Tegelen met Roger

Wie regelmatig naar Dobbit tv kijkt, heeft Roger al meer dan eens zien tegelen. Daarom verzamelden we in deze compilatieaflevering de beste tips en informatie om zelf mee aan de slag te gaan.

Transciptie 

Wie regelmatig naar Dobbit tv kijkt, heeft Roger al meer dan eens zien tegelen. Daarom verzamelden we in deze compilatieaflevering de beste tips en informatie om zelf mee aan de slag te gaan.
We starten met de voorbereiding van de ondergrond. Tegelen kan in principe op vele soorten ondergrond gebeuren, zolang die maar stofvrij en egaal zijn. Stof kun je gemakkelijk wegnemen met een borstel en stofzuiger. Zitten er nog oude tegels in de weg, kap die dan af met hamer en beitel. Draag daarbij zeker handschoenen, want afgebroken tegels kunnen vlijmscherp zijn.
Bij de muren verwijder de afdekplaatjes van de stopcontacten en de oude silicone die hier en daar misschien nog aan de randen plakt.


Vertoont de muur nog oneffenheden, dan kan het nodig zijn om wat bij te pleisteren.

In veel gevallen is het aangewezen om niet alleen een ontvettingsmiddel, maar ook een hechtingsprimer aan te brengen. Zeker als je op pleisterwerk gaat tegelen is dat nodig.


Als de vloer niet vlak is, moet je egaliseren. Ook dan breng je eerst een hechtingsprimer aan. Die zal de egalisatie niet alleen beter doen hechten, maar zal ook het absorptievermogen van het beton daaronder regelen.

Egalisatie plaats je nat in nat en in één keer. Het product moet na de eerste keer mengen een aantal minuten rusten en wordt dan nog een tweede keer doorgemengd. Giet het dan uit en verdeel het over het oppervlak met een lijmkam. Werk altijd naar een deur toe, zodat je jezelf niet insluit.
Stel nu dat er een oude tegelvloer ligt die je niet wilt uitbreken, dan kun je ook daarop tegelen, op voorwaarde dat de oude vloer voldoende draagkrachtig is en dat er geen loszittende tegels zijn. Je moet dan sowieso eerst de oude vloer ontvetten en een hechtingsverbeteraar aanbrengen. Na 24u mogen de nieuwe tegels erop.
Voor je dan begint met tegelen, bepaal je eerst de positionering van de tegels om te zien hoe je langs alle kanten uitkomt. Hoewel er geen vaste regel is, zijn er wel richtlijnen waar je rekening mee kunt houden.


Bij de bepaling van het legpatroon gaat het er vooral om dat je kleine stukken en schuine stukken vermijdt.


Een andere manier om de haaksheid te controleren, is door de stelling van Pythagoras toe te passen, ook wel de 3-4-5-regel genoemd. Meet op een zijde een veelvoud van 3, bijvoorbeeld 120 centimeter en duid dat aan. Aan de andere zijde duid je een veelvoud van 4 aan, bijvoorbeeld 160 centimeter. Tussen deze twee punten zou de afstand dan een veelvoud van 5 moeten zijn, in dit geval twee meter.
Vergeet bij het uitleggen geen rekening te houden met de voeg.

Met een smetkoord en twee tegels kun je dan een referentie aanduiden voor de positionering van de eerste rij. Je doet hetzelfde voor de rij die tegen de aanliggende muur komt. Zet een grote winkelhaak op je referentielijn zodat je zeker weet dat deze rij haaks ligt op de eerste.

Meet op verschillende plaatsen even de afstand tot de muur. Als de ruimte haaks is, dan zit er normaal geen verschil op.

 


Maar wat nu als de hoek geen 90 graden is?


Omdat het hier om een kleine ruimte gaat, is het handiger om er geen touw te gebruiken, maar gewoon een lange waterpas.


Laat ook telkens een kleine voeg open tussen de vloer en de eerste tegel. De overgang tussen de twee wanden kun je bedekken met een profiel, dat je vastzet met tegellijm.
Let bij de keuze van de tegellijm op welke je gebruikt. Natuursteentegels vereisen bijvoorbeeld een aangepaste lijm. En ga je in een vochtige ruimte tegelen zoals een badkamer of keuken, gebruik dan een product dat daartegen bestand is.
Werk je op een oude tegelvloer, maak dan gebruik van een flexlijm, en wacht na het tegelen ook zeker twee dagen met voegen, want de oude tegel is niet zuigend, dus het vocht kan enkel weg langs de openingen tussen de tegels.
De lijm kan een variant zijn die je zelf nog moet mengen. Spoel na het doormengen in ieder geval meteen de mengstaaf af in water, zodat hij proper blijft en de lijm er niet op uitdroogt. Er bestaan ook kant-en-klare producten. In kleinere ruimtes zullen die laatste beter van pas komen.

Welke lijmkam je het best gebruikt, wordt bepaald door het type tegel dat je gaat plaatsen en de vlakheid van de muur. Natuursteentegels vereisen meestal een grotere maat lijmkam. Een lijmkam met maat 10 betekent dat de breedte en diepte van de tanden 10 millimeter zijn.


