Kijk gratis en onbeperkt

Registreer

Hoe zelf dakplaten leggen

Deel deze video op Facebook

Transciptie 

Heb je nog een asbestdak? Dan kan je dat zelf verwijderen, maar je neemt het best wel goede voorzorgen. Je doet voor dit werk sowieso en wegwerpoveral en aan zet een stofmasker op met een filterklasse FFP3. Bescherm ook je handen en je ogen.
Voor je met de afbraak begint, maak je het dak nog nat. Hierdoor is er minder kans dat de asbestvezels in de lucht komen.
Dan kan je de asbestplaten los maken. Dit doe je zonder brokken te maken. Wees dus voorzichtig. Schroef ze handmatig los. Breng de volledige stukken asbest dan weg. Tot een bepaalde hoeveelheid kan je die kwijt op het recyclagepark. Bescherm het asbest tijdens het transport.
Is je oude dak verwijderd, of heb je zoals hier een nieuwe constructie, dan kan je je nieuwe dakbedekking plaatsen.


Hou rekening met die overlap als je je dakplaten bestelt. Je kan de dakplaten via internet bestellen en je krijgt ze aan huis geleverd. De dakplaten komen in verschillende lengtes. Bereken hoeveel en welke dakplaten je nodig hebt door je totale oppervlakte te delen door de oppervlakte die één plaat kan dekken.
Vergeet ook niet om de bijhorende schroeven en beugels te bestellen om de platen vast te leggen. Om de zijkanten af te dekken, heb je windveren nodig, en om de bovenkant mooi en waterdicht te maken, gebruik je nokstukken.
Als alles geleverd is, leg dan al een eerste rij platen op je dak.


Je hebt aan de zijkant een beetje speelruimte. De windveren komen er nog over.
Haal dan even de dakplaten terug van de constructie. Je moet nog uitmeten tot waar de eerste rij platen komt. Plaats je een dakgoot, dan hou je rekening met een oversteek van de rand van het dak. De grootte van die oversteek hangt af van je dakgoot. Plaats je geen dakgoot, dan mag dat gerust wat meer zijn. Meet tot waar de eerste plaat moet komen, langs beide kanten van het gebouw. Van de ene kant naar de andere kant span je een metserstouw. Dat is je referentie om de platen te plaatsen.
Leg de eerste plaat tot net tegen het metserskoord. Hou een kleine afstand, zodat de plaat het touw niet naar achter duwt. Kijk nog eens of je eerste plaat goed ligt. Meet nog eens zodat je zeker bent dat je aan het andere eind met hetzelfde verschil uitkomt. Ligt de eerste plaat goed? Dan kan je ze bevestigen.


De schroeven zijn bovenaan voorzien van een zeskantskop en dichting. Deze dichting zorgt er voor dat er geen water door kan. Zorg dat je ze voldoende diep indraait, maar zorg er wel voor dat de rubbers niet volledig gekneld zijn.
Aan de andere kant zijn de schroeven voorzien van een boorkop. Deze zorgt er voor dat je niet moet voorboren voor je de schroef kan indraaien.


Bij een overlap van twee platen, steek je onder die overlap het best een stuk panlat. Deze zorgt er voor dat je de platen niet naar beneden drukt en ze op die manier naar buiten duwt.
Bovenop deze overlap komt er een beugel. Deze houdt de twee platen goed bij elkaar. Hij is onderaan ook voorzien van een dichting, zodat ook langs hier geen water binnen kan. Je zet de beugel, en meteen ook het paneel, vast met een schroef.
Bij het vastschroeven kunnen er soms wat bramen op het dak komen te liggen. Dat ijzervijlsel veeg je het best meteen weg, zodat het niet roest bij de eerste regenbui.
Ligt de eerste rij vast, dan kan je ook aan de tweede rij beginnen. Hier moet je in principe niets meer uitlijnen. Zorg gewoon dat deze rij voldoende overlapt met de eerste, minstens twintig centimeter. Is het je bovenste rij? Dan zorg je er meteen ook voor dat die tot tegen de nok van het dak wordt gelegd. Schroef de platen weer vast met de bijhorende schroeven. Doe dat, zoals altijd, bovenop de golf. Waar twee platen elkaar in de lengte overlappen, neem je opnieuw de beugels. Plaats op die overlap ook nu weer panlatten onder de platen. Zo druk je ze niet naar beneden als je ze vast legt. Ook aan de zijkanten voorzie je het best al zo’n panlat.


Met een knabbelschaar maak je een mooie snede en beschadig je de coating van de platen niet. De plaatsing is niet anders dan bij een volledig dak. Zorg weer dat aan het einde de plaat voldoende uitsteekt, zeker als je ook hier geen dakgoot plaatst. De platen schroef je weer vast met de speciale schroeven, en op de overlap plaats je een beugel.
Straks komt er een nokstuk bovenop de platen. Om deze goed te laten aansluiten, kan je de plaat nog extra tegen de balken schroeven. Als de plaat dan een beetje bol zou staan, dan trekt ze tegen de structuur aan en zo zal het nokstuk beter aansluiten. De schroeven die je daarvoor gebruikt zijn korter, maar zijn wel voorzien van dezelfde dichting en schroefkop. Maar voor je dat nokstuk kan plaatsen, moet je eerst de windveren nog monteren.


Bovenaan zet je de windveren vast met de lange schroeven. Je zet daarmee de windveren en de platen er onder vast met één schroef. Aan de zijkant gebruik je de kleine schroefjes. Zorg er voor dat je ze goed uitlijnt. Dit is belangrijk voor het zicht. Niets zo storend als dat ene schroefje dat uit de band springt. Zorg er voor dat je dak aan de twee zijkanten wordt afgewerkt met de windveren.
Met alle windveren geplaatst, kan je de nokstukken dan monteren. Die moet je nog een klein beetje aanpassen. Daarvoor meet je vanaf de laatste golf tot aan de windveer. Zet die afstand over op de nokstukken en snij het teveel weg. Dat doe je met de knabbelschaar.
Het nokstuk zal dan perfect passen tussen de golven en tussen de golf en de windveer. Het nokstuk zet je vast met de kleinere schroeven. Deze monteer je weer op de golf. De kleine schroeven zetten het nokstuk vast aan de golf. Met de nokstukken dan op hun plaats én vastgeschroefd, is het dak volledig klaar.

 

Je kan dit artikel volledig lezen na registratie

Reageer

Kleurenschema
Aantal tegels per rij
Beeldverhouding
Weergave
Hoeken afronden
0

Welkom bij Dobbit 

Dobbit maakt gebruik van cookies om uw gebruikservaring te optimaliseren en te personaliseren. Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met Het privacy- en cookiebeleid.