Kijk gratis en onbeperkt

Registreer

Hoe zelf je gevel renoveren

Kan je gevel wel wat opfrissing gebruiken? Volg dan mee met Roger op welke manieren je je gevel kunt renoveren en hem er binnen de kortste keren weer als nieuw laat uitzien.

Transciptie 

Is je gevel door de jaren heen vuil, afgeleefd of misschien zelfs vervallen geraakt, dan zijn er verschillende manieren waarop je die zelf kunt aanpakken en er weer als nieuw doen uitzien. Dat kan door je gevel een echte make-over te geven, maar je hoeft niet altijd heel ingrijpend te werk te gaan om resultaten te boeken. In deze aflevering overlopen we alle mogelijkheden, samen met Roger.

Het kan zijn dat je gevel zich nog in een te goede staat bevindt om echt te gaan renoveren, maar dat hij bijvoorbeeld erg ontsierd is door mossen en vuil. In dat geval kan een grondige reinigingsbeurt al heel wat oplossen. Je zou hem kunnen laten zandstralen, maar als je te werk gaat zoals Roger is dat misschien niet nodig. Zorg ervoor dat je gevel door middel van een gevelreinigingsproduct en een hogedrukreiniger al een eerste spoeling gekregen heeft. Bij een verouderde gevel probeer je dat eerst even uit op een klein gedeelte om te zien of de muur sterk genoeg is. Indien niet, gebruik dan een aangepast product waarvoor je geen hogedrukreiniger nodig hebt.

Dan kun je de gevel gaan ontvetten. Roger gebruikt daarvoor een biologisch onvettingsmiddel dat hij aanbrengt door middel van een vernevelaar, zodat het product fijn verdeeld wordt. Maar welk product je ook gebruikt; het is sowieso belangrijk om de gebruiksaanwijzing goed na te lezen. Draag ook zeker een mondmasker. Het is geen probleem als dit product op het schrijnwerk terecht komt, maar het mag niet in contact komen met glas of metaal, want daar zou anders een waas op kunnen achterblijven. Als er dus toch wat van op je ramen terechtkomt veeg je het weer weg met wat water. In dit geval moet het onvettingsmiddel 20 minuten inwerken en kun je daarna de gevel opnieuw reinigen met water via de hogedrukreiniger.

Hierna ga je nog eens over de gevel heen met de tuinslang, zodat alle loszittende vuildeeltjes en ook de productresten weggespoeld worden. Voor een optimale reiniging kun je dan nog een oppervlaktebehandeling aanbrengen; een hydrofobeermiddel dus. Zo‘n product maakt de gevel minder poreus, waardoor water en vuil niet in de muur kunnen dringen. Sommige varianten zullen ook actief vuil doen oplossen. Lees ook hier goed de gebruiksaanwijzingen. Het product dat Roger gebruikt moet aangebracht worden op een moment dat er de komende 12u geen regen voorspeld wordt. Je kunt het aanbrengen met een plantenspuiter, maar ook met een drukspuiter die je aansluit op een compressor.

 Als je je gevel wilt opfraaien door hem te reinigen, houd het dan niet bij de muur alleen, maar neem ook de vensterbanken en cementplint onder handen door vuiligheid en mos ervan te verwijderen. Daarvoor scherm je eerst en vooral alle metalen, glazen of kunststoffen oppervlakken af. Haal met een grove borstel het oppervlakkige vuil weg, maar gebruik geen water, want antimosproduct breng je zuiver aan op een droge ondergrond, zodat het goed kan intrekken. Op de vensterbanken en de cementplint breng je het product aan met een borstel of een rol, net zoals je zou verven. Laat het 24u intrekken en spuit dan het vuil van de gevel af met behulp van een hogedrukreiniger. Vergeet ook hier niet van beneden naar boven te werken. Nadien spoel je alles nog eens af, ditmaal van boven naar beneden. Nu de mossen verdwenen zijn, hebben de vensterbank en de cementplint terug hun originele kleur.

 
In veel gevallen zal een grondige reiniging al wonderen doen voor je gevel. Maar het kan natuurlijk geen kwaad om nog een paar stappen verder te gaan.

Het kan ook interessant zijn om, eventueel in combinatie met de vorige stap je voegen bij te werken waar nodig. Let er wel op dat je dit doet wanneer de temperatuur hoger ligt dan 5 graden; dat is een vereiste als je werkt met cementgebaseerde producten.

Eerst en vooral verwijder je de oude voegen. Gebruik daarvoor een haakse slijper met diamantblad. Ga ermee langs de boven- en onderrand van de voeg en slijp voldoende diep uit.

Met een hamer en beitel kun je daarna de reststukken wegnemen. Haal het stof nadien uit de voeg door middel van een borstel, zodat ze proper zijn.