Een dubbele verlijming, dus het inlijmen van zowel de ondergrond als de tegel, is in vele gevallen aangeraden, zoals ook bij tegels die groter zijn dan of gelijk aan 40 op 40 centimeter.

 


Bij wandtegels gebeurt er, in tegenstelling tot bij vloertegels, vaker een enkele verlijming.


Houd bij het verlijmen rekening met de open tijd en de verwerkingstijd van de lijm. De open tijd is de tijd die je hebt tussen het aanbrengen van de lijm op de ondergrond en het plaatsen van de tegel. Heb je 30 minuten de tijd, dan kan je een hele strook lijm aanbrengen voor je de tegels erin plaatst. De verwerkingstijd is de bruikbare tijd van het mengsel, voor het in de kuip opdroogt. Om te vermijden dat er veel onbruikbaar geworden lijm overschiet, doseer je beter de hoeveelheden die je aanmaakt.
Om nu een mooie kleurschakering te krijgen tussen de tegels en te vermijden dat er opvallende kleurverschillen ontstaan, doe je er goed aan om meerdere pakketten door elkaar te mengen. Sommige tegels, zoals de Marokkaanse tegeltjes die Roger hier gebruikte, zijn trouwens sterk absorberend. Ze zouden dus ook alle tegellijm kunnen opzuigen. Om dat tegen te gaan, dompel je ze een dertigtal seconden onder in water.


Houd bij het plaatsen rekening met de legrichting van de tegel. Op de meeste tegels staat een pijltje. Leg ze zo dat ze in dezelfde richting wijzen.

Om niet met je vingers in de tegellijm te zitten, kun je een zuignap gebruiken.

Plaats de verlijmde tegel dan in de gekamde tegellijm en klop zachtjes aan met tegelhamer of druk aan met de handen. Zo leg je alvast de eerste rij.
De randen van de mozaïektegels vragen wel wat extra aandacht. Om het mozaiëk mooi in elkaar te laten overlopen, zijn de randen getand.

Zorg dus dat de voegen over de tegels heen zo goed als mogelijk gelijk lopen. Desnoods gebruik je spieën om de juiste afstand aan te houden. Al is dat bij mozaïektegels of hele kleine tegeltjes in principe niet nodig, aangezien die te licht zijn om weg te schuiven in de lijm.

Bij de plaatsing van de tegels moet je telkens een beetje voegspatie voorzien. Dat kan met behulp van spieën, voegkruisjes, clips of voegtouw. De spieën hebben het voordeel dat je ze kunt bijregelen door ze wat dieper te duwen naargelang de nodige voegbreedte.


Er bestaat ook een nivelleersysteem met clips. Hiermee leg je de tegels gemakkelijker in één vlak. Je plaatst de clips in de voeg tussen je tegels. Daarin schuif je een spie, die je doet knellen met een tang. Het is daarbij wel van belang dat je die tang goed instelt.


Nog een andere optie is een voegtouw. Dat is in verschillende diktes verkrijgbaar. Je kunt het ook samenduwen, waardoor je meer speling hebt. Het verschil met spietjes en voegkruisjes is dat je zo’n touw altijd over de volledige lengte van de tegel gebruikt.
Na het uitleggen van de eerste rij tegels controleer je eerst en vooral met een waterpas of ze in één lijn liggen. Je hebt nog wat tijd om ze te verschuiven waar nodig.

 


Bij het plaatsen van de tweede rij bepaal je dan welk soort legverband je hanteert.


De volgende rij begin je dan met het reststuk, en zo werk je verder. Een reststuk heeft altijd drie fabriekszijdes en één gezaagde kant. Steek de gezaagde kant altijd naar de buitenkant toe, dus richting het profiel, of naar de muur toe zodat deze zijde niet zichtbaar is.

Denk eraan dat je op tijd en stond de tegellijm van de tegel moet wassen, want eenmaal gedroogd krijg je die maar moeilijk weer weg. Haal ook de restanten uit de voegen met een snijmes of spatel. Dat doe je beter voordat je gaat voegen, want als de restanten uitgedroogd zijn, wordt het moeilijker om voegmiddel aan te brengen.
Het op maat maken van tegels gebeurt met een tegelsnijder of haakse slijper. Met een haakse slijper is het moeilijker om een stuk mooi recht af te snijden; gebruik die dus voornamelijk voor kleine stukken. Moet er een groot stuk af in de lengterichting, gebruik dan liever een tegelsnijder.


