in de tegel, en bij boren in het algemeen, moet je wel een beetje spelen met je toerental. Hoe harder het materiaal, hoe lager je de snelheid.
Voor het boren van grotere diameters in hout gebruik je een vlinderboor. Deze boor heeft twee tegenovergestelde geslepen snijvlakken en een lange scherpe centreerpunt, om precies het middelpunt van het boorgat te bepalen.
Na veel gebruik kan je vlinderboor wat botter gaan staan, maar je kan de snijvlakken perfect zelf gaan bijvijlen om ze terug scherp te zetten.
Klem daarvoor de boor stevig vast, bijvoorbeeld in een bankschroef en ga te werk met een platte vijl.
Let wel, aan je vijl heb je een platte en een geribbelde zijde. Plaats de vlakke kant tegen de schuine zijde van het centreerpunt.
De snijkanten zijn doorgaans in een hoek van 3 tot 5 graden geslepen, Volg dezelfde hoek met je vijl. Houd de vijl vooraan vast en druk langzaam naar voren, en herhaal de beweging een aantal maal.
Vooral aan de buitenste hoeken moet je een zeer scherpe hoek hebben, want het is deze hoek die het meest snijdt.
Nu nog het andere snijvlak aanpakken. Draai de vlinderboor om en klem opnieuw vast. Hou opnieuw dezelfde hoek in acht en vijl bij in een aantal bewegingen.
Nog een hulpstuk om te boren is een boorstandaard, hiermee kan je haaks op je werkstuk boren. De boorstandaard is dus gewoon een statief waarin je je boor kan vast zetten, maar dan moet je wel een boormachine hebben met een continuschakelaar: zo kan je de boormachine laten draaien zonder dat je zelf de knop moet indrukken, op die manier heb je je handen vrij om de boorstandaard te hanteren.
Hoe werkt het systeem? Eerst bepaal je de beginhoogte met een instelmoer, en dan heb je bovenaan nog een extra knop om de boor nog meer te laten zakken indien nodig.
En dan hoef je alleen nog maar de boor zijn gang laten gaan. Leg wel een plank onder je werkstuk, zodat je je werkbank niet beschadigt.
Wil je er zeker van zijn dat je haaks boort in je werkstuk maar je hebt geen zo’n boorstandaard? Dan kan je een simpel hulpstuk maken met wat hout.
Je maakt dus gewoon een haakse hoek met wat resthout waartegen je de boormachine kan laten geleiden.
Om het hulpstuk te maken, zorg je eerst voor een uitsparing in de bodem van het hulpstuk. Dat dient om later de boorkop vlot te laten passeren.
Dan schroef je twee planken haaks aanéén, En dan rest nog enkel de bodemplank vast te schroeven. En daarmee is je hulpstuk al klaar voor gebruik.
Je boormachine heeft altijd wel een rechte kant die je dan tegen je hulpstuk kan laten glijden tijdens het boren. Hierdoor volg je de haaksheid van het hulpstuk en zal je haaks boren.

Uit deze Tooldokter kon je leren dat boren niet zomaar boren is. Met onze tips kan je dus meteen aan de slag om op een correcte manier te boren. Bedankt voor het kijken en tot een volgende Tooldokter.

Je kan dit artikel volledig lezen na registratie

Reageer

Kleurenschema
Aantal tegels per rij
Beeldverhouding
Weergave
Hoeken afronden
0

Welkom bij Dobbit 

Dobbit maakt gebruik van cookies om uw gebruikservaring te optimaliseren en te personaliseren. Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met Het privacy- en cookiebeleid.