Voor het voegmiddel kan je een kant- en klaar product gebruiken. Op de verpakking staat de hoeveelheid water die je nodig hebt. Die vermeng je met de helft van de voegmortel. Nu is de substantie nog te lopend, dus voeg er nog de andere helft van de mortel aan toe.

Voor je begint met voegen, maak je de muur eerst nog even licht vochtig, zodat het water in de mortel niet meteen opgezogen wordt door de stenen. Nu kun je beginnen met voegen.

Plaats je voegbord onder aan de voeg en duw het voegmiddel er stevig in met je voegijzer. Ben je rechtshandig, dan werk je natuurlijk van links naar rechts. Bij de hoeken van de muur duw je niet naar buiten, maar naar binnen toe zodat je niet te veel mortel verliest. Strijk dan de volledige strook nog eens af.

Hier begint Roger telkens met de stootvoeg – dus de verticale voeg – maar je kunt net zo goed met de horizontale voeg beginnen, die de lintvoeg genoemd wordt. Als je eerst de horizontale lintvoegen doet gaat het vullen van de stootvoegen gemakkelijker omdat het voegsel dan niet meer kan vallen, maar dan moet je de markering die je gemaakt hebt in de lintvoeg wel telkens weer wegvegen. Om die reden zal een meer ervaren voeger eerder met de stootvoegen beginnen. Het vullen van stootvoegen vergt iets meer handigheid dan het vullen van lintvoegen, maar je kunt eventueel gebruik maken van een voegbord met een uitsparing om het je gemakkelijker te maken.

Voeg van boven aan de gevel naar beneden en werk ongeveer per vierkante meter. Doe dus niet eerst alle horizontale of alle verticale voegen. Als je klaar bent, ga er dan nog eens overheen met een handborstel. Doe dat diagonaal, zodat je het voegsel niet per ongeluk terug uit de voeg wrijft.


Een gevel die opnieuw gevoegd is ziet er al heel wat netter uit en deze klus loont dan ook zeker de moeite. Maar een likje verf maakt net zo goed een heel verschil, dus gaan we ook schilderwerken niet uit de weg.
Versleten schrijnwerk geeft je gevel een verwaarloosde uitstraling. Gelukkig kun je het gewoon zelf schilderen of herschilderen. Roger toont het ons hier voor bij een raam dat nodig een schilderbeurt moet krijgen.

Begin met een ontvetter aan te brengen. Laat het product even inwerken en verwijder het dan weer met een doek. Is het schrijnwerk al eens geverfd, zorg er nu dan voor dat alle loszittende oude verfdeeltjes verwijderd zijn en dat het oppervlak geschuurd is.

Tape dan de stenen rondom het raam af met een tape die geschikt is voor buiten. Ook de randen van het glas tape je af, samen met de siliconerand, want die is niet overschilderbaar.

Werk je nu verder op een oude verflaag die nog in vrij goede staat was, dan kun je meteen beginnen met verven. Maar hier werkt Roger op een onbehandeld raam, dus moet hij eerst nog een primer aanbrengen."

Roger maakt hier gebruik van verf in een spuitbus, dus bedekt hij het glas volledig om het te beschermen tegen de verfnevel, en ook de muur rondomheen dekt hij af. Maar je kunt het schrijnwerk natuurlijk ook gewoon met de hand verven.

Vergeet niet om de droogtijd tussen de verschillende lagen te respecteren; in dit geval is dat ongeveer drie uur. Nadat je alle lagen aangebracht hebt kun je de tape weer verwijderen en is je schrijnwerk zo goed als nieuw.

Heb je ook een garagepoort waarvan de kleur verdoft is door jarenlange blootstelling aan zonlicht, dan hoef je die niet meteen te herschilderen maar kun je ook gewoon proberen hem zijn glans terug te geven door middel van een multispray. Zo'n spray kan zowel een kruipolie bevatten als een smeermiddel, reiniger en beschermer. Breng de spray over de hele poort aan – vergeet daarbij geen mondmasker te dragen. Laat het even inwerken en ga er dan over met een zachte doek.

Na dit klusje mag de poort nu ook weer gezien worden. Door je ramen, deuren of garagepoort op te frissen geef je je gevel meteen weer een goede uitstraling. Maar kan je hele gevel een nieuw kleurtje gebruiken, dan kun je natuurlijk ook meteen de muur helemaal overschilderen. Kies in dat geval voor een vochtbestendige of dampopen en duurzame verf, geschikt voor buiten. Zorg ervoor dat de gevel gereinigd en ontvet is, dat de voegen gevuld zijn en dat er zich geen kapotte bakstenen in de muur bevinden.
Dek ook de bodem, ramen en deuren, en planten af. Wil je gaan verven op onbeschilderde bakstenen of op een oude verpoederende verflaag, dan breng je daarop eerst nog een primer aan. Daarop kun je van start gaan met de verf.