Bij natuursteentegels werk je altijd met een haakse slijper. Met een tegelsnijder krijg je deze harde tegels niet doorgesneden. Zorg dat je jezelf altijd beschermt. Zowel je oren, je longen als je ogen. Op de haakse slijper plaats je een vol diamantblad. Zo vermijd je dat er stukjes van de tegel splinteren.
Een haakse slijper is daarnaast het aangewezen gereedschap als je een hoek wilt afsnijden. En ook voor het maken van een inkeping komt hij van pas. Om een rechthoekig gat te kunnen maken in een tegel, moet het wel groot genoeg zijn – bij een klein gat lukt het niet. Teken af waar het gat moet komen en schijf dan eerst de lijnen uit tot je net in de tegel zit. Daarna schijf je de rest uit langs de achterkant. Daar mag je de lijnen iets langer doortrekken, want die kant komt toch tegen de muur te zitten.

Een rond gat maken met de haakse slijper is dan weer iets moeilijker, maar niet onmogelijk.


Een gemakkelijkere en snellere optie voor het maken van een rond gat is een diamantboor. Die plaats je op de haakse slijper. Als het om een droge boor gaat, zet je hem in een hoek van zo’n 45 graden en kom je zo langzaam recht. Dan maak je cirkelvormige bewegingen tot je volledig door de tegel zit.

Ben je klaar met tegelen, laat dan eerst de lijm uitdrogen. Houd er rekening mee dat tegellijm cement bevat en het dus een tijdlang kan duren voor je er zonder probleem op mag lopen. Raadpleeg de verpakking van de lijm om zeker te zijn. Verwijder dan de clips, spieën of voegkruisjes.
Als de lijm uiteindelijk uitgedroogd is, kun je gaan voegen. Denk eraan dat voegmiddel, net als tegellijm, onder andere afhankelijk is van de vorm van de tegel. Heb je tegels met een onregelmatige vorm gebruikt, dan kies je dus het best ook een voegmiddel dat geschikt is voor voegen van verschillende groottes.
Je brengt het voegmiddel aan met een voegspatel of voegrubber. Welke van de twee je kiest, is puur een kwestie van persoonlijke voorkeur. Je wrijft het diagonaal in de voeg, en dat in zoveel mogelijk richtingen.
Mozaïektegels voeg je op dezelfde manier op. Alleen zijn er een pak meer voegen, en kruipt er dus ook meer voegmiddel in.

Stoppen de tegels ergens halverwege de muur, zoals bijvoorbeeld bij een spatwand, dan kun je het randje bovenaan ook van een laag voegsel voorzien, dat je dan nadien schuin aflijnt met je truweel. Je zou er natuurlijk ook een eindprofiel kunnen plaatsen.
Tussendoor verwijder je het best al zo veel mogelijk van het voegsel van de stenen met je voegrubber. Als het voegmiddel bleker begint te worden, is het aan het drogen. Je kunt dan de tegels gaan afwassen. Je kunt daarvoor een sponsbak met voegspons gebruiken. De bak vul je met zuiver water tot net boven het rooster. De spons wordt daarop natgemaakt, en het vuil dat er blijft aan hangen zakt door het rooster naar beneden. Wring telkens goed uit.
Heb je zo’n sponsbak niet, gebruik dan een gewone spons en twee emmers water: één om vuile spons uit te spoelen, en één met proper water om je spons terug nat te maken.
Het is belangrijk dat je de tegels op tijd afwast. Doe je het te vroeg, dan was je het voegmiddel eruit. Doe je het dan weer te laat, dan valt het nog moeilijk van de tegels te krijgen.

Het afsponzen doe je in cirkelvormige bewegingen, zodat je voorkomt dat je het voegsel weer uit de voeg duwt. Spoel je spons regelmatig uit en zorg ervoor dat hij niet te nat is. Als het oppervlak al voor een groot deel proper is en de tegels gedroogd zijn, ga je er nog eens verticaal overheen met de spons. Nu kun je ook de laatste voegresten uit de kleine hoeken verwijderen. Als allerlaatste stap ga je er dan nog eens over met een dweil.
De randen werk je niet af met voegmiddel, maar met een flexibele afdichtingskit, zodat ze op termijn niet barsten. Plaats daarvoor eerst schilderstape, ongeveer een centimeter van de rand. Breng dan de kit aan rondom het tegeloppervlak.

 


Nadat dit alles gedaan is, kun je dan ook de stopcontacten terugplaatsen.


Gebruik je een cementsluierverwijderaar, wacht dan wel tot de voegen volledig zijn uitgehard. Bij een donkere voegkleur is het zelfs aan te raden om tot 28 dagen te wachten, want het product kan het pigment in de voeg aantasten.
Tot zover de belangrijkste doe-tips van Roger voor wie zelf wil gaan tegelen. Natuurlijk kun je alle volledige afleveringen nog eens opnieuw gaan raadplegen. Die vind je terug op www.dobbit.be. En vergeet je ook niet in te schrijven op het gratis online magazine om wekelijks de nieuwste klussen in je inbox te zien verschijnen.

Je kan dit artikel volledig lezen na registratie

Reageer

Kleurenschema
Aantal tegels per rij
Beeldverhouding
Weergave
Hoeken afronden
0

Welkom bij Dobbit 

Dobbit maakt gebruik van cookies om uw gebruikservaring te optimaliseren en te personaliseren. Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met Het privacy- en cookiebeleid.