Als je van een meer rustieke uitstraling houdt kun je je gevel ook kaleien; daarbij wordt gebruik gemaakt van een kalkpleister die de gevel beschermt tegen vocht maar hem toch laat ademen. Het gaat om een samenstelling van zand, krijt, een kleurpigment en soms ook cement. Het is ook dikker dan gevelverf. Kaleien doe je in een periode met temperaturen tussen 5 en 30 graden celsius, en zonder nachtvorst. Je brengt de kalkpleister aan met een blokborstel, wat voor het traditionele streepeffect op de gevel zorgt. Eventueel kun je er nadien nog een silicaatverf op aanbrengen, die ervoor zal zorgen dat de gevel waterafstotend is en dat de levensduur ervan verlengd wordt.


Nu we gezien hebben hoe je je muur kunt reinigen, opnieuw voegen of herschilderen en hoe je ook je schrijnwerk opnieuw opfrist, is het tijd om ook eens stil te staan bij de meer ingrijpende werken.

Wil je je gevel van panelen of steenstrips voorzien, twee soorten gevelbekleding die je als doe-het-zelver kunt plaatsen, dan is het nu ook het moment om eerst je gevel nog te isoleren. Bij oudere woningen zijn de gevels over het algemeen nog niet geïsoleerd en indien ook de spouwmuur niet met isolatie gevuld is, dan sla je deze stap beter niet over.

Informeer eerst en vooral bij je gemeente hoe dik je mag isoleren, en lopen er kabels over je gevel, contacteer dan ook even de netbeheerder. Dan bereid je de gevel alvast voor. Verwijder zoveel mogelijk elementen die eventueel in de weg zouden kunnen zitten, zoals vensterbanken of ingemetste brievenbussen. Wil je de dagkanten van de ramen en deuren mee-isoleren, verbreed die dan een beetje zodat er plaats is voor de isolatie. In het geval van deze woning zijn er eerst ook nieuwe draagbalken geplaatst.

Staat je gevel niet recht, dan haal je er beter een vakman bij. Staat hij wel loodrecht zoals het hoort, dan kun je verdergaan met het verwijderen van loszittende stukjes pleister of verf. Haal ook zoveel mogelijk stof en vuiligheid weg zodat de lijm straks goed kan hechten. In veel gevallen is het aanbrengen van een primer een must, en aangezien ook deze gevel ver van ideaal is krijgt hij een laagje.

 
Welke isolatieplaten je hierop nu gaat plaatsen, hangt af van de latere afwerking. Kies je voor gevelpanelen, dan zijn vlakke isolatieplaten een geschikte keuze. Ga je later steenstrips plaatsen, dan kies je het best voor platen met een patroon dat daarop afgestemd is. Dat helpt je om later bij het plaatsen van de steenstrips een constante voegbreedte aan te houden.


Eventueel kun je de onderste rij isolatie in een startprofiel plaatsen, om het bijvoorbeeld te beschermen tegen ongedierte. Het profiel kun je op maat snijden met een haakse slijper met metaalslijpblad. Als je later niet alleen de voorkant maar ook de zijkant van de isolatieplaten met strips wilt bekleden, houd het startprofiel dan wel de dikte van een steenstrip weg van de rand van de gevel zodat er ruimte is om er later de strips nog haaks tegen te plaatsen. Je plaatst het profiel op de bodem en bevestigt het tegen de gevel met slagpluggen, die door de voorziene uitsparingen van het profiel komen. Zorg ervoor dat het 100% waterpas staat. Wanneer het startprofiel bevestigd is, kun je beginnen met de uitlijning van je isolatieplaten. Als je zonder startprofiel werkt, is dit de eerste stap.

Ga je niet afwerken met steenstrips maar met gevelpanelen, dan heb je hier natuurlijk geen rekening mee te houden en hoef je er enkel maar voor te zorgen dat de gevel bedekt is. Maar hier gaat het om isolatieplaten voor steenstrips en dus moet het patroon in de platen overal mooi doorlopen. Stapel dus alvast de platen op elkaar, startend vanaf de bodem zelf, om te zien hoe je uitkomt boven de deur.

Plaats er een stuk isolatie op de juiste hoogte boven. Plaats dan een hoekzoolstrip langs de rand van de deuropening en een gewone steenstrip op de isolatieplaat daarnaast. Meet het breedteverschil tussen beide en zaag die maat af van de eerste rij.

Om de isolatieplaten in de hoogte uit te lijnen, controleer je eerst of de eerste rij waterpas staat, want die wordt de referentie voor de hele gevel. Trek een duidelijke lijn aan de bovenkant. Deze referentielijn zet je over op de rest van de gevel, wat eenvoudig kan met een pasdarm, maar je kunt ook een laserwaterpas huren. Die helpt je om de referentiepunten op de gevel te bepalen, die je dan met elkaar verbindt door middel van een smetkoord. Zo heb je een visueel herkenningspunt voor de plaatsing van je eerste rij.

Om in de lengte uit te lijnen, leg je al een rij steenstrips uit langs de hele gevel, met de dikte van een metserspotlood als voegafstand. In dit geval komt er een nieuwe op maat gemaakte deur, dus laat Roger de stenen ook langs het deurgat doorlopen. Zo wordt bepaald tot waar de stenen geplaatst kunnen worden om met een volle steen te beginnen én eindigen.

Duid aan tot waar je isolatie kunt plaatsen aan de dagkanten zodat je nog mooi met een volle steen uitkomt. Door dit al meteen te bepalen, maak je het jezelf gemakkelijker.

Nu kun je de isolatieplaten beginnen vastkleven. Dat kan met lijmmortel of pu-schuim. Om lijmmortel te maken doe je de lijm met de juiste hoeveelheid water in een mengkuip en mix je het mengsel door. Laat een minuutje rusten en meng dan nog eens. Breng de lijm dan met een truweel aan op de plaat. Dit doe je in een achtvorm, tenzij het om grote oppervlakken gaat; dan breng je beter dikke dotten lijm aan. Is je muur heel vlak, dan kun je de lijm ook uitkammen op de plaat door middel van een lijmkam. In totaal zul je zeker 1/3 van de meegeleverde lijm moeten opgebruiken; de rest gebruik je voor het kleven van de steenstrips.

 
Heb je een startprofiel geplaatst, breng daarin dan eerst een laag pu-schuim aan met een schuimpistool en kleef de onderste isolatieplaten erop vast. Dankzij de lijm zullen ze ook tegen de muur aan plakken, maar toch worden ze daar nog eens extra aan bevestigd met slagpluggen; zo voorkom je ook verzakking bij het plaatsen van de volgende rijen. Boor met de boorhamer gaten doorheen de boormarkeringen in de isolatieplaten in de muur en plaats de plug. De nagel sla je er nog niet helemaal in, want dat mag pas wanneer de lijm droog is. Op sommige plaatsen zul je een extra verankering moeten voorzien om de plaat goed te kunnen bevestigen, maar zonder dat er een boormarkering voorzien is. Neem dan wat van de ribbenstructuur weg zodat de kop van de plug niet uitsteekt.

Waar nodig maak je een uitsparing in de isolatie, bijvoorbeeld voor de dorpel of andere elementen die je niet van de gevel mag verwijderen. Uitsparingen maak je het best met de isolatiesnijder, waarmee je de isolatie doorbrandt met een gloeidraad.Voor het afkorten van de isolatieplaten volstaat een handzaag. Vergeet niet om ook de uitsparingen van lijm te voorzien zodat ze goed aansluiten op de bestaande elementen.

Waar twee panelen tegen elkaar komen, spuit je ook pu-schuim, zodat er bij kleine openingen toch geen onderbreking van de isolatieschil ontstaat. Sluit de platen mooi op elkaar aan en houd telkens goed in de gaten of je wel waterpas werkt. Werk eerst rondom de ramen en de deur en begin dan pas aan de dagkanten.

Controleer bij de raam- en deuropeningen ook voldoende of je waterpas en op één lijn aan het werken bent. Boven de opening moet je namelijk juist uitkomen. Ben je klaar rond het raam, dan kun je isolatie plaatsen aan de dagkanten.

Werk zo door tot de gevel bedekt is met isolatie. Voor de hoger gelegen delen huur je het best een rolstelling, die je gemakkelijk langs de gevel verplaatst.

Als je helemaal klaar bent laat je de lijm een nacht drogen. Daarna kun je de nagelpluggen volledig in de muur slaan. Dat moet je natuurlijk doen vóór je de gevelbekleding plaatst; anders zitten ze in de weg.

Nu is het tijd om de gevel af te werken met gevelbekleding. We tonen eerst hoe je steenstrips plaatst, daarna komen gevelpanelen aan bod. Dat zie je in deel 2 van deze aflevering."

Je kan dit artikel volledig lezen na registratie

Reageer

Kleurenschema
Aantal tegels per rij
Beeldverhouding
Weergave
Hoeken afronden
0

Welkom bij Dobbit 

Dobbit maakt gebruik van cookies om uw gebruikservaring te optimaliseren en te personaliseren. Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met Het privacy- en cookiebeleid.